Crisis in regio Darfur dijt uit naar Tsjaad

De oorlog in het Soedanese Darfur breidt zich uit naar Tsjaad. De strijd wordt steeds onoverzichtelijker. Het voortbestaan van het zwakke regime in Tsjaad staat op het spel.

De Soedanese machtshebbers proberen om het regime van president Idriss Deby in buurland Tsjaad omver te werpen. Een invasie is op handen van Tsjadische rebellengroepen die onderdak hebben gekregen in de West-Soedanese regio Darfur. Dit schrijft de International Crisis Group, een denktank, in een vandaag verschenen rapport.

Tsjaad is onverbrekelijk onderdeel geworden van de crisis in Darfur. Twee dagen geleden meldde de Tsjadische regering een mislukte poging om president Deby te vermoorden. De plegers van deze staatsgreep zitten in het regeringsleger van president Deby maar onderhouden banden met gedeserteerde Tsjadische regeringssoldaten in Darfur.

Als tegenzet heeft Deby zijn banden aangehaald met de rebellen in Darfur die vechten tegen de Soedanese regering.

Volgens de ICG steunen Soedanese militairen en veiligheidsagenten op grote schaal de goed bewapende Tsjadische rebellen in het westelijke gedeelte van Darfur bij de grens met Tsjaad. Het gaat om een losse bundeling van tenminste twee groepen opstandelingen tegen Deby.

Behalve van de Soedanese overheid krijgen ze ook steun van Arabische milities in Darfur, de zogenaamde Janjaweed. Een groep Tsjadische rebellen voerde eind vorig jaar vanuit Soedan een spectaculaire aanval uit op de Tsjadische stad Adré. Deze aanval werd geleid door leden van de Janjaweed.

Het Soedanese Darfur en het gebied in Oost-Tsjaad delen een zelfde tribale, culturele en historische achtergrond. De door de Soedanese regering aangewakkerde geschillen tussen bewoners van Afrikaanse en van Arabische afkomst breiden zich uit naar Tsjadisch grondgebied. Daarbij speelt Deby's stam, de Zaghawa, een hoofdrol. Deze door handel welvarend geworden bevolkingsgroep vormt de basis van het regime in Tsjaad én van de Soedanese verzetsgroepen in Darfur. De Soedanese autoriteiten steunen in Tsjaad de facties van de Zaghawa die tegen Deby zijn, met als doel om iedere buitenlandse hulp voor de opstand in Darfur af te snijden.

In dit steekspel waarbij tribale motieven worden uitgebuit maakte Deby vorig jaar een grote omslag. Hij ging de opstandelingen van Darfur helpen tegen de Soedandese regering. Hij gaf de rebellen in Darfur alle ruimte om op Tsjadisch grondgebied langs de grens te opereren. Met dat optreden trok hij de Janjaweed aan die nu ook in Tsjaad moordt en plundert, daarbij soms gesteund door Soedanese regeringssoldaten. Het strijdtoneel in de regio wordt steeds onoverzichtelijker en groter.

De binnenlandse positie van Deby was al uiterst zwak. Zestien jaar geleden vocht hij zich vanuit Dar-fur met Soedanese steun een weg naar de macht in de hoofdstad N'Djamena. Zijn corrupte regime heeft nauwelijks steun in het zwart Afrikaanse zuiden van Tsjaad, noch in het uiterste Arabische noorden. Prominente leiders van zijn eigen Zaghawa in het oosten lieten hem vallen. In 2004 vond al een mislukte coup tegen hem plaats. Vorig jaar deserteerden veel soldaten van zijn presidentiële garde en sloten zich aan bij de Tsjadische rebellen in Darfur. Een algehele staking van ambtenaren in december ondermijnde zijn regime verder.

Volgens de geruchtenstroom is Deby ernstig ziek. Toch wil hij zich bij verkiezingen in mei opnieuw verkiesbaar stellen. Vóór die datum zullen zijn tegenstanders hem alsnog proberen af te zetten.