Het refrein van Corus

De kogel is door de kerk. Een aluminiumkogel, dat wel, want het metaalconcern Corus verkoopt zijn aluminiumdivisie voor 826 miljoen euro aan het Amerikaanse bedrijf Aleris. Dat is meer dan de driekwart miljard die het Franse Pechiney drie jaar geleden wilde neertellen, hoewel er detailverschillen zijn. Er is nóg een belangrijk verschil tussen toen en nu: de raad van commissarissen van Corus Nederland, het voormalige Hoogovens, kan zich ditmaal in de verkoop vinden. Dat was in 2003 wel anders, toen bestuur en commissarissen elkaar tot aan de rechter bevochten over de destijds voorgenomen verkoop.

Verzet valt nog wel te verwachten van het personeel, want de aluminiumsmelters in Delfzijl en het Duitse Voerde worden niet ook verkocht, net als in 2003. Niemand lijkt ze te willen hebben. De oplossing, een langdurig leveringscontract met de nieuwe eigenaar van de aluminiumdivisie, lijkt op papier mooi. Maar ook een langjarig contract is eens voorbij, waarna de toekomst voor de smelters wederom onzeker is.

De verkoop van het aluminium door moeder Corus is een nieuwe episode in de bewogen geschiedenis van Hoogovens. Nu de staalsector opnieuw door een golf van fusies en overnames wordt beheerst, lijkt een volgende wisseling van eigenaar een kwestie van tijd. Corus doet het goed, en behaalde over 2005 een mooie winst, geholpen door gunstige staalprijzen en effectieve sanering onder de Franse topman Philippe Varin. In de huidige strijd tussen giganten als Mittal Steel en het pan-Europese Arcelor is Corus een maat te klein.

Een overname hoeft geen bezwaar te zijn, integendeel. Als de geschiedenis van de afgelopen zes jaar iets heeft getoond, dan is het dat de als fusie vermomde overname van Hoogovens door British Steel, waarbij Corus in 1999 werd gevormd, uiterst ongelukkig heeft uitgepakt. British Steel bleek een zwakke partner, die niettemin de dienst wilde uitmaken. Hoogovens was al vergaand gesaneerd en gemoderniseerd. Sindsdien heeft de Nederlandse tak hard moeten zwemmen om niet door de Britse drenkeling onder de golven te worden getrokken. Ook vorig jaar, zes jaar na de vorming van Corus, zorgden de Nederlandse activiteiten voor meer dan tweederde van het resultaat van de groep.

Met het afstoten van de aluminiumtak is Corus meer dan voorheen een overzichtelijk staalconcern - hoewel staal er in alle soorten en maten is, en bedrijven onderling flink kunnen verschillen. Kan het zichzelf dan maar beter te koop zetten? Het antwoord is: ja. Al was het maar om een eigenaar te krijgen die de Nederlandse tak eindelijk eens op zijn waarde schat. En in zijn waarde laat.