CPB: “grijze druk' vergt hard ingrijpen

Wie betalen de kosten van de vergrijzing: de huidige of toekomstige generaties? Het Centraal Planbureau pleit voor harde ingrepen door het volgende kabinet: 20 miljard bezuinigingen.

De baby's die direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog werden verwekt, zijn vanaf de afgelopen maand zestig jaar geworden. De voorhoede van de geboortegolvers van na de bevrijding vormt nu de vergrijzingsgolf. Tot 2040 zal Nederland, evenals andere Europese landen, te maken krijgen met de onvermijdelijke effecten van deze demografische omslag.

Vergrijzing leidt tot toenemende financiële lasten voor de publieke sector. Als de overheidsvoorzieningen gelijk blijven, zijn aanpassingen derhalve onvermijdelijk. In een studie die vanochtend is gepresenteerd, Ageing and the sustainability of Dutch public finances, becijfert het Centraal Planbureau (CPB) dat deze aanpassingen aanzienlijk groter dienen te zijn dan zes jaar geleden in een vorige CPB-studie (Ageing in the Netherlands) werd aangenomen.

In een toelichting op het rapport zei Caspar van Ewijk, plaatsvervangend directeur van het CPB, vanmorgen: “We zijn achteropgeraakt door de omstandigheden.“ Er zit volgens Van Ewijk een flink gat tussen de financiële positie van de overheid op dit moment en de wenselijk geachte overheidsfinanciën. Hij erkende dat de aanbeveling van het CPB “vrij ambitieus“ is. Houdbaarheid van de overheidsfinanciën bij vergrijzing is volgens hem een verdelingsprobleem tussen de generaties. “Nooit ingrijpen kan niet“, zei CPB-onderzoeker Kooiman vanochtend. “Op een gegeven moment explodeert de staatsschuld. Het is niet de vraag óf, maar wanneer er ingegrepen wordt.“

Zes jaar geleden kwam het CPB met de betrekkelijk geruststellende aanbeveling dat een beperkt overschot bij de overheidsfinanciën (1,2 procent van het bbp) voldoende zou zijn om te vergrijzingskosten te kunnen dragen. Nu stelt het CPB dat een overschot van 3 procent in 2011 noodzakelijk is om een houdbare uitgangspositie te krijgen. Het CPB beredeneert dit weliswaar met wetenschappelijke slagen om de arm, maar het betekent dat het huidige tekort - omstreeks 5 miljard euro - moet omslaan in een overschot van 15 miljard euro. Dit komt neer op een verschuiving van 20 miljard euro in vijf jaar. Een veel kleiner overschot in 2000 leidde al tot verjubelen, en op het ogenblik verheugen politici zich op een uitgavenfestival omdat het tekort richting evenwicht gaat. Wie dat bedenkt, beseft hoe omvangrijk de operatie is die door het volgende kabinet zal moeten worden uitgevoerd.

Vorig jaar baarde oud-minister en CDA-prominent Bert de Vries opzien met zijn bewering dat de vergrijzing makkelijk betaalbaar is uit de belastingopbrengsten op de particuliere pensioenuitkeringen. Hij baseerde zich daarbij op het CPB-rapport uit 2000 en noemde dit het “best bewaarde geheim van Den Haag“. Van deze bewering blijft weinig heel in het nieuwe CPB-rapport. Het CPB bevestigt dat de pensioenbesparingen leiden tot hogere belastingopbrengsten, maar daar staan andere ontwikkelingen tegenover. De meest in het oog springende is de veel lagere rentestand waarvan het CPB nu uitgaat in vergelijking met 2000.

Een lagere rente betekent dat de rendementen van de pensioenfondsen en van particuliere besparingen lager uitvallen. Dit heeft negatieve gevolgen voor de overheidsfinanciën. “De rente blijft tot 2040 laag en de grijze druk blijft stuctureel hoog“, zei Van Ewijk.

Bovendien verwacht het CPB dat de rendementen van de pensioenfondsen niet snel zullen verbeteren. Daarnaast is de overheidsschuld de afgelopen zes jaar toegenomen, terwijl het beeld van de overheidsfinanciën rooskleuriger lijkt dan het is door de tijdelijke meevallers bij de aardgasbaten. En ten slotte neemt de arbeidsparticipatie van vrouwen aanzienlijk minder toe dan in 2000 werd verwacht. Nederland hoeft volgens het CPB niet meer te rekenen op het niveau van arbeidsdeelname van vrouwen zoals in Scandinavië gebruikelijk is.