Citeren en roddelen

In zijn wonderlijke beschouwing `Tegen de literaire quarantaine` (Boeken, 17.02.06) heeft Joost Zwagerman het enkele keren op mij voorzien. Wat mij precies ten laste wordt gelegd is mij niet helemaal duidelijk; ik geloof dat ik een boek geprezen heb omdat ik het met de strekking ervan eens ben en dat dat niet mag. Het zij zo.

Maar vervelender is dat Zwagerman met veel arglist en moedwil een citaat uit een essay van mij heeft verknipt dat precies het tegendeel lijkt te beweren van wat ik beweerd heb, beweren zou en nog geruime tijd voornemens ben te beweren. Dat is kinderachtig.

Misschien moest u hem een volgende keer weer gewoon laster, roddels en verdachtmakingen over mij laten verkondigen. Daar is hij stukken beter in dan in lezen en argumenteren.