Iemand kwijtraken

Het Ro Theater komt met een nieuwe bewerking van de Bernlefs roman “Hersenschimmen'. Joop Keesmaat: “Er zit vast veel van mijn moeder in mijn spel.“

Joop Keesmaat in “Hersenschimmen' foto Leo van Velzen Rotterdam, 14/03/06. Beeld uit de voorstelling "Hersenschimmen" naar het boek van J. Bernlef, bij het Ro Theater. Regie Guy Cassiers met o.a. Joop Keesmaat, Katelijne Damen , Guus Dam . Premiere 18 Maart 2006. Foto Leo van Velzen. Velzen, Leo van

“Het is net of er iemand anders in mij woont die zich een ander huis herinnert', zegt Maarten Klein in de roman Hersenschimmen uit 1984 van J. Bernlef. Ook in de gelijknamige film die cineaste Heddy Honigmann vier jaar later maakte, klinken deze verontrustende woorden. En acteur Joop Keesmaat komt in de toneelversie van regisseur Guy Cassiers bij het Ro Theater tot dezelfde ontluisterende ontdekking. Alsof er iemand anders in je woont... dat is inderdaad om radeloos van te worden.

Met Hersenschimmen neemt Keesmaat afscheid van het theater. Daags voor de première op 18 maart aanstaande bereikt hij de 63-jarige leeftijd. Maar of het een écht afscheid wordt? Keesmaat aarzelt: “Als ik in augustus gebeld word voor een prachtrol met een droomregisseur, zal ik niet snel “ja' zeggen. Ik ga de stilte opzoeken. Nu wil ik me eerst concentreren op de rol van de dementerende Maarten Klein. Dit besef van afscheid is een goede drijfveer.“

De ontreddering van Bernlefs hoofdpersoon is huiveringwekkend, zowel in de roman als de film en op het toneel. Elke kunst geeft een andere vorm van die desoriëntatie te zien. Acteur Joop Keesmaat bevindt zich in een sinister decor. Het plafond en de zijwanden kunnen met een enkele beweging openklappen, waardoor het huis doorzichtig wordt. Meubilair en piano hangen aan staalkabels. Alles kan zweven. De film van Honigmann is opgenomen tijdens de zware sneeuwval in Nova Scotia, Noord-Canada. Daar had de filmploeg een eenzaam, verlaten huis gevonden. Heddy Honigmann herinnert zich dat alles steeds witter werd. Dat klopte mooi bij het onderwerp: het geleidelijke vervagen van het bewustzijn van Maarten Klein. De romanlezer zal zich in zijn fantasie een eigen beeld scheppen.

Het Rotterdamse gezelschap oefent in schouwburg De Kring in Roosendaal. De tekstbehandeling van Joop Keesmaat als Maarten en Katelijne Damen als echtgenote Vera is nog niet waterdicht. Tijdens het gesprek zegt Joop Keesmaat later: “Voor het eerst in mijn carrière beschouw ik het als een voordeel de tekst niet helemaal te kennen. Al repeterend vullen wij elkaar aan, verbeteren elkaar. Deze vorm van aanwijzingen geven kun je ook doortrekken naar de voorstelling. Dan kom je dicht bij de kern van Hersenschimmen. Maarten beseft dat dementie hem snel in de greep heeft gekregen. De ziekte overvalt hem. Opeens weet hij niet meer wat hij enkele minuten eerder heeft gedaan. Hij slaat bijvoorbeeld een vastgevroren ruit in om de hond binnen te laten. Als kort daarna een timmerman komt om het venster te repareren, dan weet hij niet wat die jongeman daar staat te doen.“

Schrijver J. Bernlef is altijd al gefascineerd door de werking van de menselijke geest. In veel van zijn boeken doet hij verslag van deze belangstelling. Niet alleen Hersenschimmen, ook een roman als Eclips (1993) gaat over de mechanismen van het menselijk brein. Hij zegt: “Als de kracht van je geheugen stokt, verlies je je identiteit. De bodem valt uit je bestaan. Iemand bouwt zijn identiteit op uit zijn geheugen. Haperingen in de menselijke geest hebben aangrijpende gevolgen, zowel voor het slachtoffer als voor de dierbaren in zijn of haar nabije omgeving. Je raakt iemand kwijt. En voor degene wiens geheugen langzaam uitgewist wordt, gaat zijn of haar wereld teloor.“

