Daniëlle

Saai en stil was het, op school. Het was nog steeds winter en er waren veel zieken, in groep zes. Lotta ontbrak, Joëll was er niet, Daniëlle telde zo vijf lege stoelen.

De meester was knorrig. Ze moesten, zonder te praten, “iets voor zichzelf doen'. De meeste kinderen lazen, een enkeling tekende.

Over de tafel van Daniëlle rolde een eitje. Ze pakte het gauw op en keek om zich heen. Ruby en Esmeralda, beiden met bolle wangen, knikten haar toe. Ruby wees: op haar schoot lag een hele zak paaseitjes. Daniëlle pulkte met haar nagel aan het glimpapiertje en glimlachte, maar ze dacht: een eitje mag ik, maar bij de club mag ik niet. Waarom niet? Waarom toch niet?

Haar vriendinnen hadden een geheime club, samen met Kevin en Henk, de hele klas wist ervan. Als je het wachtwoord ontcijferde, mocht je er ook bij. Het wachtwoord was: “errimnuit'. Daniëlle had geen idee wat het betekende. Vroeger deden zij, Esmeralda en Ruby altijd alles samen

De deur van de klas vloog open. Op de drempel stond Lotta. Haar wangen waren roder dan ooit en in haar haren hing hooi. “Meester! Het lam is er“, schalde ze. “Vanochtend geboren! Ik was erbij! In de kinderboerderij! Het heet Poesje.“ “Een lammetje dat Poesje heet?“ zei de meester. “Dat heb jij zeker verzonnen?“ Iedereen klapte en schreeuwde.

Die middag gingen ze erheen. Tot Daniëlles stomme verbazing had Lotta háár gekozen om mee te gaan. “Je keek zo“, zei Lotta schouderophalend, “alsof je heel graag wou. Vandaar. Volgende week mag de rest van de klas ook komen, maar dat is nu nog te druk. Stil hoor.“

Ze slopen door de wei van de kinderboerderij. Een paar geiten stonden sloom kauwend rond een ruifje, alsof er niets bijzonders aan de hand was, de kippen zaten opgesloten, fluisterde Lotta. In de schapenstal rook het zoet. Er brandde een klein lampje. In het hooi stond Truus het schaap, met haar lammetje Poesje naast zich. Poesjes pootjes waren dun als lucifertjes. Toen het gaapte, zag Daniëlle een roze tongetje. “Lief hè“, zuchtte Lotta. “Ja“, fluisterde Daniëlle. “Weet jij wat errimnuit betekent?“

Buiten duwde een geit zijn neus tegen haar buik, alsof ze daar iets te eten verstopte. Geschrokken trok Daniëlle haar truitje omlaag en ritste haar jas dicht. Lotta duwde de geit opzij. “Hé, leuk dat je mee was. Ik blijf nog even. Print jij de foto's uit?“ Daniëlle kreeg een camera in handen geduwd. Even later liep ze door het park naar huis. Tussen de struiken bewoog iets. Iets rood-met-roze's. De jas van Esmeralda! Waar ging die nou heen?

Wordt vervolgd. Volgende week in Groep Zes: Joëll.

    • Judith Eiselin