Arabische puzzel in Spaanse bodem

Het New York van de Middeleeuwen had het kunnen worden. Maar Madinat Al-Zahra, met zijn marmeren muren, gouden plafonds en kwikzilveren fonteinen, zou het welgeteld 74 jaar uithouden als trotse hoofdstad van Al-Andalus. Met hoofdarcheoloog Antonio Vallejo kijk ik uit over wat het paleis van de kalief was en de resten van zijn stad. Ochtendnevel vult het dal van de Guadalquivir, verbastering van “de grote rivier' in het Arabisch. Hier, tegen de heuvel even noordoostelijk van Cordoba, ligt Europa's grootste opgravingsgebied. Madinat Al-Zahra was een rechthoekige ommuurde stad van anderhalve kilometer lang en een krappe kilometer breed. Nog geen tien procent is opgegraven. Onder grond ligt een van 's werelds grootste jigsaw-puzzels.

Alhambra

Wie iets wil begrijpen van wat de moslimcultuur in Europa ooit betekende - en wellicht nog steeds betekent, moet naar Andalusië, het Al-Andalus waar de islam het grootste deel van de middeleeuwen de scepter zwaaide. Het Alhambrapaleis in Granada is indrukwekkend, de moskee in Cordoba misschien wel nog indrukwekkender, maar de aanzienlijk minder bekende ruïnes van Madinat Al-Zahra zijn het meest dramatisch. De teruggevonden koranteksten op de muren spraken over het paradijs. Hier ligt het hoogtepunt van de islam in Zuid-Europa. En hier begon de ondergang.

Het was de oppermachtige Abderrahman III, die zichzelf tot kalief uitriep en Al-Andalus onafhankelijk verklaarde van Bagdad en Damascus. In 936 besloot hij dat zijn rijk een nieuwe hoofdstad nodig had, vertelt de archeoloog. Cordoba was op dat moment veruit de meest ontwikkelde stad van Europa, met een bloeiend economisch en intellectueel leven, waar ook een christelijke en een joodse bevolking deel van uitmaakte. Er was straatverlichting en stromend water. In de bibliotheken werden klassieken teksten vertaald en zo behoed voor de ondergang.

Voor de satellietstad Madinat Al-Zahra kwamen handwerklieden en architecten uit de hele moslimwereld, vertelt Vallejo. In de mediterrane wereld van de tiende eeuw was alleen Caïro een vergelijkbaar bouwproject. Het paleis zou vierhonderd kamers hebben gehad, de harem meer dan zesduizend vrouwen.

We wandelen heuvelafwaarts door de ruïnestad. Het complexe afwateringssysteem functioneert nog steeds, vertelt een tuinman, die de grootste paleistuin van Al-Andalus onder zijn beheer heeft. In de grondig vernielde hoofdmoskee werd in 941 het eerste vrijdaggebed gehouden. Een leger van duizend handwerkslieden had de moskee in 48 dagen opgebouwd. Nu staan in de centrale hal palmbomen in plaats van pilaren. Meer geluk had de moskee van Cordoba, waarvan de vroegere minaret in de verte uitsteekt boven de nevel. Maar de troonzaal van de kalief, waar de ambassadeurs werden ontvangen, is hersteld en in al zijn glorie te bewonderen. De imposante ingang met bewerkt wit marmer van het huis van Ya'Far, de grootvizier van de kalief, won een Europese prijs als restauratieproject.

Na de dood van Abderrahman in 976 ging het snel mis, doceert de hoofdarcheoloog. De nieuwe kaliefen die hem opvolgden hadden niet zijn talenten geërfd. Onder Hicham II, van wie de mythe wil dat hij gesluierd door het leven ging, kwam een deel van het leger in opstand. “We weten niet precies wat er is gebeurd, maar duidelijk was dat er een strijd tussen verschillende fracties rond de macht ontstond“, zegt Vallejo. Er ontstond een fitna, strijd en chaos onder de moslims met het kalifaat als inzet. Sommige fracties riepen zelfs de hulp van christenen in. Niet uitgesloten moet worden dat in hun strijd om de macht de islam werd ingezet: de tolerantie die zich Abderrahman III ontwikkelde moet religieuze scherpslijpers een doorn in het oog geweest zijn. Bij de tweede fitna, die in 1010 begon, werd de stad bezet. Een deel van de bevolking vluchtte de moskee in, waarna de aanvallers het gebouw in brand staken.

Het lot van Madina Al-Zahra vertelt de neergang van Al-Andalus en de teloorgang van de suprematie van de moslimwereld. Het kalifaat van Al-Andalus viel uiteen in een groot aantal kleine koninkrijkjes, de taifa's. De resten van de stad werden geplunderd door Berberstammen die vanuit Marokko het Iberische schiereiland veroverden. Deze religieuze fanatiekelingen maakten korte metten met wat onder hun eigen moslimbroeders leek op afvalligheid van de ware leer. Na de reconquista maakte de christenen het plunderwerk af. Medina Al-Zahra raakte in de vergetelheid. Pas in 1910 werd een begin gemaakt met de opgravingen.

Met de Spaanse moslims liep het niet minder slecht af. Na de val van Granada in 1492 vluchtten grote groepen naar Marokko en de rest van het Mediterrane gebied. De achterblijvers bekeerden zich gedwongen tot het christendom en hielden het nog enige tijd vol. Honderdduizenden van deze moriscos werden uiteindelijk de zee op gejaagd.

Wat in Spanje bleef waren de monumenten als Madinat Al-Zahra en Al-Andalus als een weemoedige referentie voor veel moslims. Veel van hen bezoeken Madinat Al-Zahra, zegt Vallejo. De ruïnes leren volgens hem vooral de les van hoe de machtsstrijd tot een ondergang kan leiden. Fitna bepaalde het lot van Madinat Al-Zahra, van Al-Andalus. En later van de Arabische wereld als geheel.