Jonger

Aanvankelijk achtte Bernlef het onmogelijk om Hersenschimmen te verfilmen, vanwege het verinnerlijkte karakter ervan. De schrijver begeeft zich in het hoofd van Maarten Klein. Maar nadat hij het script van regisseuse Heddy Honigmann had gelezen, merkte hij op: “Je bent heel dichtbij.“ Honigmann koos in haar film voor “de rijkdom van het realisme'. Honigmann: “Voor de hoofdrol vroeg ik Joop Admiraal. Die was destijds beduidend jonger dan zeventig jaar, maar dat vond ik juist een grote kracht. In mijn visie gaat Hersenschimmen over veel meer dan het proces van dementering, het gaat over het gevecht tegen de dood. Dat Joop Admiraal en zijn medespeelster Marja Kok jonger waren, maakt die strijd hartbrekender.“

De stap van boek naar film is er een van innerlijk naar uiterlijk. Dat geldt ook voor de toneelbewerking. Honigmann en Joop Admiraal bezochten bejaardentehuizen om de bewoners te observeren. Joop Admiraal keek naar de bewegingen van oude mensen, hoe ze staan en de manier waarop ze in een soort leegte staren. “Het is onmogelijk“, zegt Honigmann, “in iemands hoofd te kijken. Ik gebruik dan ook geen trucs als verscheurde beelden. Het script staat vol handelingen, dat is belangrijk, anders heb je niks. Alles wat er misgaat in Maartens hoofd, drukt Joop Admiraal uit in een handeling. Een mooie scène is wanneer hij zegt: “Ik ben zo licht als lucht.' Dan klampt hij zich vast aan een trapleuning, als om aan te geven dat hij anders werkelijk in de lucht zou opstijgen.“

Zowel Joop Admiraal als Joop Keesmaat zoeken hun inspiratie voor het spel dichtbij. Admiraal maakte in 1982 de legendarische solovoorstelling U bent mijn moeder over dementie. Hierin vertolkte hij zowel de rol van zijn oude moeder als de jongeman die haar bezoekt. Joop Keesmaat deed ideeën op voor zijn vertolking van Maarten Klein dank zij de bezoeken die hij bracht aan zijn moeder. Zij leed aan depressiviteit en werd zestien jaar verzorgd in een tehuis bij Noordwijk.

Keesmaat: “In de ontvangstzaal zaten veel mensen met de ziekte van Alzheimer. Ik heb destijds nauwlettend hun gebaren gadegeslagen. In die ruimte gebeurde veel wonderlijks. Een man die vroeger groenteboer was geweest en met paard en wagen langs de huizen ging, stalde elke avond zijn paard. Dan reed hij met zijn invalidenwagentje naar de deur van de toiletten en liet daar zijn paard achter. Hij verkeerde echt in de veronderstelling dat hij op de bok zat. Deze voorstelling komt voor mij dichterbij dan alles wat ik eerder speelde. Nu ik de zestig ben gepasseerd, denk ik vaak aan de dood. Doodgaan is een vanzelfsprekend onderdeel van het leven. Ik woon vierhoog in een flat in Rotterdam. Soms registreer ik dat ik moe ben van het trappenlopen, want ik neem liever geen lift. Dan denk ik: “Ik lijk wel honderd'. Ik bezocht mijn moeder regelmatig. Er zit vast veel van mijn moeder in mijn spel en ook van mijn vader. Het voelt alsof ik twintig jaar naar deze rol heb toegewerkt.“

Keesmaat kan terugblikken op een carrière bij uiteenlopende gezelschappen als Toneelgroep Theater in Arnhem en het politiek bewuste gezelschap Proloog uit Eindhoven. Zijn eerste ervaringen op het podium deed hij op als leerling aan de balletschool in Rotterdam. Tijdens de repetitie in Roosendaal valt op dat Keesmaat uit zijn ervaring kan putten. De dementerende Maarten Klein beweegt zich alsof hij steeds onwenniger in de wereld staat. Keesmaat weet de ontreddering te vertalen in stil en tegelijk betekenisvol spel. Videocamera's vangen zijn gezicht. Hij spreekt de toeschouwer rechtstreeks en indringend aan. De jaren bij het geëngageerde Proloog leerden hem dat toneel rauw moet zijn, onmiddellijk met het leven verbonden.

