Geen gif in bloed Milosevic gevonden

Het bloed van Slobodan Milosevic, de ex-president van Servië en Joegoslavië die zaterdag dood werd gevonden in zijn cel in Scheveningen, bevatte geen sporen van gif of de stof rifampicine.

Dit staat in het rapport van het toxicologisch onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) dat vanmiddag is gepresenteerd. Milosevic is volgens de onderzoekers overleden aan een hartinfarct. Van een aantal voorgeschreven medicijnen werden er wel sporen in het stoffelijk overschot aangetroffen.

Eerder deze week zeiden nabestaanden van Milosevic en zijn politieke vrienden in Belgrado dat het Joegoslavië-tribunaal Milosevic had vergiftigd. 'Uit het onderzoek blijkt dat dat niet waar is', zei rechter Fausto Pocar, president van het tribunaal, vanmiddag in een toelichting op het rapport.

Uit onderzoek van enkele weken geleden bleek dat in het bloed van Milosevic rifampicine, een middel tegen tuberculose met als bijwerking dat het effect van medicijnen tegen hoge bloeddruk teniet wordt gedaan. Milosevic had geen tuberculose.

Het NFI lichtte toe dat rifampicine snel uit het lichaam verdwijnt en dat de afwezigheid van sporen slechts beduidt dat het middel enkele dagen voorafgaand aan het overlijden niet werd ingenomen. Pocar benadrukte dat het onderzoek nog niet is afgerond en dat de nu gepresenteerde gegevens voorlopig zijn.

De tribunaal-president maakte vanmiddag ook bekend dat er een extern onderzoek komt naar het regime in de Scheveningse gevangenis. 'Ik heb volledig vertrouwen in de professionaliteit van de gevangenisdirecteur en zijn medewerkers', aldus Pocar.

Eerder deze week werd bekend dat prof. dr. D. Uges, klinisch en forensisch toxicoloog in Groningen, eind februari de stof rifampicine had aangetroffen in het bloed van Milosevic. Volgens Uges slikte hij dit medicijn om de werking van de bloeddrukverlagende medicijnen tegen te gaan. Milosevic wilde voor behandeling naar Rusland.

Milosevic was aangeklaagd voor misdaden in Kroatië, Bosnië en Kosovo tussen 1991 tot 1999. Hij was de belangrijkste verdachte van het speciale VN-tribunaal.