Verenigde componisten

De wereld van de Nederlandse componisten lijkt het meest op die van de kerk, met zijn lange historie van scheuringen, afsplitsingen en versplintering. De Nederlandse componisten hebben niet alleen geloof in hun eigen muziek maar ook grote materiële belangen. De overheid heeft subsidie te verdelen aan goede componisten met interessante plannen voor nieuwe muziek, maar die te weinig verdienen om ongestoord te componeren. En dus discussiëren de componisten al decennialang over de vraag hoe de subsidie moet worden verdeeld. Want wat zijn daarbij de normen? Welke stilistische richting moet het componeren op? Wat moet worden gestimuleerd of afgeremd? Wie is een goede componist? Iemand met voorspelbaar publiek succes, of iemand die ploetert met noten die nu slechts besteed zijn aan ingewijden maar misschien over een eeuw de wereld alsnog zullen veroveren? Wat is interessante nieuwe muziek? Moet er niet meer eigentijdse muziek worden geschreven voor de symfonieorkesten, zodat die met hun tijd meegaan?

Of moet er juist worden gecomponeerd voor kleine ensembles en clubjes in de kamermuziek, die meer liefde hebben voor moderne muziek en die stukken vaker uitvoeren? En moeten de oudere componisten, die nationale roem of zelfs internationale faam hebben, niet per definitie fatsoenlijk worden ondersteund? Of dient het schaarse subsidiegeld juist te worden aangewend voor stimuleren van een nieuwe generatie talentvolle componisten, ook al heeft dat talent zich nog niet bewezen?

En wie beslist daarover? Buitenstaanders of juist leden van de beroepsgroep, die van muziek, al hebben ze er zelf belang bij? Het zijn zinnige vragen. Daarover wordt dan ook heftig gestreden, in de hoop op een ander beleid bij het Fonds voor de Scheppende Toonkunst, dat het geld verdeelt. Dat klemt temeer omdat het beschikbare bedrag zo klein is: 1,7 miljoen euro en het aantal componisten zo groot: driehonderd. Dus is er onder de componisten al decennialang factievorming met scheuringen en afsplitsingen.

Toen was er opeens een gezamenlijk belang: het veiligstellen van subsidie- en toekenningscriteria. Staatssecretaris Medy van der Laan (D66, Cultuur), altijd gesteld op stroomlijning, wilde het Fonds voor de Scheppende Toonkunst onderbrengen bij het Fonds voor de Amateurkunst en Podiumkunsten.

Vijf maanden later verenigden de componisten zich donderdag alsnog en hebben ze - op wat eeuwige dwarsliggers na - een gezamenlijk standpunt: een nieuw, beter, wat liberaler en eigentijdser Fonds voor het Componeren. De verheugde staatssecretaris liet meteen weten graag te willen overleggen. De voormalige ambtenares lijkt met het laten vallen van de term “Amateurkunst' opeens een politica. En eindelijk daagt een succesje voor D66, zolang de broze eenheid onder de componisten voortduurt.

    • Kasper Jansen