Smerige, zondige, broeierige jazz

Concert: SJU Jazz Festival. Gehoord: 16/3 Kleine Zaal Vredenburg, Utrecht. Vervolg: 17/3 en 18/3. Uitzending: 1/4 en 7/4 Radio 4 (00.02u). De band van Bobby Previte speelt op 25/3 BIMhuis, Amsterdam.

Betonnen jungle-jazz met forse brokken rock. Wie al gaat kwijlen bij de omschrijving en gisteren niet in Vredenburg was, kan dit weekend alsnog zijn honger stillen.

Maar niet in 013 of Paradiso, waar drummer Bobby Previte's Coalition of the Willing gisteren qua volume op leek te mikken. Loeihard en met groot gezag attaqueerde Previte in Utrecht de idee dat de jazz van vandaag moderne kamermuziek zou zijn. Marco Benevento, die inviel voor toestenspeler Jamie Saf, speelde als een duivel die met kruis en kracht was weggerukt van het orgel uit een kathedraal. De enorme clusters die hij samen liet klonteren klonken broeierig, modderig, smerig en zondig. In de helse geluidsstroom van deze twee bleef gitarist Charlie Hunter slechts met moeite overeind, en klonk trompettist Steven Bernstein als een angstig schreeuwend meisje.

De dominantie van de drummers was eerder op de avond ingezet door Seido Salifoski, die in het vier man sterke Trio Paradox degene was die het minste zweeg. Zijn dwingende rol was waarschijnlijk ook hard nodig om de groep “in the groove' te houden bij de maatsoorten die hij uit Macedonië had meegebracht: 7/8, 7/16 en nog erger. Harmonisch en melodisch gebeurde er niet veel, op basis van een diepe “drone' of een simpel ostinato duurde een stuk al gauw tien minuten.

Dankzij leider Matt Darriau en Rufus Capadocia, die op cello soepel wisselde tussen plukken en strijken, bleef de spanning net voldoende op peil. Salifoski's eigen percussieshow aan het eind viel bij het publiek in de smaak, maar was volkomen overbodig.

Het optreden van slagwerker Bobby Previte was veel duidelijker; die soleerde of hij zweeg. Knal. Punt. Uit.