Niet te vroeg

Joop Keesmaat en regisseur Cassiers hebben zich ten doel gesteld in hun voorstelling van Hersenschimmen de geestelijke ontreddering van Maarten Klein niet te vroeg te tonen. “We moeten de ernst van het ziektebeeld zo transparant mogelijk houden en opschuiven. Aanvankelijk is onze stijl realistisch; we beginnen in een huiskamer die op het eerste gezicht doodnormaal lijkt. We gebruiken echte kopjes, er klinkt getinkel van bestek. Geleidelijk begint er van alles te verschuiven. Met middelen als licht, video en geluid laten we zien dat dit realisme wordt gebroken. Langzaamaan blijft van het decor, dat eerst een gezellige woonkamer was, alleen het staketsel over. Maar voor Maarten is er feitelijk niets aan de hand. Zijn vrouw en de toeschouwers nemen echter wel waar dat hij niet meer coherent denkt. Dat is de grote tragiek van dementie: de mensen zelf weten niet dat zij in een andere wereld verblijven. Ik speel het zo alsof Maarten en Vera het samen heel plezierig hebben. Er is niets aan de hand. En ach, die vergeetachtigheid van Maarten is niet meer dan een vuiltje aan de lucht.“

De kostumering is van belang in deze voorstelling. Keesmaat zelf draagt een donkere pantalon en een wit overhemd. Zijn vrouw Vera echter ziet hij als een steeds jongere verschijning. Zij zal zich vaker verkleden en tot slot de jonge vrouw zijn die Maarten in haar begint te zien, of beter gezegd: projecteert.

Al in de tijd van Proloog was Keesmaat geïnteresseerd in de wijze waarop de wereld in elkaar zit. Die belangstelling zet zich voort in Hersenschimmen: hij wil weten hoe iemands geest werkt en hoe die geest dus ook kan ontsporen. Keesmaat: “Het ergste is als iemand zijn verwanten niet meer herkent. Als je als zoon of dochter uit het leven van een van je ouders verdwijnt, is dat aangrijpend. Dit is een toneelstuk over “op weg naar het einde', als ik het zo mag formuleren. Ik houd mijn tekst welbewust open. Een woord als “kruipolie' klinkt voor Maarten opeens bizar. Ik herhaal het zo vaak als ik wil. Probeer het maar eens, zeg tien keer “kruipolie' en het is of het een woord is uit een vreemde taal.

Wat het boek, de film en de toneelvoorstelling met elkaar verbindt, is de energie die eruit spreekt. Heddy Honigmann vindt het boek “vol levenslust' en Joop Keesmaat zegt dat hij “zeker niet zielig gaat spelen'. “Bernlef begint zijn roman met herkenbare taal“, aldus Keesmaat, “maar geleidelijk verdwijnt die alledaagsheid en komt er een verbrokkelde taal voor in de plaats. Maarten raakt verstrikt in zinnen die niet meer volgens de taalkundige logica zijn gebouwd. Aan het slot vallen er lange stiltes. Het is zo prachtig voor een acteur om een tekst als de volgende uit te spreken: “Doodstil zitten en toch een vermoeden onderdeel uit te maken van een grotere beweging... niet waarneembaar... een mossel onder de kiel van een varend schip'.“

Joop Keesmaat staat dicht bij zijn tekst; nu fluistert hij alsof hij al in het spel is gevangen: “... geen namen... geen gezichten meer... alleen ademen...“

“Hersenschimmen' naar de gelijknamige roman van J. Bernlef door het Ro Theater. Première: 18/3 Rotterdamse Schouwburg. Tournee t/m 3/6. Inl.: 010-4046888; www.rotheater.nl