THRILLERS

Nicci French en de ziedende jacht over het eiland

De goede oude eenheid van tijd, plaats en handeling hoort thuis in klassieke tragedie en derhalve tref je haar sinds het vermaarde Circus Mikkenie van Havank zelden aan in thrillers. Nicci French blaast het kunststukje echter nieuw leven in door een gekmakende speurtocht op een klein eiland binnen een etmaal te laten plaatsvinden. Verloren - de Nederlandse titel mist de dubbelzinnigheid van het originele Losing You - is om het wegleggen nog verder te bemoeilijken bovendien niet ingedeeld in hoofdstukken, maar wordt gepresenteerd als een lange lap tekst.

Hoofdpersoon en ikvertelster is de onvermoeibare Nina Landry, een gescheiden vrouw die met twee tieners op een eilandje voor de Britse kust woont. Op de ochtend voordat ze - op haar 40ste verjaardag - op vakantie zal gaan, blijkt haar dochter van 15 een surpriseparty te hebben georganiseerd. Gaandeweg ruikt Nina onraad omdat de dochter zelf niet verschijnt.

Een absoluut pluspunt van deze Nicci French is dat het gegeven zo eenvoudig is. Nu wordt de spanning eens niet opgewekt door een hoofdpersoon met een geestelijk defect of een handig verwerkt psychologisch leerstuk, maar door gewone ouderlijke bezorgdheid.

Haar zorg die groeit en groeit, en uiteraard culmineert in een ziedende jacht over het eiland, moet echter wel stapje voor stapje worden opgebouwd. Daartoe wordt er tussen de betekenisvolle mededelingen en aanknopingspunten voor latere verdachtmakingen heel wat verteld dat niet direct met de ontknoping te maken heeft. Dat maakt dat Verloren toch lange tijd een boek is vol alledaagse handelingen - een tikje saai zelfs - en gek genoeg doet het chaotische verjaarspartijtje daar weinig aan af.

De hoop op spektakel, gevoed door aanwijzingen over dochterlief, helpt je door het echtscheidingsrelaas en het onwaarschijnlijke, irritant bureaucratische gedoe van de eilandpolitie heen tot het punt waarop na 200 pagina's de plot van het boek eindelijk op gang begint te komen. Dan doen de heer en mevrouw French enkele tientallen pagina's lang wat ze eigenlijk vanaf het begin hadden moeten doen: valse hoop wekken en weer afbreken, verdachtmakingen in de lucht hangen en verdenkingen zodanig door elkaar weven dat je als lezer naar het puntje van je stoel kruipt.

Nicci French: Verloren. Vertaald door Irving Pardoen. Ambo/Anthos, 293 blz. 19,95

Javier Sierra: Het geheime avondmaal

Javier Sierra's bibliothriller in de Da Vinci Code-traditie

Een complex beeld als een schilderij kun je het best beschrijven door er als het ware een wandeling overheen te maken. En dat is precies wat Javier Sierra een complete historische thriller (Het geheime avondmaal) lang doet om Da Vinci's Het Laatste Avondmaal te beschrijven en in al zijn facetten te verklaren.

Deze bibliothriller behoort bovendien tot een subgenre dat specifiek gaat over manmoedige pogingen om het tirannieke katholicisme te ontvluchten. Gezien de duur en impact van die dictatuur is dat thema nog lang niet uitgeput en kennelijk is de behoefte om de geschiedenis te herschrijven blijvend. Of is er tijdelijk zoveel historische honger dat schrijvers in deze materie maar brood blijven zien?

In het geval van Sierra is de religieuze component cruciaal, zoals al blijkt wanneer hij op de eerste bladzijden als ik-verteller nota bene een inquisiteur introduceert die incognito zijn intrek neemt in het Milanese klooster waar Leonardo zijn beroemde fresco schildert. En zodoende maken we de totstandkoming van Het Laatste Avondmaal, rond de eeuwwisseling naar de 16de eeuw mee. Met precisie, kennis van zaken en gevoel voor verhoudingen waaraan Dan Brown een hele reeks puntjes kan zuigen, laat Sierra zijn tamelijk bedeesde pater ontdekken hoe Leonardo da Vinci al schilderend de gnosis vanuit de kerk verspreidde.

