Russische roulette met rifampicine

Milosevic heeft zijn dood bespoedigd door een middel in te nemen dat de medicatie voor zijn ernstige kwalen onderdrukte.

Milosevic slikte rifampicine - een middel tegen tbc waar hij niet aan leed - om de werking van zijn hogebloeddrukpillen teniet te doen. Het was groot nieuws, die vermoede zelfmedicatie, na de dood door een hartaanval van de oud-president van Joegoslavië. Maar was het wel zo nieuw?

Al in september 2004 beschuldigde aanklager Geoffrey Nice de gedetineerde Milosevic ervan zijn voorgeschreven pillen niet te slikken en op eigen initiatief iets anders te nemen. Nice suggereerde toen dat Milosevic zijn hoge bloeddruk gebruikte om zijn proces te rekken. De naam rifampicine viel toen niet. Dat middel werd genoemd door de Groningse toxicoloog-farmacoloog prof.dr. Donald Uges in wiens lab Milosevic' bloed werd onderzocht.

Dat rifampicine de werking ongedaan kan maken van een hele reeks geneesmiddelen waaronder hogebloeddrukpillen, was bekend. De Leidse universitair docent Jos van den Broek promoveerde in 1981 op de moleculaire details van deze vaak hinderlijke bijwerking van een veelgebruikt medicijn tegen tuberculose.

Vrouwen die aan de pil zijn en het slikken, worden soms zwanger. Van den Broek werd bekender als auteur van twee leuke boeken met natuurkundige en chemische thuisproefjes. “Als twee weken geleden bekend was dat Milosevic rifampicine in zijn bloed had,“ schrijft hij op de website van de Leidse universiteit, “dan moeten de behandelende artsen onmiddellijk hebben begrepen waarom ze zijn bloeddruk niet naar beneden kregen. Leerboekenstof.“

Rifampicine activeert de afbraak van veel geneesmiddelen door de lever. Daardoor circuleren die medicijnen korter in het bloed en werken ze minder goed. Wat Milosevic begin 2006 aan middelen tegen hoge bloeddruk en hartfalen kreeg, is niet meegedeeld.

Op internet circuleert wel een verslag van een medisch onderzoek uit november 2002 van Milosevic door cardioloog P.R.M. Dijksman van het Haagse Bronovo-ziekenhuis. Dijksman mat een (in het geheel niet verontrustende) bloeddruk van 130/80. Maar tijdens het proces liep die soms op tot 220/130 en daarmee moet je niet lang rondlopen. Milosevic kreeg toen voorgeschreven: Vascase plus (een plaspil annex ACE-remmer), Trandate (een bètablokker) en, als het te erg werd, kon daaraan nog Norvasc (een calciumantagonist) worden toegevoegd. Dijksman schreef niet wat Milosevic' kans was om aan hoge bloeddruk te sterven. Hij schrijft dat goede medicijnen tegen hoge bloeddruk de kans op de dood met 11 procent verlagen en de kans op een hartziekte of beroerte met 22 procent. Die kans neem ik, zal Milosevic hebben gedacht, als hij inderdaad broedde op medische hulp in Moskou. Milosevic speelde Russische roulette. Iedere pil rifampicine die hij slikte, kon zijn einde betekenen, maar evengoed een enkele reis Moskou.

Medisch redacteur Wim Köhler beschrijft wekelijks in deze rubriek de werking en de risico's van een medicijn.