Kandahar is oorlog, beseft Canada

Bij hun nieuwe militaire missie in Zuid-Afghanistan worden de Canadezen geconfronteerd met doden en gewonden. Volgens premier Harper 'lopen we er niet voor weg.'

De Canadese premier Stephen Harper wil er geen twijfel over laten bestaan: Canada is verwikkeld in een oorlog. Het contingent van ongeveer 2.300 Canadese militairen, dat met ingang van deze maand het bevel voert over een multinationale troepenmacht in zuidelijk Afghanistan, is daar in de eerste plaats om terroristen te bestrijden. Daarbij vallen doden - deze maand tot dusver twee aan Canadese zijde. Dat komt hard aan, maar volgens Harper staat heel Canada achter de missie.

De nieuwe, conservatieve, Canadese premier bracht, à la George W. Bush, deze week een onaangekondigd bezoek aan Afghanistan. Doel was de troepen van zijn land in oorlogsgebied een hart onder de riem te steken. Harper dook op in Kandahar, waar Canada jaagt op Talibaan- en Al-Qaedastrijders. De rol van Canada in Afghanistan is sinds deze maand drastisch gewijzigd en uitgebreid, van een beperkte, door de VN goedgekeurde stabiliseringsmacht rond de relatief rustige Afghaanse hoofdstad Kabul, tot veruit de grootste Canadese detachering op dit moment in het veel vijandiger Kandahar, een basis van het verdreven Talibaanregime.

Harper kwam om die riskante rol, vergelijkbaar met wat de Nederlandse militairen gaan doen in de aangrenzende provincie Uruzgan, te ondersteunen - niet alleen tegenover de Canadese militairen in het gebied zelf, maar met name ook tegenover de Canadese bevolking, waarvoor de fundamentele wijziging van de Canadese missie in Afghanistan vrij ongemerkt is gepasseerd.

De operatie toont Canada in 'een internationale leiderschapsrol', aldus de premier tegenover het leger. 'We zijn een verplichting aangegaan, en daar lopen we niet voor weg bij de eerste tekenen van tegenslag. Dat zal zo blijven zolang ik dit land leid.'

De eerste tekenen van tegenslag zijn inmiddels tot Canada doorgedrongen. Een voorbode kwam in januari, toen een Canadese topdiplomaat omkwam en drie militairen gewond raakten bij een zelfmoordaanslag op het konvooi waarin ze reisden, nabij Kandahar. Sinds het voltallige Canadese contingent zich in zuidelijk Afghanistan heeft gevestigd, zijn ten minste twee militairen omgekomen en twee ernstig gewond geraakt. Een schrikbarend voorval was met name de aanval op de Canadese soldaat Trevor Greene, door een jonge Afghaan gewapend met een bijl. Greene raakte gewond aan zijn hoofd en is deze week teruggebracht naar Canada.

Berichten over deze incidenten, zijn plotseling aan de orde van de dag. In totaal zijn er tot nu tien Canadese slachtoffers gevallen in Afghanistan.

[Vervolg CANADA: pagina 5]

CANADA

'Deze missie is oorlogsachtig'

[vervolg van pagina 1]

De doden hebben Canada bewust gemaakt dat 's lands militairen in Kandahar niet in de eerste plaats een humanitaire vredesmissie uitvoeren, gekenmerkt door het bouwen van scholen of het afleveren van hulppakketten, zoals Canadezen graag zien. In plaats daarvan voeren ze een oorlog, tegen gevaarlijke vijanden die hen willen verdrijven. Jack Layton, leider van de sociaal-democratische NDP in het Lagerhuis, constateerde dat er sprake is van een 'oorlogsachtige missie'. Hij riep op tot een debat in het parlement.

De realisering dat het menens is in Kandahar werd nog eens versterkt door het hoofd van de Canadese strijdkrachten, Generaal Rick Hillier. Hij waarschuwde deze maand dat de missie in zuidelijk Afghanistan tenminste tien jaar kan gaan duren. Overigens moet nog een politiek besluit over verlenging van het Canadese mandaat worden genomen. Hillier had in de aanloop tot de nieuwe operatie al gezegd dat zijn soldaten op 'tuig' jagen en dat 'we in staat moeten zijn mensen te vermoorden' - fikse spierballentaal van een soort dat over het algemeen beter ligt in de VS dan in Canada.

Niet iedereen in Canada is dan ook gelukkig met de robuustere rol. Critici menen dat de nieuwe missie niet strookt met de traditionele voorkeur van Canada om militair op te treden als vredesstichter onder de vlag van de Verenigde Naties. Met de verplaatsing van de operatie van Kabul naar Kandahar is Canada vrij stiekem overgestapt van een multilaterale wederopbouwmissie op een meer offensieve opstelling aan de zijde van de Verenigde Staten, menen zij. Dat zou voornamelijk zijn gebeurd ter verzoening met de regering in Washington, die was gepikeerd over de Canadese weigering om mee te doen aan de oorlog in Irak.

'Dit is achter de schermen gedaan omdat de Canadese bevolking er nooit mee akkoord zou zijn gegaan', meent Stephen Staples, militair analist bij het Polaris Instituut in Ottawa. 'Canadezen hadden geen idee van de verschuiving naar het zuiden. Er is geen debat over gevoerd. Nu het duidelijk is dat de beslissing is genomen, dat we betrokken zijn bij de Amerikaanse operatie Enduring Freedom, wordt er met de vlag gezwaaid om andere meningen de kop in te drukken. De kogel is door de kerk, we vechten met de Amerikanen in de oorlog tegen terrorisme.'

De nieuwe aanpak, in gang gezet door de vorige, liberale regering met als doel om militair 'van groter nut' te zijn voor bondgenoot de VS, riskeert volgens Staples ernstige gevolgen aan het thuisfront. 'Hoe meer we betrokken raken bij de oorlog tegen terrorisme, hoe groter het risico op terreuraanslagen hier,' waarschuwt hij. 'Dat hebben we al gezien in andere landen, zoals Spanje, Groot-Brittannië en Australië.'

Niettemin wordt de missie in Afghanistan vooralsnog gesteund door de Canadese bevolking. Een opiniepeiling wees deze week uit dat 55 procent achter de nieuwe operatie staat; 41 procent is tegen. Er bleek echter ook onduidelijkheid te bestaan over de aard van de operatie. Ruim tweederde van de ondervraagden geloofde dat het hoofdzakelijk gaat om een vredesmissie.

Volgens premier Harper, 'is het in ons nationale belang om erop toe te zien dat Afghanistan een vrij, democratisch, vreedzaam en veilig land wordt'. 'Dit is een van de belangrijkste missies die Canada heeft ondernomen in lange tijd.' Hij voelt niets voor het voeren van een nieuw debat 'We hebben mannen en vrouwen ter plaatse en het is tijd om hen te steunen.'