Uitgeraasd en uitgerust

Jacques Poulin: Volkswagen blues. Vertaald door een groep studenten Frans van de Rijksuniversiteit Groningen, o.l.v. Pauline Sarkar. Barkhuis Publishing, 232 blz. Meer informatie: info@barkhuis.nl

Achttien jaar heeft het geduurd, maar nu is Volkswagen blues, een van de belangrijkste romans uit de literatuur van Québec, dan toch in het Nederlands vertaald. Hulde aan vertaalster Pauline Sarkar en haar studenten van de Universiteit van Groningen, die een uitstekende vertaling maakten van Jacques Poulins klassieke road novel uit 1988. Een fundamenteel boek is het, voor wie iets van de geschiedenis van de enige Franstalige provincie van Canada wil begrijpen. Hoe zijn die paar miljoen Franstaligen terechtgekomen op dat immense Engelstalige continent? Waar botsen de cultuurverschillen van Québec en Amerika? Waar ligt de basis voor de smeltkroes die Canada wordt geacht te zijn?

Het zijn vragen die al lezend worden beantwoord, achteloos en zijdelings, in de dialogen tussen schrijver Jack Waterman en Pitsémine, ook wel Grote Sprinkhaan genoemd, een meisje dat hem op zijn tocht door Canada vergezelt. Waterman, net 40 geworden, zit in een periode waarin hij het gevoel heeft dat “alles aan het afbrokkelen is, in jezelf en om je heen'. Hij zoekt zijn oudere broer Théo, de man ervoor koos het leven te leven in plaats van erover te schrijven en van wie hij zo'n 20 jaar geleden een laatste ansichtkaartje heeft gekregen. Pitsémine is een raadselachtig androgyn meisje, een kei van een automonteur, geboren uit een Indiaanse moeder en een blanke vader en op zoek naar haar plek in de wereld.

Hun tocht begint bij een manuscript van Jacques Cartier, de Fransman die in 1534 voet aan wal zette en Canada ontdekte. Het bevindt zich in een museum dat enerzijds de omvang van het Franse koloniale rijk in de achttiende eeuw laat zien en anderzijds toont welke indianenstammen er woonden voor de komst van de kolonisten. Ze reizen langs de rivier Saint Laurent, de grote meren, Detroit, Chicago, het Starved Rock State Park, de Mississippi, Saint Louis, Kansas City, de Oregon Trail, de Rocky Mountains en bereiken uiteindelijk San Francisco.

Onderweg bespreken ze de kanotechniek van indianen, de legende van Eldorado en een hele reeks romans over de geschiedenis van het Noord-Amerikaanse continent, van On the Road en The Adventures of Augie March tot The Oregon Trail Revisited. Maar ook wordt er gepraat over het schrijverschap (“Er zijn mensen die zeggen dat schrijven een manier van leven is; ik denk dat het ook een manier is om niet te leven'), over uitspraken van een Indiaans opperhoofd (“mensen die werken kunnen niet dromen en wijsheid komt tot ons via dromen'), over Amerika (“Het lijkt wel of heel Amerika is gebouwd op geweld'), over Buffalo Bill, Wounded Knee en Carson McCullers.

Het meisje worstelt met haar identiteit. Ze kleedt zich als een jongen, maar ze is een meisje. Ze is geen indiaanse, ook geen blanke, maar “iets daar tussenin, en dus eigenlijk helemaal niets.' Waterman is al even aarzelend over zijn bestaan. Hij adoreert zijn oudere broer, in zijn verbeelding een heldhaftige avonturier. De desillusie laat niet op zich wachten: Théo blijkt het nodige op zijn kerfstok te hebben en slijt zijn oude dag als een plantje in een rolstoel. Van de avontuurlijke, sterke held voor wie geen berg te hoog was, is niets meer over.

Natuurlijk is Volkswagen blues veel meer dan een goed geschreven, geestig reisverslag. Het kleine, dappere, Franstalige, literatuurminnende Québec gaat hier symbolisch de strijd aan met het immense, gewelddadige, barbaarse, Engelstalige Amerika. Het volkswagenbusje is niet zomaar een vervoermiddel, maar komt uit het oude Europa en heeft eerst dat continent doorkruist alvorens de nieuwe wereld te veroveren. Het is een veilige plek waar alle culturen onderdak vinden, een busje met geschiedenis, dat alle grenzen heeft gepasseerd, een plek waar getwijfeld mag worden, nagedacht en uitgeraasd en uitgerust.

Dat zo'n plek ook twee decennia later nog zijn nut heeft, lezen we in een veel recentere roman van Jacques Poulin, Les yeux bleus de Mistassini. Het oeuvre van Poulin blijkt van een grote coherentie, want weer komen we de schrijver Jack Waterman tegen, nu op leeftijd en eigenaar van een boekhandel waar volslagen onbekende boeken in de etalage staan en bestsellers zijn weggemoffeld op onbereikbaar hoge planken. Bij de deur ligt een stapeltje klassieken, die door de klanten gestolen mogen worden en middenin de boekhandel staat een houtkachel, waaraan studenten en daklozen zich komen warmen. Schrijvers die geen uitgever kunnen vinden zetten er hun manuscripten tussen de boeken. Waterman filosofeert nog steeds over het schrijverschap: een boek is als een stad, schrijven is een egocentrische bezigheid. Een greep uit zijn tien geboden voor de schrijver: gij zult niet met uw uitgever lunchen, gij zult niet nagaan of uw boek zich in de boekhandel bevindt, gij zult niet op de televisie verschijnen en gij zult jong sterven.

Waterman sluit vriendschap met een jongeman die veel leest, maar verder met zijn ziel onder zijn arm rondloopt. Diens zus is een net zo'n raadselachtig, androgyn meisje als Grote Sprinkhaan uit Volkswagen blues. Weer staat de roman vol verwijzingen naar de wereldliteratuur en natuurlijk stuurt Waterman zijn jonge vriend naar Frankrijk, om er de wereld te ontdekken - in een volkswagenbusje. Mooie, warme romans schrijft Jacques Poulin. Voor Franstalige lezers in Québec een steuntje in de rug, als ze bij ijzige winterkou een plekje zoeken om de lawine van de overdonderende Amerikaanse cultuur voor even de rug toe te keren.

Jacques Poulin: Les Yeux de Mistassini. Ed. Leméac/Actes Sud, 188 blz. euro 17,-