Nee, dit is geen voorgebakken Hollywoodscenario en geen gelikte thriller. Er zitten zelfs slordigheidjes in de romanconstructie - zoals gebeurtenissen die wel worden beschreven terwijl de pater niet aanwezig is. Maar daar staat tegenover dat deze ware historische thriller - geschreven in een zeer verzorgde stijl - zich geheel in het verleden afspeelt.

Het is evenmin een cynisch complot zoals het in handen van Monaldi & Sorti zou zijn geworden - het schrijversduo waarmee Sierra vanwege de degelijkheid van zijn research en de diepte van zijn werk verwant is. Het is eigenlijk meer een intellectuele roman over het fenomeen Da Vinci en de spanningen waaronder hij zijn meesterwerken produceerde.

Sierra verklaart in een “Exordium' dat mensen in de Middeleeuwen en Renaissance “nog het vermogen (bezaten) om zeer oude symbolen en iconen te begrijpen.' De roman is een overdadige les in die oude kunst, waarvoor Sierra menig leerboek over kunstgeschiedenis, theologie, filosofie en kerkgeschiedenis moet hebben nageslagen. En zodoende is de thriller vooral een voorbeeldig college schilderijen kijken.

Javier Sierra: Het geheime avondmaal. Vertaald door Mia Buursma, S. Steenbergen. Cargo, 376 blz. 19,90

Heuvel & De Waal surfen mee met het Rembrandtjaar

Heuvel & De Waal schrijven een reeks historische detectives die veel dichter bij onze tijd staat. Hun reeks rond Nederlands eerste “kriminalist' C.J. van Ledden Hulsebosch speelt een kleine eeuw geleden, kort na WO I. Deel 4 in deze reeks heet De Rembrandtcode en dus ligt de conclusie voor de hand: het Amsterdamse duo lift handig mee op het succes van Dan Brown en maakt gebruik van het publicitaire geweld van het Rembrandtjaar.

Er is nog veel meer aan de hand met De Rembrandtcode, want het boek is zo rijk aan invloeden dat het wel een collage lijkt. Van Ledden Hulsebosch is apotheker en werkt als zelfverklaard speurder - een snufje Sherlock Holmes - intensief samen met een jonge politie-inspecteur, zodoende een stereotiep ongelijkwaardig detectiveduo vormend. Het onderaardse gangenstelsel in Amsterdam - ook in Kastners Blauw van Rembrandt - doet denken aan het Rome van Monaldi & Sorti. Het actieve optreden van een fikse groep bekende wetenschappers trekt het boek weer eerder in de richting van Het Bureau.

Al die elementen - en nog vele andere - zijn behendig versleuteld in een spannend avontuur dat kriskras door Amsterdam voert. H&DW dansen daarbij bovendien voortdurend op het randje van het anachronisme en dat past geheel bij het speelse karakter van dit lefgozerige boek.

De Rembrandtcode is geen les in kunst en geen afrekening met het verleden. Zelfs de code die De Waal voorin het boek als echt kwalificeert is eerder een constructie dan een conclusie. Maar dat maakt het boek er niet minder aardig om.

Heuvel & De Waal: De Rembrandtcode, 14,95, De Fontein, 255 blz

Verder verschenen

De Benter-mysteries van Jacques Toes zijn minder exclusief en spectaculair dan zijn “losse' romans, maar ook in de detectivestructuur komt Toes tot zijn recht. De kleine leugen (De Geus, 19,90) begint als een René Appel en eindigt mede dankzij de puike plot als een Tomas Ross. De wereldverbeterende puber en de vrouw die wanhoopt om haar verdwenen man zijn prachtkarakters.

De nieuwe Dan Brown is een oude Dan Brown. Destijds was het boek niet aantrekkelijk voor de Nederlandse markt; nu verschijnt het in een eerste oplage van 200.000 ex. En reken maar dat Delta Deceptie (Luitingh-Sijthoff, 1995) spannend is.

Nog meer geschiedenis in detectivevorm. In Guilio Leoni's De mozaïkmoorden (De Arbeiderspers, 17,95) tracht de dichter Dante tracht in 1300 als stadsbestuurder van Florence een moord op te lossen, hetgeen hem op het spoor van een samenzwering brengt. Onheilspellende factie vol metafoorrijke gesprekken en vooruitwijzingen naar de Divina Commedia.