Nog iets op de lever?

Aan laatste woorden wordt in de westerse cultuur vanouds veel betekenis toegekend. Ze worden soms opgetekend als de dramatische climax van een bestaan dat daardoor eeuwigheidswaarde verwerft. Het bekendste voorbeeld uit de vaderlandse geschiedenis zijn de woorden die worden toegeschreven aan de stervende Willem de Zwijger: “Mijn God, mijn God, erbarm U over mij en over dit arme volk!'

In het gereformeerde piëtisme, een stroming die nadruk legt op de persoonlijke doorleving van het christelijk geloof, hebben laatste woorden extra betekenis. Ze geven een indicatie of de betrokkene werkelijk deel heeft aan het eeuwig heil.

“De interesse voor het sterfbed', schrijft John Exalto in Gereformeerde heiligen, “en het belang dat aan laatste woorden werd toegekend, verraadt een obsessie met de dood, die met name in het Engelse puritanisme en het Nederlandse piëtisme aangetroffen wordt.' Het feit dat iemand op een goede, evenwichtige manier het leven verliet, werd beschouwd als bewijs van de waarheid van zijn overtuiging.

De Reformatie kende deze aandacht voor sterfbedden aanvankelijk veel minder. Bij Luther en Calvijn lag de nadruk op de uniciteit van Jezus Christus als redder van mens en wereld en men wilde weinig weten van verheerlijking van de mens.

Maar in de Nadere Reformatie, zoals het Nederlandse piëtisme ook wordt aangeduid, kwam er, volgens Exalto, meer aandacht voor de menselijke kant van Jezus.

Predikanten die er in de ogen van hun volgelingen op een bijzondere manier in slaagden als Jezus te zijn, werden door de aanhangers van de Nadere Reformatie op een voetstuk gezet. Zij gingen op hun beurt ook zelf als voorbeeld dienen. Of zoals een 17de-eeuws versje het formuleerde: “'t Wel-leven van een Predikant / Sticht veel meer als zijn verstant.' Exalto doet, hier en daar uiterst plastisch, verslag van de wederwaardigheden én hun sterfbedden van hen die het echt ver schopten in ascese en versterving.

Deze gereformeerde heiligenverering is tot op de dag van vandaag niet verdwenen. Een predikant te Tholen zei onlangs in zijn afscheidspreek, tot ontzetting van een deel van zijn toehoorders, de democratie een uitvinding van de duivel te vinden en terug te willen naar het theocratisch denken en handelen van prins Willem van Oranje. Hoewel dat niet direct getuigde van groot historisch inzicht, was dat helemaal in de geest van de door John Exalto genoemde Zutphense predikant-geschiedschrijver Wilhelmus Baudartius (1565-1640), die Willem van Oranje omschreef als een Mozes die de Nederlanders verloste uit de handen van de Spaanse farao.

Willem van Oranje, de martelaren uit de tijd van de Reformatie, de helden van de Nadere Reformatie - het waren allemaal gereformeerde geloofshelden bij uitstek. Met hun standvastig lijden en exemplarische dood deelden zij in het lijden en sterven van Jezus. Ze werden, net als hun katholieke tegenvoeters, idolen en konden als “exempel' dienen van christelijk geloof. Eén belangrijk onderscheid bleef: katholieke heiligen kunnen fungeren als persoonlijke voorspraak in de hemel, het accent bij de gereformeerde heiligen ligt toch vooral op hun “voorbeeldige' functie op aarde.

John Exalto: Gereformeerde heiligen. De religieuze exempeltraditie in vroegmodern Nederland. Van Tilt, 368 blz. euro 24,90