Strijd tussen boeren en burgers in Thailand

Voor Thaise boeren is premier Thaksin, die hevig onder vuur ligt bij de stedelijke middenklasse, de eerst betrouwbare politicus. Er is geen natuurlijk alternatief voor de premier, die wordt beschuldigd van corruptie.

Een boeddhistische monnik loopt langs een afbeelding van premier Thaksin als vriendje van de Amerikaanse president Bush, voor het paleis van de koning in Bangkok. Foto AFP A Thai Buddhist monk looks at a banner of Thai Prime Minister Thaksin Shinawatra (L) and US President George W. Bush hanging at the venue of a mass anti-Thaksin rally in front of Grand Royal palace in Bangkok, 27 February 2006. According to officials Thaksin agreed to some of the demands by the main opposition parties for constititional reforms. AFP PHOTO/ Saeed KHAN AFP

Ook op het Thaise platteland kijken ze deze avond gewoon naar Idols. Hetzelfde format, hetzelfde mengsel van zoet en zuur, de karaoke van het Westen. Politiek heeft de plattelanders nooit beziggehouden, dat is gebabbel voor de stedelijke elite. Als vroeger de politieke karavaan door het dorp trok en loze beloftes en geld uitdeelde om je stem te kopen, pakte je dat geld en vulde het stembiljet als afgespoken in, want een mens is eerlijk en betaald is betaald. Verder vergat je het.

Nu is alles anders. Bangku is een dorpje van 2.266 zielen in het district Lop Buri in het hart van Thailand. Ruim 80 procent steunde de behendige tycoon Thaksin Shinawatra bij de verkiezingen vorig jaar. Waarschijnlijk zijn het er bij de vervroegde parlementsverkiezingen die gepland zijn voor 2 april nog meer. In korte tijd heeft het gevecht van de 56-jarige premier om zijn politieke overleven zich ontwikkeld tot een strijd tussen stad en platteland, tussen boeren en burgers. Voor het platteland is Thaksin de eerste betrouwbare politicus, de stedelijke middenklasse noemt hem een ordinaire oplichter. Grijstinten in de beoordeling ontbreken.

Rampung Tojaroen (73) bebouwt met haar schoonzoon een rijstveld in Bangku. Een kranig vrouwtje dat al een stuk ouder is geworden dan haar tanden. Ze heeft hooguit lagere school maar rekent keurig voor hoe hun inkomen in vier jaar met tweederde gestegen door het tovermiddel Thaksinomics: elk Thais dorpshoofd heeft een miljoen baht (21.000 euro) ontvangen als een soort microkrediet voor de bevolking. Rampung wijst op haar veldje. 'Ik heb geld geleend voor kunstmest en extra zaad. Mijn opbrengst verdubbelde in een jaar. Ik heb alles afbetaald en nu weer geleend.' Haar buurman wijst op een veldje meloenen, met ordelijke irrigatiebuizen. 'Dankzij het Thaksin-fonds', zegt Jumpa Tongpraset. 'Op de tv zeggen ze dat wij een beetje achterlijk zijn om weer op Thaksin te stemmen. Maar Thaksin is de eerste die zijn belofte nakomt.'

In 2001 won Thaksin, de arme jongen van het platteland die zichzelf had opgewerkt tot telecom-tycoon, als een wervelwind de verkiezingen. Hij had een nieuwe partij opgericht met een naam die op elk consumentenprodukt had kunnen passen: Thai Rak Thai, ofwel Thai houden van Thai. Hij liet weten dat het Internationale Monetaire Fonds met zijn saneringsplannen na de bankencrisis van 1997 en 1998 verder de boom in kon en hij het land een nieuwe toekomst zou schenken. Precies wat het volk toen wilde horen. Elk dorp kreeg een kredietfonds, te beheren door een democratisch gekozen comité. Gezondheidszorg werd praktisch gratis.

Het werkte wonderwel. Anders dan de stedelingen hadden voorspeld, verdween het geld niet in duistere spelonken maar werd het grosso modo verantwoordelijk besteed. Thaksin hd ook geluk: de prijzen voor landbouwprodukten stegen sterk, waardoor de extra investeringsruimte voor de boeren op het juiste moment kwam en geen grote risico's voor de staatshuishouding met zich meebracht. Dankzij de aantrekkende internationale economie en een liberalisatieprogramma, keurig volgens IMF-recept uitgevoerd overigens, ontwikkelde Thaksin zich tot de meest gevierde naoorlogse premier en won bij de verkiezingen van 2005 377 van de 500 parlementszetels.

In de richting van Bangkok worden de verkiezingsaffiches schaarser. De oppositie boycot de verkiezingen. In Bangkok is het gedaan met de populariteit van de volksheld. De stad heeft niets van verkiezingskoorts. Mensen haasten zich met de ultramoderne skytrain van het ene naar het andere winkelcentrum. In de Starbucks gaat het gesprek over de modelijn van de dochter van de kroonprins. Voor de broeierige politieke sfeer wordt verwezen naar het grote Sanam Luang-plein.

Rond het middaguur verlaten de laatste Europese backpackers en senioren het paleis en zoeken een veilig heenkomen tegen de brandende zon. Een paar uur later stroomt het plein vol met in het geel geklede joelende artsen, advocaten, ambtenaren, docenten en studenten en hier en daar een ascetische monnik. De oproep voor gele kleding komt van mediamagnaat Sondhi, Thaksins belangrijkste uitdager bij de verkiezingen. Geel is de kleur van de koninklijke familie en dat moet het verzet een boven-de-partijen-aureool geven. Zelf draagt de kalende 58-jarige gangmaker een geel lint om zijn hoofd als hij een vlekkeloze tirade tegen Thaksin de microfoon in slingert. Nee, die Sondhi is geen nieuw leider, zegt de demonstrerende middenklasse. Het is eigenlijk maar een schreeuwlelijk die waarschijnlijk een persoonlijke vete uitvecht over vergunningen of politieke baantjes.

Er is geen natuurlijk alternatief voor de populaire Thaksin. De oppositie wil dat de koning ingrijpt en Thaksin met een duwtje van het podium gooit. Een keurige ambtenaar moet het premierschap maar even overnemen, vindt de menigte.

Thaksin is niet van plan voor wat hij 'dat gepeupel' noemt te wijken. Vanuit het noorden zijn boeren aangekomen voor tegendemonstraties. Met af en toe een amateuristische bom en dreigende confrontaties heeft Thaksin eigenlijk maar één vijand: de angst bij vriend en vijand dat de broeierigheid omslaat in geweld.