Nog één keer de Poggio en de Cipressa over

Erik Dekker noemt Milaan-Sanremo een van de gemakkelijkste klassiekers, “wat betreft parcours dan“. Morgen rijdt hij de koers voor het laatst op de fiets, volgend jaar zit hij in de auto als ploegleider.

Wielrenner Erik Dekker: “In Paris-Nice reed ik als een raket. Nou, als een raketje.“ Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold erik dekker voor sport foto rien zilvold Zilvold, Rien

Als je Erik Dekker moet geloven, is het helemaal niet zo moeilijk om Milaan-Sanremo te winnen. Voor een zege in de Italiaanse openingsklassieker die morgen op het programma staat, moet je volgens de ervaren Rabo-renner twee vaardigheden beheersen. “Valpartijen ontwijken en heel goed sprinten.“

Een groot verschil met vroeger, zegt de 35-jarige wielrenner die in Italië voor de zesde keer aan de start verschijnt. “Tot een paar jaar geleden moesten veel renners tijdens de beklimmingen van de Cipressa en de Poggio lossen. Tegenwoordig is het peloton zo sterk dat het alleen breekt door valpartijen.“

Aanvankelijk wilde de organisatie het parcours van de 290 kilometer lange klassieker zwaarder maken door een extra beklimming op te nemen, maar dat voornemen is niet uitgevoerd. “Wat betreft parcours is het de gemakkelijkste klassieker.“

Dat Dekker het ontwijken van valpartijen noemt, is niet toevallig. Vier jaar geleden kwam hij zelf ten val in de “Primavera'. Zeventig kilometer voor de finish aan de Middellandse Zee smakte hij op het wegdek en brak zijn heup. “Toen ik twee jaar geleden voor het eerst weer meedeed aan Milaan-Sanremo werd mij bijna aangepraat dat ik op die plek in mijn remmen zou knijpen. Nou, ik kan je verzekeren dat je daar niet eens de tijd voor hebt. Het ging op dat moment wel door me heen, maar als je morgen één keer twijfelt, lig je direct achterop. Die koers is zo zenuwachtig dat je verschrikkelijk goed geconcentreerd moet zijn.“

Dekker, bezig aan zijn laatste seizoen als wielrenner, is zeer tevreden over de vorm waarmee hij morgen in Milaan aan de start verschijnt. “Ik ben aangenaam verrast hoe ik in Parijs-Nice [tot en met afgelopen zondag] reed. Ik begon met klachten aan mijn rug, maar uiteindelijk heb ik daar weinig last van gehad. Ik reed eigenlijk als een raket. Nou, raketje.“

Het was Dekkers bedoeling om een rol in het klassement te spelen, maar door een ongelukkige proloog mislukte dat. Door vroeg te starten hoopte hij de regen te ontwijken. Eind van het liedje was dat hij met een handvol renners in natte weersomstandigheden reed. “En die seconden die je bij de proloog verliest, maak je bij Parijs-Nice heel moeilijk goed. Uiteindelijk werd ik zevende en daar ben ik tevreden mee.“

Een goede vorm is nog geen garantie voor een goede klassering, zeker niet in Sanremo. Behalve Dekker rijden voor de Rabo-ploeg ook de sprinter Oscar Freire, Juan Antonio Flecha en Thomas Dekker mee. “Wat betreft tactiek is er niet zo veel met de ploeg af te spreken. Bij de bespreking zullen we wel horen of Freire zich bijvoorbeeld goed genoeg voelt om zich in een sprint te meten met Tom Boonen en Alessandro Petacchi. Voor de rest moet je zorgen om aan de voet van de Cipressa vooraan te zitten. En ten slotte bij de Poggio. Dan kan je aan aanvallen denken. Maar ja, ik weet ook wel dat Milaan-Sanremo altijd in een sprint eindigt. Behalve dan die ene keer dat het niet zo is“, lacht Dekker.

Als doelstelling voor zijn laatste seizoen wil hij “het hele jaar op een heel hoog niveau rijden. En links en rechts natuurlijk een mooie overwinning pakken. Ik zou het verschrikkelijk vervelend vinden als ik me echt naar het eind zou moeten worstelen.“

Als hij “de mooiste prijs“ moet noemen, dan hoeft Erik Dekker niet lang te twijfelen. “Ik weet hoe moeilijk het is, maar het liefst zou ik dan het wereldkampioenschap in Salzburg winnen. Ja, natuurlijk, dan zit ik het volgende seizoen achter het stuur in mijn regenboogtrui. Of nee, dan laat ik de ploegleidersauto in de regenboogkleuren spuiten.“

Of er nog een jaar aan vast plakken? “Nou, laten we afspreken dat als ik [in september] wereldkampioen word, ik vervolgens een week wakker ga liggen over de vraag of ik nog een jaar doorga.“

Zijn afscheid wordt tegen die tijd wellicht vergemakkelijkt als de nieuwe generatie Nederlandse renners zo goed blijft scoren. Tegelijkertijd met Parijs-Nice werd in Italië vorige week de ProTour-wedstrijd Tirreno-Adriatico verreden. En daar ging de overwinning naar de pas 21-jarige Thomas Dekker.

Die prestatie bewijst volgens zijn oudere naamgenoot dat het wel goed zit met de jeugd bij de Rabobank. “Thomas Dekker is natuurlijk de koploper, maar ook jongens als Theo Eltink, Joost Posthuma en Pieter Weening zijn erg goed. Het ziet er echt heel goed uit. En bij Nico Verhoeven [het jongerenteam van Rabobank] zitten ook nog eens zes of zeven uitstekende renners. Als ploegleider ga ik daar zeker nog mee oogsten.“