Alberda wil volleybalteam terugbrengen aan wereldtop

Joop Alberda (54) heeft zijn naam verbonden aan de reanimatie van het Nederlands volleybalteam. De oud-bondscoach is voor negen maanden technisch directeur van de bond.

Bijna tien jaar nadat Joop Alberda als bondscoach van de Nederlandse volleyballers de gouden medaille won bij de Olympische Spelen in Atlanta is hij als technisch directeur in functie getreden bij de Nederlandse volleybalbond (NeVoBo). Een opvallende aanstelling, die tot stand is gekomen op initiatief van Alberda zelf. Hij wil een ultieme poging wagen de Nederlandse nationale teams terug te brengen aan de wereldtop.

Hoewel Alberda als stille adviseur van de NeVoBo altijd een rol in het Nederlands volleybal is blijven spelen, wilde hij na 1996 niet langer betrokken blijven bij het nationale team. Zijn tijd was geweest, vond de Groninger, die nadien als technisch directeur in dienst trad bij NOC*NSF en sinds zijn vertrek in 2004 bij de sportkoepel leiding geeft aan NL Coach, de belangenorganisatie voor trainers die Alberda zelf heeft helpen oprichten.

Maar de meest succesvolle bondscoach kon vooral het Nederlands mannenteam niet langer zien kwakkelen. Na een faillissement van twee beheersstichtingen voor de nationale teams, voortgaande verslechtering van prestaties en het ontslag van Harry Brokking als bondscoach, vond Alberda dat hij niet langer kon toekijken, maar zijn verantwoordelijkheid moest nemen. “Ik heb dat gemeld bij de NeVoBo en in no time was mijn aanstelling geregeld.“

Geen wonder, want het bestuur van de NeVoBo zou wel gek zijn geweest als het die kans had laten glippen. Als één man de statuur heeft om spelers te binden, trainers te motiveren en sponsors te activeren, kortom voor nieuwe impulsen te zorgen, is het Alberda wel. De oud-bondscoach geldt in sportkringen als een visionair met de dynamiek om ideeën gerealiseerd te krijgen.

Alberda heeft zich voorlopig voor negen maanden aan de NeVoBo verbonden. Bewust. Hij wil binnen die tijd geregeld hebben dat de nieuwe bondscoach een team met internationale perspectieven onder zijn hoede heeft. Alberda: “Zo niet, dan zullen we moeten vaststellen dat Nederland internationaal geen rol van betekenis meer kan spelen. Maar ik geloof daar niet in, omdat er genoeg talent in Nederland is en er onder de bevolking een grote latente belangstelling voor volleybal bestaat.“

Alberda heeft één dag per week voor zijn nieuwe functie gereserveerd. De kans dat het er de eerste maanden meer worden is groot, want binnen twee maanden wil hij een nieuw actieplan presenteren. Daarnaast hoopt Alberda zijn goede naam en vele contacten te kunnen aanspreken om geldschieters te vinden. Dat is een bittere noodzaak, realiseert hij zich. “Omdat ambities nu eenmaal niet los van financiën gezien kunnen worden.“

Hoe logisch de rentree van Alberda ook lijkt, de vraag is waar de NeVoBo het geld vandaan haalt. Voor dit jaar ontbraken de financiën voor deelname aan de European League, terwijl het contract van de ontslagen bondscoach nog moet worden afgekocht. Voorzitter Hans Nieukerke van de NeVoBo laat weten dat met Alberda “een investering in de toekomst wordt gedaan“. Hij verwacht dat de technisch directeur zichzelf terugverdient. Nieukerke: ,,Verder wil ik de indruk wegnemen dat de volleybalbond armlastig is. Wij gaan alleen heel zuinig met het geld om. Er is echt wel geld voor Alberda en een bondscoach.“

De aanstelling van de nieuwe coach wordt Alberda's eerste opdracht. De suggestie dat Peter Blangé de enige kandidaat is, bestreed de technisch directeur. Alberda maakte wel duidelijk dat hij geen voorstander van een dubbelfunctie is. Als hij daaraan vasthoudt, zal Blangé bij een benoeming tot bondscoach geen trainer van Nesselande kunnen blijven. Alberda: ,,Een bondscoach kan in mijn ogen alleen fulltime optimaal functioneren. Net als een speler dient hij de verhouding tussen arbeid en rust niet uit het oog te verliezen.“

    • Henk Stouwdam