Ich bin ein New Yorker

Jay McInerney, bekend van zijn satires over het yuppieleven in New York, schreef een ontroerende roman over liefde in de schaduw van de weggevaagde Twin Towers. Zijn hoofdpersonen zijn oude bekenden van de lezer. “The Good Life gaat over niet langer jong zijn.'

Hij was vroeg op, die ochtend; veel vroeger dan gewoonlijk als hij in New York was. Iets na half negen stapte hij uit bed om het rolgordijn open te doen; maar toen het bijna opgehaald was, kwam de ketting vast te zitten. Terwijl hij bezig was met repareren zag hij uit zijn ooghoek een oranje flits. Vanuit het raam kon hij de torens van het World Trade Center zien, en met één ervan was iets raars aan de hand. Hij realiseerde zich niet wat dat was, totdat hij gebeld werd door een kennis die zei dat hij snel de televisie aan moest zetten. De rest van de morgen bracht hij door met het afwisselend kijken uit het raam en naar het scherm, waar min of meer hetzelfde te zien was.

Het was 11 september 2001, en Jay McInerney, de wereldberoemde chroniqueur van het New York van de jaren tachtig, dacht dat de Amerikaanse literatuur nooit meer dezelfde zou zijn. In de weken na de ramp schreef hij zelfs in een column dat hij de roman waaraan hij had gewerkt - een satire over “hetzelfde New York dat net voorgoed veranderd is' - nooit zou afmaken. “Ironie is dood' citeerde hij de hoofdredacteur van het maandblad Vanity Fair.

Minder dan vijf jaar later zit McInerney in een Amsterdams hotel, en doet hij de publiciteit voor zijn nieuwe roman The Good Life, het verhaal van twee stuklopende huwelijken in de nasleep van 9/11. Hij is een klein beetje gegeneerd als hij wordt geconfronteerd met zijn uitspraken uit de herfst van 2001. “Natuurlijk, er zijn wel grotere tragedies geweest, en die hebben de roman ook niet irrelevant gemaakt. Maar in die maanden na de ramp leek het onbestaanbaar dat je nog fictie zou produceren. Dat geloofde ik echt, hoe raar het ook klinkt. En nadat dat gevoel was weggeëbd, wilde ik vooral schrijven over het veranderde bewustzijn en de veerkracht van de New Yorkers. Toen de puinhopen rookten, dacht iedereen dat er een enorme exodus uit de stad op gang zou komen. In plaats daarvan bleek iedereen op een stimulerende manier uitgedaagd; er ontstond een “Ich bin ein New Yorker'-gevoel.

,,De ironie was dat ik in de nazomer van 2001 bezig was aan twee romans. De ene ging over een terroristische aanslag bij een filmpremière - die kon ik meteen weggooien. De andere was een lichte satire over New York in de late jaren negentig, de periode waarin het leek alsof Amerika al zijn problemen had opgelost. Bill Clinton werd als president steeds populairder, de economie maakte een bloeitijd door, op de beurs en in de politiek riepen mensen “Het oude paradigma is verschoven' en “We hebben een nieuwe economie opgebouwd'. Dat moest wel fout gaan. De aanslag op de Twin Towers was uiteindelijk de dolk in de ballon, maar die was al aan het leeglopen; George W. Bush trad aan in januari.“

Aswoensdag

De hoofdstukken die McInerney al had geschreven - onder meer het verslag van een diner van New Yorkse literati - zijn uiteindelijk het eerste deel geworden van The Good Life, dat nu in het Nederlands vertaald is onder de - ironische - titel Het goede leven. De even humoristische als ontroerende roman begint op de avond van de tiende september met een kijkje in de levens van de twee begin-veertigers die de hoofdrol spelen, Corrine Calloway (ongelukkig getrouwd, moeder van twee kinderen, scenarioschrijfster in spe) en Luke McGavock (miljonair in ruste, vader van een verwende en losgeslagen dochter, ongelukkig getrouwd). Hun eerste ontmoeting heeft plaats in downtown Manhattan, op de ochtend na 9/11 (“Aswoensdag'), waarna hun liefde-op-het-eerste-gezicht zich ontwikkelt in de schaduw van Ground Zero, waar Corrine en Luke als vrijwilligers in de gaarkeuken voor de reddingsploegen werken.

