Rijdt het wel super op bio?

Met het toevoegen van biobrandstoffen aan benzine wil de Europese Commissie de afhankelijkheid van olie verminderen en de uitstoot van CO² beperken. Wat doet Nederland hier aan?

Staatssecretaris Van Geel (Milieu) presenteerde gisteren in een brief aan de Kamer het plan om vanaf 2010 het bijmengen van 5,75 procent biobrandstoffen verplicht te stellen. Volgend jaar moeten de benzinemaatschappijen 2 procent van het totale aanbod van benzine en diesel uit biobrandstoffen laten bestaan.

Biobrandstoffen worden onder meer gewonnen uit suikerbieten (ethanol) en uit plantaardig afval. Dat kost veel energie. Ook is er nog volop discussie over de vraag of het wel ethisch verantwoord is voedsel als maïs en suiker te gebruiken voor het produceren van brandstof.

Tot 10 procent biobrandstof kan worden toegevoegd aan benzine of diesel zonder dat automotoren hoeven te worden aangepast.

Marktleider Shell voegt sinds 1 januari 2 procent ethanol toe aan euro 95-benzine. De extra kosten die dit met zich meebrengt, worden betaald uit een accijnsverlichting. Daardoor hoeft de prijs aan de pomp niet omhoog. Of ook bijmenging tot de Europese norm van 5,75 procent in Nederland zonder verhoging pompprijs zal gebeuren, staat nog niet vast.

Nederland volgt met de maatregelen rond biobrandstoffen de ontwikkelingen in Europa. Zo moet in Oostenrijk sinds 2005 2,5 procent worden bijgemengd. Frankrijk streeft er naar vanaf 2008 de 5,75 procent bijmenging verplicht te stellen.

Maar het gebruik van biobrandstoffen is vooral bekend uit Brazilië, waar een groot deel van het wagenpark op ethanol rijdt. Bijna de helft van de Braziliaanse suikerproductie verdwijnt als ethanol in speciale flexifuel automotoren. Deze motoren lopen op een mengsel van 85 procent biobrandstof en 15 procent benzine. Ze presteren doorgaans beter dan 100 procent benzinemotoren.

Vragen over Europa naar europa@nrc.nl