Eerst Rob en dan de anderen

Rob Houwer wordt door velen een omstreden filmproducent genoemd. Hij haalt het onderste uit de kan bij het maken van zijn films, maar is ook een handige ritselaar, zoals deze week bleek.

Rob Houwer en zijn vrouw bij de première van “Het woeden der gehele wereld' 13-03-2006, DEN HAAG. ROB HOUWER EN ZIJN VROUW BIJ AANKOMST BIJ DE PREMIERE. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Een portret van filmproducent Rob Houwer is niet moeilijk te maken. Het ís in feite al geschreven, in de persmap van zijn jongste speelfilm Het woeden der gehele wereld. De film, naar een roman van Maarten 't Hart, is geregisseerd door Guido Pieters. De beschrijving van diens film)werk beslaat in die persmap een halve pagina. Voor 't Hart is anderhalve pagina ingeruimd. En voor Houwer tweeënhalve pagina. Rob, zeggen zij die veel met hem hebben gewerkt, is nooit royaal met credits voor anderen.

In die tweeënhalve pagina staat dat Houwer (geboren in 1937 - dat staat niet in de map) als 18-jarige naar München trok om naar de Filmacademie te gaan. Dat hij in Duitsland een “snelle carrière als regisseur' maakte. Dat hij er een “explosief expanderende productiemaatschappij' oprichtte, Rob Houwer Film, “dat snel een begrip in Duitsland was geworden'. Hij maakte als producent “ambitieuze speelfilms', die “prijzen wonnen op belangrijke festivals', en “spectaculaire documentaires'.

In de beschrijving staan natuurlijk de hits die hij in de jaren zeventig in Nederland produceerde: Wat zien ik? (1971), Turks Fruit (1973) en Soldaat van Oranje (1977), allemaal geregisseerd door Paul Verhoeven. Turks Fruit trok 3,6 miljoen bezoekers, een absoluut Nederlands record, en werd in 1999 uitgeroepen tot Film van de Eeuw. Over de tijd dat hij als producent minder succesvol was - met films als Brandende liefde (Ate de Jong, 1983) en Het bittere kruid (Kees van Oostrum, 1985) - staat in de persmap dat Houwer zich er van bewust is dat “als de regisseur een miskleun is, de film niet kan functioneren'.

De oprichting van Filmnet, een bedrijf voor abonnee-tv, wordt genoemd: “De doorbraak van commerciële televisie in ons land'. De vele bestuursfuncties worden opgesomd die Houwer - pro deo, staat er bij, en dat is ook zo - in de filmsector heeft bekleed. Evenals zijn benoeming tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau en, twaalf jaar geleden, tot honorair consul van Grenada.

Al met al komen we de naam van Houwer in deze persmap 61 keer tegen. Het is aardig om daar dit citaat uit een recent interview met de Volkskrant aan te koppelen. “Ik houd niet van de show. De mooiste film, daar gaat het om. En niet om mijn eigen ego.“

Om het portret af te maken hoeven we dan alleen nog wat legendarische ruzies te memoreren die hij op de set uitvocht. We sommen de regisseurs op die zichzelf plechtig beloofden: nooit werk ik meer met Houwer. En dan noemen we met name Jean van de Velde die na Kleine blonde dood (1993) toch weer met Houwer in zee ging om zijn droomproject Soldaat van Oranje 2 te maken. Het eindigde in rechtszaken - een ervan gewonnen door Houwer, een door Van de Velde. Er moet ook nog in dat Vrij Nederland deze week schreef dat Houwer via een slimme constructie met een Duitse distributeur de financiers van Soldaat van Oranje 2 voorspiegelde dat zijn film internationaal vertrouwen genoot, terwijl Houwer met de distributeur had afgesproken dat zijn productiemaatschappij voor het eventuele verlies garant stond. De film is nooit gemaakt, maar Houwer kreeg een miljoen euro voor gederfde inkomsten en om zijn verplichtingen jegens derden na te komen - die hij vervolgens niet nakwam.

