Achter het scherm is ruzie zo gemaakt

Kinderen pesten elkaar steeds vaker en harder via chatprogramma's als MSN.

Ouders hebben er meestal geen benul van hoe hoog de digitale ruzies oplopen.

Poster van de Sire-campagne SIRE

Het begon als een ruzie over een voetbalwedstrijd. De geschillen met enkele klasgenootjes zou Joris wel even oplossen via het chatprogramma MSN. Wat volgde was een felle ruzie op het web. “Een klasgenoot stuurde me dreigmailtjes en schold me uit op MSN. Hij zei dat hij zijn hele familie op me af ging sturen om me in elkaar te rammen“, zegt Joris (14) uit Amsterdam. “Het is totaal uit de hand gelopen, omdat ik ging terugschelden.“

Uiteindelijk kregen zijn ouders lucht van het digitaal moddergooien van hun zoon, nadat de ruzie zo hoog was opgelopen dat Joris ook off line op het schoolplein werd gepest. Ook de ouders van de wederpartij kwamen er achter. Beide kampen zijn toen om de tafel gaan zitten om het conflict te sussen.

Pesten op internet is voor veel jongeren een dagelijkse praktijk geworden. Uit gisteren gepresenteerd onderzoek van TNS NIPO blijkt dat 41 procent van jongeren tussen de 8 en 15 jaar op internet wordt uitgescholden. Vijf procent zegt wel eens een anoniem dreigmailtje te krijgen. Van zeven procent van de jongeren is wel eens ongevraagd een foto op het net gezet.

Een kwart van de ondervraagde ouders in het onderzoek weet niet of nauwelijks wat hun kind doet op internet doet. De onderzoeksresultaten zijn voor Stichting Ideële Reclame (Sire) aanleiding een campagne te lanceren om kinderen én ouders te attenderen op de gevaren van digitaal pesten. Slechts één procent van de ouders denkt dat hun kind wel eens online pest.

Volgens Inger Kauer van Sire ligt dit percentage aanmerkelijk hoger. “Veel ouders weten niet wat hun kinderen doen op de pc.“ Vanaf afgelopen donderdag is de campagne “Stop digitaal pesten' te zien op radio en televisie en in enkele bladen. Bedoeld voor pestende kinderen om hen een spiegel voor te houden en voor ouders om hun zoons en dochters in de gaten te houden, aldus Kauer.

“U gaat nu luisteren naar een twaalfjarig jongetje dat een klasgenootje een ernstige ziekte toe wenst', luidt de tekst van de radiospot. Wat volgt is het geluid van een getik op een toetsenbord. “Stop digitaal pesten. Kijk mee op chatsites', luidt de boodschap. “Zorg ervoor dat uw kind in de digitale wereld geen monster wordt.'

De vraag is of kinderen toelaten dat ouders over hun schouder meekijken naar de soms intieme gesprekken op MSN? Als chattende kinderen merken dat ouders achter hen staan, typen ze snel het drieletterwoord “paw'. Geheimtaal voor de gemiddelde ouder maar kinderen snappen het meteen: parents are watching.

Volgens Justine Pardoen, hoofdredacteur van Ouders Online is meekijken niet altijd de juiste methode. “Bedoeling is dat ouders op een subtiele manier in gesprek raken met kinderen over digitaal pesten. Dus het onderwerp terloops eens aansnijden. Bijvoorbeeld tijdens het autorijden. Ouders moeten er vanuit gaan dat ook hun kind zich op internet als een pester kan gedragen.“

Al vanaf het moment dat het fenomeen pesten bekend werd, maakt Sire regelmatig campagnes om pesten een halt toe te roepen. Tot op heden zonder zichtbaar succes. Het is maar de vraag of het Sire nu wel lukt jongens zoals Joris te beschermen tegen online pestende klasgenoten.

Meer over digitaal pesten op www.stopdigitaalpesten.nl

    • Jaus Müller