Met strakke buik op strand in Marokko

Bij bokswedstrijden morgen in Nieuwegein is bijna de helft van de deelneemsters allochtoon. ,,Die meiden hebben een sterke drive en een gezonde dosis agressie.“

De Irakese Duaa (15, rechts op de foto) en de Marokkaanse Nadia (16) tijdens een trainingssessie in boksschool Prinsenhof in Leidschendam. Foto Bas Czerwinski 15-03-2006, LEIDSCHENDAM. ALLOCHTONE MEISJES BOKSEN. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Volgende week begint de lente. En dat betekent voor Asmaa (20) maar één ding: afvallen. De studente geschiedenis aan de lerarenopleiding in Rotterdam heeft zichzelf voorgenomen dat haar buik “strak' is als zij in de zomermaanden op het strand in Marokko ligt. “Maar ja, daar moet je natuurlijk wél hard voor trainen.“

En trainen doet zij. Sinds een paar weken volgt de welbespraakte Marokkaanse met hoofddoek bokslessen in haar woonplaats Leidschendam. “Een vriendin van mij is boksfanaat. Ze vroeg zich af of het niets voor mij was. Binnen no time was ik om.“ Bij het boksen traint zij al haar spieren, legt Asmaa uit. “En dat geeft een goed gevoel. Bij iedere mep voél ik dat ik calorieën verbrand.“

“Boksen is al langer populair onder autochtone meiden, maar ook allochtonen weten ons steeds vaker te vinden“, zegt Sharita van der Hulst, die sinds twee jaar les geeft bij Prinsenhof Boxing, een moderne boksschool in een door tv-schotels gedomineerde hoogbouwwijk van Leidschendam. Buurtjongeren van veertien jaar en ouder kunnen er tegen betaling van een paar euro “sparren', “stoten' en op een zak slaan. Twee dagdelen per week - op woensdag- en zaterdagavond - is de boksschool alleen toegankelijk voor jonge vrouwen.

“Op die avonden doe ik de deur op slot zodat de strenggelovigen hun hoofddoek af kunnen doen“, vertelt Van der Hulst. Van de dertig meiden die haar lessen volgen, is het merendeel van Marokkaanse afkomst. Ongeveer eenderde leeft volgens de geschriften van de koran; ze dragen in het bijzijn van mannen niet alleen een hoofddoek, maar bedekken ook de rest van hun lichaam. “En met hoofddoek en lange mouwen is het lastig boksen“, zegt Van der Hulst. “Vandaar die gescheiden trainingen.“

De Nederlandse Boksbond (NBB) registreert niet naar etniciteit. Maar volgens Dianne Kersten, die de belangen van het vrouwenboksen behartigt, is de toenemende populariteit van vechtsporten onder Marokkaanse, Turkse en Surinaamse meisjes in de Randstad “een opvallend gegeven“. Kersten: “Die trend werd zo'n acht jaar geleden ingezet met Thaiboksen en kickboksen. Drie jaar later volgde de hype rond Tai Bo, een afgeleide van boksen en taekwondo. En nu zie je dat ook het klassieke boksen onder deze drie bevolkingsgroepen in opkomst is.“

Allochtone meiden hebben volgens Kersten een sterke drive en een gezonde dosis agressie - kwaliteiten waar een bokser niet zonder kan. Het merendeel richt zich op het recreatieboksen, maar ook bij het wedstrijdboksen vormen zij een vaste waarde. “Neem de districtskampioenschappen, morgen in Nieuwegein. Van de zeventien meisjes die zich hebben ingeschreven, is bijna de helft allochtoon. Dat zegt genoeg.“ De Nederlandse Boksbond heeft geen speciaal beleid ontwikkeld voor de nieuwe leden. Wel hanteren de meeste boksscholen volgens Kersten richtlijnen ten aanzien van bijvoorbeeld de voertaal. “Allochtonen moeten Nederlands spreken - iets dat bij de tweede generatie overigens gebruikelijk is.“

Dat Marokkaanse en Surinaamse meisjes steeds vaker in de ring gaan staan is volgens sportsocioloog Agnes Elling goed verklaarbaar. “Veel van die meiden mogen van hun ouders niet op eigen houtje sporten. Maar als een broer of neef dezelfde sport beoefent - en dus een oogje in het zeil kan houden - gaat de deur op een kier. Omdat jongens uit deze twee bevolkingsgroepen graag boksen, volgen de meiden in hun voetsporen. Niet tegen hun zin, overigens, want ik geloof echt dat ze het met hart en ziel doen.“

Voor haar promotieonderzoek Ze zijn er niet voor gebouwd; in- en uitsluiting in de sport naar sekse en etniciteit vroeg Elling ruim duizend allochtone en autochtone scholieren welke sporten zij (zouden willen) beoefenen. Elling: “Zesenveertig procent van de allochtone meisjes wilde graag boksen, tegen 35 procent van de autochtone jongens. Een opvallende uitkomst.“

Waarom allochtone meiden zo graag boksen? Duaa (15) haalt haar schouders op. “Misschien geeft het hun meer zelfvertrouwen“, oppert de Irakese vwo-scholiere, die sinds anderhalf jaar lessen volgt in Prinsenhof Boxing en net als Asmaa een hoofddoek draagt. “Als ik op school word gepest, weet ik dat ik niet bang hoef te zijn: ik kan tegen ze op. Laatst maakte iemand een vervelende opmerking en toen riep mijn vriendin, die naast mij stond: “Houd je bek, Duaa zit op boksen'.“

Duaa en Asmaa zijn het oneens met de stelling van Elling dat allochtone meiden boksen omdat zij weinig alternatieven hebben en hun mannelijke familieleden zo een oogje in het zeil kunnen houden. Duaa: “Onzin. Mijn ouders hebben mij juist aangemoedigd te gaan boksen. Zo lang ik maar een sport beoefende, vonden ze het best.“

Asmaa geeft toe dat haar ouders aanvankelijk weinig enthousiasme konden opbrengen voor haar plan bokslessen te volgen. “Vrouwen horen niet te boksen, zei mijn vader. Maar toen ik vertelde hoeveel van mijn vriendinnen boksen, ging hij overstag.“

Ook haar broers zijn er inmiddels aan gewend dat zij met bokshandschoenen door het huis loopt. “Als ik thuis kom van de les, maken ze boksgebaren. Ze vinden het wel stoer, geloof ik.“

    • Danielle Pinedo