Geweldsspiraal in Irak

Met te veel geweld en te weinig politiek gaan de Amerikanen in Irak een dreigende burgeroorlog te lijf. Hoewel, dreigend? In feite ís er al sprake van een burgeroorlog. Hoe anders moet men de eindeloze reeks aanslagen, liquidaties en afrekeningen noemen, en de permanente onveiligheid, angst en verdeeldheid die hiervan het gevolg zijn?

Militair gezien zijn er ongetwijfeld redenen aan te voeren waarmee het gisteren begonnen offensief van de Amerikaanse strijdkrachten kan worden gerechtvaardigd. Maar de gevechtsacties zijn meer van hetzelfde: gewelddadigheden die de strijdende etnische en religieuze partijen uiteendrijven. Een politieke oplossing raakt steeds meer uit zicht.

Officieel is een burgeroorlog niet afgekondigd. Zo gaat het ook niet. De ingrediënten ervoor liggen echter klaar en komen periodiek tot ontbranding. De traditionele verdeeldheid in Irak is daar uiteraard debet aan, maar de eenzijdig samengestelde veiligheidstroepen en het onvermogen van de Amerikanen om in het land een zekere mate van saamhorigheid te kweken, spelen een even grote rol in de geweldsspiraal.

Het Amerikaanse offensief lijkt zich te concentreren rond Samarra, de stad waar op 22 februari de koepel van de shi'itische Gouden Moskee werd opgeblazen door, naar algemeen wordt aangenomen, sunnitische rebellen. Met grote gevolgen: veel doden en escalatie van het geweld in het hele land. De Amerikaanse troepen richten zich voornamelijk tegen sunnitische verzetsstrijders die zich in en rondom Samarra zouden ophouden. Het zou gaan om de grootste militaire (lucht)operatie sinds het begin van de Amerikaans-Britse invasie in Irak.

Van een politiek proces is intussen nauwelijks sprake. Weliswaar kwam in Bagdad gisteren het Iraakse parlement voor het eerst sinds de verkiezingen bijeen, maar dit heuglijke feit werd overschaduwd door talloze aanslagen en de impasse over de vorming van een regering. Ook aan de onderhandelingstafel gaat de strijd tussen Koerden, sunnieten en shi'ieten gewoon door. Het wakkert het vuur op straat alleen maar aan.

Washington, schrijft de Amerikaanse defensiespecialist Stephen Biddle in de jongste uitgave van het gezaghebbende Foreign Affairs, moet met harde hand de drie grote bevolkingsgroepen van Irak tot een constitutioneel compromis dwingen. Goed gezegd, maar hoe doe je dat? Biddle heeft een sterk punt: dat kan alleen als de veiligheidstroepen een werkelijke afspiegeling van de bevolking vormen. Dat is nu geenszins het geval. Het overhaast samengestelde Iraakse leger wordt voornamelijk gerekruteerd uit Koerden en shi'ieten. De sunnieten staan erbuiten. En ze zijn, kan men zeggen, het slachtoffer. Met andere woorden: van een militaire machtsbalans tussen de drie bevolkingsgroepen is geen sprake. Maar die is nu juist een vereiste voor rust op straat en concessies in de politiek.

Het is een misvatting om te veronderstellen dat dit Amerikaanse offensief tot een oplossing leidt van de onderliggende problemen in Irak. Die blijven onaangeroerd, waardoor de verdeeldheid toeneemt. De burger betaalt daar de prijs voor. Op de website www.iraqbodycount.org, die het aantal gedode burgers in Irak bijhoudt sinds de invasie, stond de teller vanochtend op minimaal 33.638 en maximaal 37.754. Die meter tikt door.