Lachen en rillen

Dat zou een fijn portret worden, met anekdotes om te lachen en te rillen. En na lezing zou de conclusie simpel zijn: deze man is een halve sjoemelaar en een hele ijdeltuit.

Maar zo'n portret doet Houwer geen recht. Want wie medewerkers en zakenpartners uit heden en verleden spreekt - vriend en vijand - hoort niet alleen zulke eigenaardigheden, maar krijgt ook een beeld van zijn kwaliteiten als producent. Guido Pieters, regisseur van Houwers vijftiende en nieuwe speelfilm, Het woeden der gehele wereld, vat het pregnant samen: “Bij Rob is het film, film, film. Dan een hele tijd niets en daarna pas de rest. Dat wil zeggen: daarna eerst hij en dan de anderen.“

Regisseurs met wie hij werkte, roemen Houwer om de wijze waarop zijn producties geregeld zijn. “Hij haalt eruit wat erin zit“, zegt regisseur Pieter Verhoeff, die in 1987 met Houwer Van geluk gesproken maakte. “Hij is niet te beroerd om uit eigen zak te betalen als hij vindt dat er een nieuwe mixage nodig is. Dat zie je zelden bij producenten.“

Ook Houwers vermogen om in een scenario snel de zwakke plekken te zien, wordt geprezen. En zelfs Van de Velde en Verhoeff, twee regisseurs die zich hebben voorgenomen nooit meer met Houwer te werken, zeggen profijt te hebben gehad van zijn voorstellen. Ze hadden minder aan de dagelijkse stroom memo's die de producent naar de set of de montagekamer stuurde met opmerkingen en suggesties, van haardracht tot camera-instelling. Verhoeff stak ze bij Van geluk gesproken ongelezen in zijn zak. Wim Verstappen las ze bij de opnamen van Grijpstra en De Gier hardop voor, tot hilariteit van cast en crew.

Maar er komt een moment, zegt Verhoeff, dat de hulpvaardigheid omslaat in bemoeizucht. Vroegere en huidige medewerkers, en ook een goede vriend als Hans Wiegel, zien een zekere schizofrenie. De minzame en charmante man die zij kennen, verandert tijdens de productieperiode in een tot in alle vezels op het resultaat geconcentreerde tiran. Guido Pieters vroeg het hem ten slotte tijdens de opnamen van Het woeden der gehele wereld: “Als je het allemaal zo goed weet, waarom doe je het dan zelf niet?“ Waarop Houwer weer afstand nam. “Nee, dat kun jij beter.“

Houwer zegt zelf dat hij zich spiegelt aan creatieve producenten als Steven Spielberg en George Lucas - “in een heel klein gebied dan“. Henk van der Meyden, destijds maker van de showpagina in De Telegraaf , zegt dat Houwer hem suggereerde het woord “succesproducent' te gebruiken om Houwer aan te duiden. Jean van de Velde herinnert zich vooral de première van De kleine blonde dood (1993). Voordat de film, een hartverscheurend drama over een vader die zijn zoontje verliest, goed en wel begonnen was, werd in de zaal al gelachen. “Binnen dertig seconden was de naam van Rob vier keer voorbijgekomen.“

“Ja, ik hamer mijn naam er in“, zegt Houwer. “Maar dat is geen ijdelheid. Het is voor de film. Als mijn naam een merknaam voor films wordt, kan ik ze beter verkopen aan bioscoopexploitanten en publiek.“ Hij heeft ook een saillant feit om zijn gelijk te staven. Onlangs bracht hij zijn Nederlandse speelfilms op dvd uit, onder de titel Rob Houwer Collectie. In die reeks, zegt de producent, wordt Het bittere kruid even goed verkocht als Soldaat van Oranje.

Er is een tijd geweest dat Houwer zo ongeveer de enige merknaam voor Nederlandse films was. Dat was in de jaren zeventig, toen hij zijn successen boekte met regisseur Paul Verhoeven. Daar werd de publieksfilm in Nederland uitgevonden. Het begon met Wat zien ik? in 1971. Houwer wilde die eigenlijk zelf regisseren, zegt hij, maar Ineke van Wezel stelde hem voor aan Verhoeven. “Paul had veel meer talent voor regie dan ik“, zegt Houwer en daarmee was zijn regie-carrière beëindigd.

