Tegeltjeswijsheden

In “De korte golf' beschrijft Guus Middag radiomomenten die hem raken. Vandaag over Kunststof.

Vroeger, heel lang geleden, gingen de mensen elke dag naar de kerk en baden een uur lang om troost, verlichting, een nieuw inzicht of een waar woord. Daar hebben de mensen nu geen tijd meer voor, want ze staan in de file. Gelukkig is er elke dag, 's avonds tussen zeven en acht, Kunststof op de radio: een live programma van de NPS, waarin een uur lang wordt gesproken met een kunstenaar of met iemand “uit de wereld van de media'. Kunststof is dan wel bedoeld, de naam zegt het al, als een kunstprogramma, maar het heeft de kenmerken van een dagelijkse mis, een eredienst met vaste rituelen. Wij, in de file, of aan onze keukentafel prikkend in onze piepers, moeten er iets van leren. De kunstenaar wordt ons voorgesteld als een voorbeeld van een mensensoort die diepere emoties heeft, en diepere drijfveren, die leeft met “passies' en “fascinaties' en “obsessies'. Dat wortelt allemaal in een heftig leven en liefst ook in een heftige jeugd, waarover Jellie Brouwer of Petra Possel of Frènk van der Linden graag psychoanalytisch klinkende vragen stellen. De toon is serieus, de houding afwachtend en bewonderend, op het onderdanige af. De stemming wordt bepaald blijmoedig als er echte ellende van vroeger naar boven komt - daar worden wij met zijn allen toch maar weer mooi door gelouterd. Kunststof is een zingevingsprogramma.

Ik luister er altijd graag naar, bij de afwas, maar houd mijn borsteltje even stil als de laatste vijf minuten zijn aangebroken. Want dan wordt de gast, als in een echt evangelisch getuigenisprogramma, voor het blok gezet. Hij krijgt een tegel voor zich en moet daar iets op schrijven: een motto, een devies, een citaat, een spreuk. Een tegeltjeswijsheid dus. Even is het dan stil. De gast doet wat paniekerig, de interviewer wacht af, wij ook. Stress, we horen de stift krassen, de eindtune klinkt al. Het heeft al gauw iets van een spiritistische seance. Wat heeft de voorganger doorgekregen? Soms is het een echte orakelspreuk: “Een lopende hond vindt botten.' (Tommy Wieringa). Mooi. Of een verrassende variant op een oude spreuk: “Angst is een goede raadgever.' (Daan Ekkel). Ook mooi. Het is altijd een spannend moment. Er kan ook een overbekend adagium volgen: “Minder is meer.' ( Hans Sleutelaar). Of een oudewijvenwijsheid: “En kijk je tóch achterom, neem een roze bril.' (Jasperina de Jong). Of een nietszeggende raad: “Nooit opgeven.' (Hans van Manen). Of een dooddoener: “Het kan altijd beter!' (Joop van den Ende).

Geef ons heden ons dagelijks brood, baden de mensen vroeger. Nu geeft de radio ons heden ons dagelijks geestelijk voedsel, in de vorm van een ad hoc spreuk waar we de rest van de dag over na mogen denken. Maar ook weer niet langer, want dan raak je in de war, zoals altijd met aforismen en agendawijsheden. “Doe niet mee aan een zwemwedstrijd als je niet kan zwemmen' leert de ene kunstenaar (Tania Kross) ons de ene dag. Maar net als je deze goede raad tot je hebt laten doordringen, hoor je de volgende dag van een andere kunstenaar (Franska Stuy) dat je toch het startblok op zult moeten. “Zorg dat je geen spijt krijgt van de risico's die je niet genomen hebt.' Wat moeten we nu doen: duiken of niet? Weet alles maar eens van tevoren. Van het concert des levens krijgt niemand een program.