De held van deze tijd

Als ik schilder des vaderlands was en ik kreeg de opdracht de Protagonist van onze tijd of van het jaar te schilderen, dan zou ik de Jogger vastleggen. Het joggen is in 1979 in Amerika uitgevonden, al gauw had de gewoonte zich ook hier gevestigd. De grondlegger is ver terug in de vorige eeuw tijdens dit gezondheidsdraven aan een hartaanval bezweken, Google geeft nu binnen 0,8 seconden ongeveer 3.770.000 hits. Allemaal waar. Bovendien hebben we geen schilder des vaderlands (waarom eigenlijk niet als we wel die dichter hebben en een Boekenweek en een Rembrandt-jaar), en mijn schilderen is niet veel soeps. Waarom zou ik juist een jogger schilderen? Omdat ik geloof dat hij/zij juist nu, in de afgelopen jaren tot volle wasdom is gekomen. Jean-Paul Sartre zou gezegd hebben dat de jogger zich een existentiële kwaliteit heeft verworven. Hij is ontstegen aan zijn hoedanigheid van simpele vrijetijdsbeoefenaar. Hij is tot exponent van het actuele zijn geworden.

Iedere historische periode kenmerkt zich door een eigen stijl en eigen zuivere vertegenwoordigers, de helden van hun tijd. Betrekkelijk lang geleden maakte men een standbeeld van de koning, liefst op een paard. Op de hoek van het Rokin en het Spui staat koningin Wilhelmina in amazonezit. Zij is de laatste vorstin die in deze houding is afgebeeld. Democratische staatslieden staan op een sokkel (Thorbecke), en grote schrijvers moeten het met een borstbeeld doen (Multatuli). Dan kom je tot de orde van de plaquettes op de huizen waar de beroemdheden geboren zijn of gewoond hebben. Vondel heeft een bronzen plaquette op de hoek van de Raadhuisstraat en het Singel, maar die is sinds ver terug in de vorige eeuw door een dikke laag affiches bedekt, en geen macht ter wereld kan deze literaire misstand ongedaan maken. Hij had ook een kerk. Die is afgebroken. W.F. Hermans heeft zijn plaquette in de Eerste Helmersstraat, en binnenkort krijgt hij zijn eigen straat. Ter Braak en Du Perron hebben er al een, ergens in Osdorp. Vestdijk heeft geen straat in Amsterdam, maar vast en zeker wel Harlingen.

Voor deze Boekenweek is het te laat, maar is het een idee om nu al, voor die van 2007 een commissie op te richten die zich bezig zal houden met het vernoemen van straten en pleinen naar schrijvers? Dat hoeft niet op ruzie uit te draaien. Je kunt er een lijst van objectieve criteria voor opstellen. Moeten ze dood zijn of mogen ze nog leven? Moet de omvang van het oeuvre een rol spelen, het aantal herdrukken, het totaal van de verkochte exemplaren? Is het werk van invloed op de integratie, kan de auteur als voorbeeld voor de opgroeiende jeugd dienen? Als je nu zo'n commissie opricht, en die begint morgen te vergaderen, wordt volgend jaar omstreeks deze tijd ter gelegenheid van de Boekenweek de eerste straat of het eerste plein naar schrijver genoemd.

Maar waarom zou je in deze tijd de naamloze jogger met een schilderij eren? Moeilijk uit te leggen, maar ik probeer het. Bekijk De aardappeleters van Vincent van Gogh, de vijf Drentse proletariërs in hun door een petroleumlamp verlichte hut, de boerenhoofden waarin niet eens het besef daagt dat ze tot levenslang aardappelen eten zijn veroordeeld. Geen weet van opstanden en revoluties in de rest van de wereld. In hun uitzichtloze gelatenheid niets anders dan protagonisten van het Drentse proletariaat; en toch niet ontevreden, laat staan opstandig. Zo heb ik dat schilderij altijd bekeken en begrepen

Terwijl ik dit heb geschreven, zijn er alweer tien joggers voorbij gekomen. Je hebt er die draven alsof ze God zelf zijn. Anderen lijden zichtbaar, of ze sjok-draven, of ze hebben hun armen niet helemaal in bedwang, of ze torsen het vet mee dat ze willen kwijtraken, ze luisteren naar iPodmuziek, ze hebben een trilbandje in hun SMS horloge, ze beleven er fun aan, ze raken er high van. Graag gegund. Allemaal hebben één eigenschap gemeen: ze draven soeverein, ze zijn eenling, op weg naar iets nog beters iets nog geweldigers dan wat ze gisteren hebben beleefd. Niets kan de soevereine jogger iets schelen, behalve zichzelf. Dat bedoel ik met de jogger als protagonist. Als ik Rembrandt of Van Gogh was, zou ik binnenkort kunnen zien wat ik bedoel.