“Rob en Paul hebben elkaar en de Nederlandse film opgestuwd naar grote hoogten“, zegt Remmelt Remmelts, die bij Soldaat van Oranje in dienst trad van Houwer en jarenlang diens vaste productieleider zou blijven. “We waren met zijn drieën“, corrigeert Verhoeven: scenarist Gerard Soeteman droeg de meeste ideeën voor hun films aan. “De combinatie was fantastisch. We konden allemaal iets wat de ander niet kon en dat konden we goed. Rob heeft er een fenomenaal gevoel voor hoe je een film moet uitbrengen.“

Rond de films van Houwer waren er altijd stunts. Koningin Juliana op de première van Soldaat van Oranje. Een Kerstman bij de première van Van geluk gesproken - regisseur Verhoeff: “Ja, de film kwam rond Kerst uit.“ Foto's van naaktscènes werden slim verspreid. En Houwer had een hotline met De Telegraaf. “Henk van der Meyden is misschien nog wel belangrijker voor de Nederlandse publieksfilm geweest dan wij bij elkaar“, zegt Verhoeven.

Op zijn showpagina doorbrak Van der Meyden naar eigen zeggen “de arrogantie van de filmrecensenten die pas over een film schreven als die in de bioscoop kwam. Ik schreef over de ruzies en romances op de set. En Rob was de eerste in Nederland die inzag welk effect dat kon hebben. Hij belde mij tijdens de opname van Turks Fruit: “Monique wordt nu kaalgeschoren!' Dan kwamen wij foto's maken van een kale Monique van de Ven. Zo ontstond er een hype rond die film.“

Neergesabeld

De première van Het woeden der gehele wereld, die in de pers deze week werd neergesabeld, vond maandag plaats in Den Haag. Heel slim, zeiden de schaarse vertegenwoordigers van de filmwereld er tegen elkaar. Het doorsnee premièrepubliek in Amsterdam - soapies en filmbonzen - had de film nooit zo enthousiast begroet als het met film weinig verwende Haagse publiek van (oud)politici als premier Balkenende, staatssecretaris Van der Laan, Ed. van Thijn, Aad Kosto, Ed Nijpels, Herman Heinsbroek en Ferry Hoogendijk. “Rob houdt van notabelen om zich heen“, zegt Ineke van Wezel.

In vrijwel alle recensies kwam ter sprake hoe ouderwets Het woeden der gehele wereld aandeed. Remmelts legt een verband met de positie van Houwer nu. Zijn grote periode als producent ligt achter hem en hij is altijd op zoek gebleven naar de ideale samenstelling van vroeger. Naar een nieuwe Paul Verhoeven of nieuwe filmsterren als Rutger Hauer en Monique van de Ven. “Hij heeft“, zegt Remmelts, “niet in de gaten dat hij later met zijn gewicht als ervaren producent veel te zwaar op de regisseurs leunde met wie hij daarna heeft gewerkt.“

Het driemanschap Houwer-Verhoeven-Soeteman viel definitief uiteen na De vierde man (1983). Verhoeven maakte er nooit een geheim van dat hij ontevreden was over de verdeling van de inkomsten. Soeteman en hij kregen een (bescheiden) salaris, Houwer incasseerde de winst. “Rob kan als geen ander een deal afronden tot zijn eigen volle bevrediging“, zegt Verhoeven, die er niet meer boos over is. “Als ik naar de balans van het leven kijk, is die goed. Zonder Rob was ik nooit in Amerika aan de bak gekomen. We zijn vrienden geworden.“ Er blijkt wederzijdse weemoed te zijn. “Natuurlijk“, zegt Houwer, “zoek ik altijd een nieuwe Paul, maar er is geen nieuwe Paul. We mogen al blij zijn dat er één is.“ Verhoeven, die nu de laatste hand legt aan de opnamen van Zwartboek, geproduceerd door San Fu Maltha, zegt: “Natuurlijk heb ik Rob gemist in de afgelopen maanden.“ Hij voegt er volledigheidshalve aan toe dat hij ook Maltha denkt te zullen missen bij zijn volgende film.