De dag van de ramp blijft in The Good Life buiten beschouwing. Volgens McInerney omdat hij ,,niet wilde dramatiseren wat toch al onuitwisbaar was. Zoiets zou het verzonnen verhaal verpletteren. Iedereen heeft de beelden gezien en de verhalen gehoord. Er is zoveel over die dag geschreven, nu was het tijd voor de echo's.'' Echo's die door McInerney terughoudender worden behandeld dan de lezers van zijn eerdere romans (zie kader) zouden verwachten. “De toon werd gedicteerd door de gebeurtenissen. Als je een klucht over New York City wilt schrijven, dan kun je 9/11 er beter uitlaten; dan moet je schrijven zoals Candace Bushnell, die in Lipstick Jungle een imaginair New York beschrijft waarin de aanslag op de Twin Towers nooit lijkt te hebben plaatsgevonden. The Good Life is niet zo flamboyant als Brightness Falls, de eerste roman die ik schreef over Corrine en haar echtgenoot Russell. Je ziet me stilistisch minder uitpakken dan ik me eigenlijk had voorgesteld. En ook de romanfiguren proberen elkaar verbaal niet zo de loef af te steken. Er zit in de roman weinig wit for wit's sake.'

McInerney's stijl is dus veranderd door 9/11; toepasselijk, want The Good Life is een boek over verandering. Bijna alle personages nemen aan dat hun leven na de val van de torens anders zal zijn, dat ze trouwere echtgenoten, betere ouders, verantwoordelijkere consumenten worden. Maar in de praktijk valt dat tegen, en aan het eind van de roman lijkt er weinig veranderd. De schok mag dan groot zijn geweest, al snel herneemt iedereen zijn oude leven, door de gedesillusioneerde Luke getypeerd als “Live to spend, dress to kill, shop and fuck your way to happiness.'

McInerney: “Zo somber zou ik het zelf nooit stellen. Maar de menselijke natuur wordt nu eenmaal niet noodzakelijkerwijs beter van rampen - als dat niet na de Holocaust gebeurde, dan heus niet na 9/11. En ook ons eigen leven een nieuwe draai geven is moeilijker dan we denken; je kunt hoogstens je koers verleggen. In The Good Life is het Luke die het meest verandert. Niet alleen gaat hij weg bij zijn door geld en status geobsedeerde vrouw, en verzoent hij zich met zijn ontspoorde dochter, ook ontwikkelt hij - onder invloed van zijn wonderbaarlijke overleven - een moreel bewustzijn. Hij betoont zich bovendien een typische post-9/11 New Yorker, die gaat nadenken over de voor- en nadelen van het stadleven.'

Pistool en psychiater

Jay McInerney is zelf pas sinds kort weer een voltijds New Yorker. Jarenlang bewoog hij zich tussen Manhattan en Tennessee, waar zijn derde (ex-)vrouw en twee jonge kinderen woonden. ,,Het Zuiden is een tijd lang een helende kracht voor me geweest,“ zegt de 51-jarige schrijver, die in de jaren tachtig berucht was om zijn drank- en drugsgebruik. ,,Maar een zuiderling ben ik nooit geworden, het leven daar maakte me er juist van bewust hoe New Yorks ik was. Het forensen tussen noord en zuid zorgde gaf me de kans om bepaalde dingen duidelijker te zien. In New York City word je vreemd aangekeken als je een pistool of geen psychiater hebt - in het Zuiden ligt dat precies omgekeerd.

“Nog opvallender is het gebrek aan historisch besef van de New Yorkers. In Rome rijden ze met Vespa's door de ruïnes, in Parijs wordt op elke straathoek het glorieuze verleden verheerlijkt, en in Nashville wordt je de weg gewezen met de aanwijzing “linksaf bij het afgebrande postkantoor' - dat dan al vijftig jaar geleden blijkt te zijn afgebroken. Maar New York koestert zijn historische monumenten niet. Geen wonder dat een van de personages in The Good Life zegt: “New York heeft geen collectief geheugen.' De ironie is dat juist de gebeurtenissen van de elfde september daar enigszins verandering in hebben gebracht.

“Door de meeste Amerikanen wordt het stadsbestaan trouwens gezien als een onnatuurlijke manier van leven. Het mythische gevoel dat Amerika zich van de Oude Wereld onderscheidt door wide open spaces en afkeer van de grote stad zit diepgeworteld. En het leek alsof dit pastorale ideaal driedubbel versterkt werd door de aanslag op het WTC. Plotseling overwogen heel wat New Yorkers, vooral mensen met kinderen, om te verhuizen naar het platteland, waar de kans op terroristische aanslagen kleiner is. Ik heb dat verwerkt in The Good Life: Russells beste vriend Washington, een echte stadsrat, volgt zijn familie naar de provincie.''

