Met strakke buik naar Marokko

Zesenveertig procent van de allochtone meisjes wil graag gaan boksen.

“Zolang ik maar een sport beoefende, vonden mijn ouders het best.'

De Irakese Duaa (15) bokst al anderhalf jaar. “Als ik thuis kom van de les, maken mijn broers boksgebaren. Ze vinden het wel stoer, geloof ik.“ Foto Bas Czerwinski 15-03-2006, LEIDSCHENDAM. ALLOCHTONE MEISJES BOKSEN. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Volgende week begint de lente. En dat betekent voor Asmaa (20) maar één ding: afvallen. De studente geschiedenis aan de lerarenopleiding in Rotterdam wil dat haar buik “strak' is als zij in de zomermaanden op het strand in Marokko ligt. “Maar ja, daar moet je natuurlijk wél hard voor trainen.“

En trainen doet zij. Sinds een paar weken volgt de welbespraakte Marokkaanse met hoofddoek bokslessen in haar woonplaats Leidschendam. “Een vriendin van mij is boksfanaat. Ze vroeg zich af of het niets voor mij was. Binnen no time was ik om.“ Bij het boksen traint zij al haar spieren, legt Asmaa uit. “En dat geeft een goed gevoel. Bij iedere mep voél ik dat ik calorieën verbrand.“

“Boksen is al langer populair onder autochtone meiden, maar ook allochtonen weten ons steeds vaker te vinden“, zegt Sharita van der Hulst, die sinds twee jaar les geeft bij Prinsenhof Boxing, een moderne boksschool in een door tv-schotels gedomineerde hoogbouwwijk van Leidschendam. Buurtjongeren vanaf veertien jaar kunnen er voor een paar euro “sparren', “stoten' en op een zak slaan. Op woensdag- en zaterdagavond is de boksschool alleen toegankelijk voor jonge vrouwen.

“Op die avonden doe ik de deur op slot zodat de streng-gelovigen hun hoofddoek kunnen afdoen“, vertelt Van der Hulst. Van de dertig meiden die haar lessen volgen, is het merendeel van Marokkaanse afkomst. Ongeveer eenderde leeft volgens de Koran; ze dragen in het bijzijn van mannen niet alleen een hoofddoek, maar bedekken ook de rest van hun lichaam. “En met hoofddoek en lange mouwen is het lastig boksen“, zegt Van der Hulst. “Vandaar die gescheiden trainingen.“

De Nederlandse boksbond (NBB) registreert niet naar etniciteit. Maar volgens Dianne Kersten, verantwoordelijke vrouwenboksen, is de toenemende populariteit van vechtsporten onder Turkse, Marokkaanse en Surinaamse meisjes in de Randstad “een opvallend gegeven. Die trend werd zo'n acht jaar geleden ingezet met Taiboksen en kickboksen. Drie jaar later volgde de hype rond Taibo, een afgeleide van boksen en taekwondo. En nu is het klassiek boksen.“

Allochtone meiden hebben volgens Kersten een sterke drive en een gezonde dosis agressie - kwaliteiten waar een bokser niet zonder kan. Het merendeel richt zich op het recreatieboksen, maar ook bij het wedstrijdboksen vormen zij een vaste waarde. “Neem de districtskampioenschappen, morgen in Nieuwegein. Van de zeventien meisjes die zich hebben ingeschreven, is bijna de helft allochtoon. Dat zegt genoeg.“ De Nederlandse boksbond heeft geen speciaal beleid ontwikkeld voor de nieuwe leden. Wel hanteren de meeste boksscholen richtlijnen ten aanzien van de voertaal. “Allochtonen moeten er onderling Nederlands spreken - iets wat bij de tweede generatie overigens vaak gebruikelijk is.“

Dat Marokkaanse en Surinaamse meisjes steeds vaker in de ring gaan staan is volgens sportsocioloog Agnes Elling goed verklaarbaar. “Veel van die meiden mogen van hun ouders niet op eigen houtje sporten. Maar als een broer of neef dezelfde sport beoefent - en dus een oogje in het zeil kan houden - gaat de deur op een kier. Omdat jongens uit deze twee bevolkingsgroepen graag boksen, volgen de meiden. Niet tegen hun zin, overigens, want ik geloof echt dat ze het met hart en ziel doen.“

Voor haar promotieonderzoek Ze zijn er niet voor gebouwd; in- en uitsluiting in de sport naar sekse en etniciteit vroeg Elling ruim duizend allochtone en autochtone scholieren welke sporten zij (zouden willen) beoefenen. Elling: “46 procent van de allochtone meisjes wilde graag boksen, tegen 35 procent van de autochtone jongens. Een opvallende uitkomst.“

Waaróm allochtone meiden zo graag boksen? Duaa (15) haalt haar schouders op. “Misschien geeft het hun meer zelfvertrouwen“, oppert de Irakese vwo-scholiere, die sinds anderhalf jaar lessen volgt in Prinsenhof Boxing en net als Asmaa een hoofddoek draagt. “Als ik op school word gepest, weet ik dat ik niet bang hoef te zijn: ik kan tegen ze op. Laatst maakte iemand een vervelende opmerking en toen riep mijn vriendin: “houd je bek, Duaa zit op boksen'.“

Duaa en Asmaa zijn het oneens met de stelling dat allochtone meiden boksen omdat zij weinig alternatieven hebben en hun mannelijke familieleden zo een oogje in het zeil kunnen houden. Duaa: “Onzin! Mijn ouders hebben mij juist aangemoedigd te gaan boksen. Zo lang ik maar een sport beoefende, vonden ze het best.“

Asmaa geeft toe dat haar ouders aanvankelijk weinig enthousiasme konden opbrengen. “Vrouwen horen niet te boksen', zei mijn vader. Maar toen ik vertelde hoeveel van mijn vriendinnen boksen, ging hij overstag.“ Ook haar broers zijn er inmiddels aan gewend dat zij met bokshandschoenen door het huis loopt. “Als ik thuis kom van de les, maken ze boks-gebaren. Ze vinden het wel stoer, geloof ik.“

Lees alles over boksende vrouwen op www.damesboksen.nl