De zakelijkheid van Houwer uit zich vooral in keiharde onderhandelingen, die hij vaak aan zijn medewerkers overlaat. Maar, zegt Van Wezel, als de onderhandelingen eenmaal gedaan zijn en de afspraken op papier staan, houdt hij zich aan zijn afspraken. In zijn contracten staat de bepaling dat een dag 24 uur telt - “minimaal“, voegt zijn trouwe assistente Van Wezel daaraan toe - en een week zeven dagen en dat degene die dit contract tekent, op elk uur van elke dag in dienst is van de producent. “Met Verhoeven hebben we ooit 37 uur achter elkaar gedraaid“, zegt Van Wezel.

Jean van de Velde zegt dat hij van zijn producent niet te weten kwam hoe hoog het budget voor Soldaat van Oranje 2 was, tot het moment dat Houwer hem vertelde dat het budget 11 miljoen gulden lager zou zijn dan Van de Velde had verwacht. Er was 26 miljoen gulden financiering, het productiebudget was volgens Houwer 15 miljoen. “Toen kreeg ik argwaan.“

“Ik wist ook nooit hoe hoog het budget was“, zegt Remmelts. “Dat heeft Rob vast bewust in het midden gelaten. Als iedereen weet hoe hoog het budget is, gaat het namelijk helemaal op en meestal nog tien procent extra ook.“

Guido Pieters zegt dat hij het budget voor Het woeden der gehele wereld wel kende: 2.750.000 euro. Maar in de persmap staat dat de film voor het “bescheiden budget van 3,2 miljoen' is geproduceerd. Waar is die 450.000 euro dan gebleven? Overhead en producers fee, zegt Houwer desgevraagd. “En die heb ik in de film teruggestopt.“

Er kwam een moment dat Remmelts niet meer voor Houwer wilde werken. “Ik was dag en nacht bezig om mensen voor de helft van het geld te vragen of ze zich te pletter wilden werken. Dat was altijd de sport geweest. We sloten dealtjes met facilitaire bedrijven, maakten afspraken met sponsors.“ In de persmap voor Houwers laatste film staat: “Het woeden der gehele wereld is sponsor- en reclamevrij, een unicum in filmland en een weldaad voor de kijker.' Remmelts: “Rob heeft de filmsponsoring in Nederland zowat uitgevonden.“

De laatste jaren, zeker tegenover vakmensen, “kreeg ik de voorstellen van Rob gewoon niet meer mijn strot uit“, zegt Remmelts. De laatste Houwerfilm waaraan hij meewerkte was De vierde man. “Ik ben trots op al die films. Maar je groeit over dat gebedel heen. Het is gewoon niet professioneel.“

De Nederlandse filmproducent als mini-mogul - Houwer, maar ook Matthijs van Heijningen - is door de tijd ingehaald. De tierende ritselaar heeft gezelschap gekregen van minder kleurrijke collega's die bij bedrijven werken en bij het grote publiek onbekend zijn, hoewel hun films grote successen beleven: Michiel de Rooy van Bos Bros (Minoes) of Hans de Weers van Egmond Film (Nynke). Zij betalen normale tarieven en het budget van de films die zij produceren staat op hun website.

Op toevallige wijze merkte Remmelts dat Houwer in al die jaren inderdaad niet veranderd is. Zijn moeder, Elisabeth Versluys, is een actrice op eerbiedwaardige leeftijd. Houwer had zo'n actrice nodig voor een rol in Het woeden der gehele wereld. De actrice moest daarvoor naar Praag vliegen, waar de opnamen waren. “Ik vond dat er iemand met haar moest meereizen“, zegt Remmelts. “Maar dat moest natuurlijk op eigen kosten. Als je alles verrekende, kwam het erop neer dat ze voor tachtig euro per dag zou acteren. Typisch Rob.“

    • Bas Blokker