Je kunt je afvragen of Washingtons emigratie een kwestie van angst voor terrorisme is of gewoon de beslissing van een middelbaar echtpaar dat de stad uit wil. Want behalve een elfseptemberroman is The Good Life ook een verhaal van in elkaar grijpende midlifecrises, zoals het motto van John Cheever (“Ik kan in deze levensfase hoogstens een soort eenzaamheid zien') suggereert. McInerney: “De roman had even goed Love in Middle Age kunnen heten; hij gaat over het capituleren voor de middelbare leeftijd. Brightness Falls is een roman over jeugd, The Good Life over niet langer jong zijn. In Amerika geloven we dat je jezelf altijd opnieuw kunt uitvinden, maar als je veertig, vijftig bent, moet je beseffen dat een nieuwe start heel moeilijk wordt. Als je getrouwd bent en kinderen hebt, kun je bijvoorbeeld niet verliefd worden zonder ingrijpende gevolgen.

“Het huwelijk vind ik een fascinerend onderwerp, waarschijnlijk omdat ik er zelf zo slecht in ben; ik ben drie keer getrouwd geweest. “Marriage is impossible, ik ben er niet zeker van dat het een natuurlijke staat is; biologisch gezien is levenslange monogamie niet erg functioneel. Russell en Corrine zijn in The Good Life al 23 jaar bij elkaar. De wereld ziet hen als het ideale koppel, als studieliefjes die een voorbeeld zijn voor alle falende echtelieden; iedereen lijkt ook al weer vergeten hoe moeilijk ze het gehad hebben in het midden van de jaren tachtig. Hun schijnbaar perfecte huwelijk is een mooi uitgangspunt, net als de worsteling van Corrine met haar liefde voor Luke.

“Corrine noemt zichzelf een “connoisseur van het schuldgevoel'. Ze voelt zich als Scobie in Graham Greene's The Heart of the Matter, de roman over liefde en huwelijk, trouw en ontrouw die ze tot een filmscenario heeft bewerkt. Hoe erg Russell haar ook bedriegt, ze durft niet toe te geven aan haar verliefdheid, omdat ze weet dat die gepaard zal gaan met schuldgevoel - tegenover haar man, tegenover haar kinderen. Schuldgevoel komt in je leven zodra je kinderen krijgt, maar het is natuurlijk een typisch katholiek thema. Je kunt aan deze roman goed aflezen dat ik afstam van strenge Ierse katholieken.“

Dood in de pot

Als Corrine halverwege The Good Life met Luke meegaat naar zijn pied-à-terre ziet ze op de boekenplank The Corrections van Jonathan Franzen, McInerney's concurrent op het gebied van de stadsroman. “Als ik ooit een boek schrijf, noem ik het The Mistakes,' zegt ze tegen haar minnaar. McInerney geeft toe dat hij de titel voor zijn eigen roman overwogen heeft. “Fictie moet wel gaan over fouten en dingen waar mensen spijt van krijgen, want zoals Tolstoj zou zeggen: alle gelukkige mensen zijn gelukkig op dezelfde manier, en dat is de dood in de pot voor de romancier. Toch betekent dat niet dat je pessimistische boeken moet schrijven. Neem nu The Good Life. Zonder al te veel te verklappen, mogen we zeggen dat ze elkaar niet krijgen, en dat kun je een ongelukkig einde noemen. Maar toch: Luke geeft Corrine op omdat hij beseft dat hij haar ongelukkig zou maken door haar uit haar gezin te rukken. Dat is de hoogste vorm van liefde, want zoals zijn moeder tegen hem zegt: liefde heeft soms meer met opgeven te maken dan met bezit.“

McInerney voegt eraan toe dat hij “de deur wijd open' heeft gelaten, en dat hij zeker nog een derde roman over Russell, Corrine en Luke wil schrijven. “Ik hou van schrijvers die hun romanfiguren her en der laten opduiken, zoals Balzac, die met behulp van terugkerende personages een hele stad, een heel land aan elkaar stikte. John Updike boekstaafde het leven van zijn elckerlyc Harry “Rabbit' Angstrom in vier romans die met tussenpozen van tien jaar verschenen. Updike beschreef kleinsteeds Amerika, ik ga werken aan een universum in fictie dat mijn versie van New York City zal zijn.'

Jay McInerney: The Good Life. Bloomsbury, 360 blz. 26,- De Nederlandse vertaling, van Mathilde Holkamp en Maarten Polman, is verschenen bij De Bezige Bij, 414 blz. 19,90.