CPB: vergrijzing gaat meer kosten

De overheid moet de komende jaren miljarden euro's besparen en de AOW-leeftijd verhogen om de kosten van de vergrijzing te kunnen dragen.

Dit schrijft het Centraal Planbureau (CPB) in een nieuwe studie over de financierbaarheid van de vergrijzing, die vanochtend is gepresenteerd. De berekeningen van het CPB zijn aanzienlijk somberder dan die in een vergelijkbare studie van zes jaar geleden.

De betaalbaarheid van de vergrijzing vereist volgens het CPB dat de overheid in 2011 een begrotingsoverschot bereikt van 3 procent van het bruto binnenlandse product (bbp). De omslag van het huidige overheidstekort van 1 procent naar een overschot van 3 procent betekent een verschuiving in de overheidsfinanciën van ruim 20 miljard euro in vijf jaar.

In een eerdere studie uit 2000 berekende het CPB nog dat een overschot van 1,2 procent van het bbp in 2010 voldoende zou zijn om de kosten van de vergrijzing te kunnen opbrengen.

Als nu niet wordt bespaard, zullen toekomstige generaties volgens het CPB minder profijt hebben dan de huidige van het belastinggeld en de sociale premies die ze betalen. Als de besparingen niet op korte termijn worden opgebracht, zullen de ingrepen in de toekomst zwaarder uitvallen.

Volgens het CPB zal Nederland in 2040 twee keer zo 'vergrijsd' zijn als nu. De 'grijze druk', het aantal 65-plussers gedeeld door het aantal 20- tot en met 64-jarigen, verdubbelt van 23 procent nu tot 43 procent in 2040. Huidige arrangementen voor de begroting en de sociale zekerheid zijn dan niet houdbaar, aldus het CPB. De studie beveelt aan de AOW-leeftijd te verhogen, de groei van de zorgkosten te beteugelen en het gunstige belastingregime voor gepensioneerden aan te passen.

Het CPB verklaart de verslechtering door de langetermijneffecten van de lage rente en de uitholling van pensioenvermogens door de daling van de aandelenkoersen de afgelopen jaren. Bovendien zal de arbeidsparticipatie van vrouwen nauwelijks meer toenemen.

vergrijzing: pagina 9