Voorheen het homoparadijs

Volgens homo's neemt de intolerantie tegen hen toe, vooral in de grote steden.

Gevolg: ze proberen steeds onopvallender over straat te gaan.

In elkaar geslagen Hoofdredacteur Chris Crain van het invloedrijke Amerikaanse homoblad The Washington Blade werd op in 2005 in Amsterdam in elkaar geslagen. Bij terugkomst plaatste hij zijn verhaal, inclusief foto met toegetakeld gezicht, op de website van zijn tijdschrift. Het verhaal maakte veel los onder Amerikaanse homo's. Nederland, Amsterdam, 04-08-2005 De Officiële Opening va de Gay Pride 2005 in het stadhuis van Amsterdam. De Opening wordt verricht door Duco Stadig (Wethouder Stedelijke Ontwikkeling en Waterbeheer) .Amsterdam viert dit weekeinde zijn tiende Gay Pride. Na de negatieve incidenten van de afgelopen tijd moet de jubileumeditie van de homoparade een wervelend feest worden. Bijzondere gast op de Gay Pride is homo-activist Chris Crain (met vriend Anderson). De gemeente heeft hem uitgenodigd. De Amerikaan werd op Koninginnedag in elkaar geslagen door een groep jongens omdat hij hand in hand liep met zijn vriend. Hij houdt donderdag een toespraak op de openingsreceptie van het homo-evenement. Photo and Copyright Roger Cremers Cremers, Roger

'Dat wordt vechten', dacht Paul Chin. Middenin de Regulierdwarsstraat, dé homo-uitgaansstraat van Amsterdam, wordt zijn vriend, Francisco, belaagd door een groep jongens - Marokkanen, lijkt het. Een derde vriend, André, de grootste, stormt er 'als een stier op af'. Paul rent weg, 'om hulp te halen'.

De vechtpartij is snel afgelopen. Schade: één blauw oog, voor André. Op aanwijzingen van Paul wordt even later één van de belagers door de politie opgepakt. Hij blijkt Zuid-Amerikaan. De drie homoseksuele vrienden doen aangifte op het bureau. 'Dat hadden we vroeger misschien niet gedaan', zegt Paul. 'Maar nu wel, vanwege de hele situatie.'

Die 'situatie' is een incident rond de Amerikaan Chris Crain, op Koninginnedag 2005. Crain, die hand in hand loopt met zijn vriend, wordt bespuugd. Als hij verhaal komt halen, slaat een groep jongens hem in elkaar.

Crain is niet zomaar een homotoerist: hij is hoofdredacteur van het invloedrijke Amerikaanse homoblad The Washington Blade. In de VS wordt de mishandeling van Crain breed uitgemeten in de pers. 'Hand in hand lopen met je vriendje kan je op klappen komen te staan', schrijft Crain zelf in The Blade, 'in het land met de meest homovriendelijke wetgeving ter wereld'.

Tien jaar geleden had Crain misschien geschreven: 'in het meest homovriendelijke land ter wereld'. Maar is Nederland dat nog wel? De mishandeling van de Amerikaan lijkt de bevestiging van een groeiend onbehagen, niet alleen in de gay community, maar ook daarbuiten: in de steeds 'zwartere' Nederlandse maatschappij neemt de tolerantie voor homo's af.

'Met de instroom van mensen uit allochtone culturen en religies zijn ook gedrag en houding ten aanzien van homoseksualiteit diverser (lees: negatiever) geworden', schreef in 2001 het tweede 'paarse' kabinet al, in de nota 'homo emancipatiebeleid'. De jongens die Chris Crain mishandelden, zagen er Marokkaans uit. En afgelopen januari kondigde burgemeester Cohen van Amsterdam maatregelen aan tegen Marokkaanse jongeren, die (vooral) joden en homo's zouden treiteren.

Neemt het geweld tegen homoseksuelen in Nederland toe? En: zijn de 'potenrammers' van nu inderdaad steeds vaker allochtoon?

Vandaag verschijnen, tegelijkertijd, twee verkennende studies over dit onderwerp: één in opdracht van de gemeente Amsterdam en één in opdracht van de Politieacademie in Apeldoorn. Beide komen tot de conclusie dat er niet genoeg gegevens zijn om te kunnen concluderen dat de agressie tegen homoseksuelen toeneemt, maar dat homo's zich wel steeds onveiliger voelen.

Hoewel er geen gegevens over toegenomen agressie zijn, is die misschien toch toegenomen. Doordat geweld tegen homoseksuelen in het verleden alleen incidenteel is onderzocht, is er geen langjarig overzicht. Ook staat 'potenrammen' niet als misdrijf in het wetboek van strafrecht. Pas sinds kort heeft een enkel politiekorps de mogelijkheid discriminatie of homohaat in het computersysteem te registreren. Veel slachtoffers doen trouwens niet eens aangifte, uit gêne of omdat ze er het nut niet van inzien. Onderzoekers denken dat het aantal aangiften het topje van de ijsberg is.

De twee studies laten in elk geval zien dat een meerderheid van de homoseksuelen denkt dat intolerantie en geweld toenemen. Ze voelen zich op straat minder op hun gemak dan vroeger. Gevolg: ze passen hun gedrag aan. Een 'aanzienlijk deel' van de ondervraagde homoseksuelen heeft dat intussen gedaan. Handje vasthouden, openlijk zoenen, een te strakke broek, een te kort kapsel - ze laten het tegenwoordig uit hun hoofd.

'Je ziet dat veel homo's er alles aan doen om niet op te vallen', zegt sociologe Marion van San van het Risbo, een onderzoeksbureau van de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. 'Een angstige tendens, dat je niet meer jezelf kan zijn.'

In opdracht van de Politieacademie enquêteerde het sociaal-wetenschappelijk onderzoeksinstituut Risbo een kleine achthonderd leden van COC Nederland en van het homo-jongerenblad Expreszo. Uit hun antwoorden komt naar voren dat daadwerkelijk fysiek geweld tegen homo's niet zo vaak voorkomt: een twintigtal respondenten zegt ooit te zijn mishandeld vanwege zijn seksuele geaardheid. Iets meer dan tien procent is fysiek bedreigd.

Aan de andere kant: meer dan de helft van de ondervraagden zegt te worden uitgelachen of uitgescholden. Bijna twintig procent zegt wel eens te zijn gepest of getreiterd.

En ja, veel van de daders zijn allochtoon, al zijn die het bepaald niet alléén. Het pesten en treiteren gebeurt meestal door groepen jonge mannen: allochtoon én autochtoon. Zo'n 45 procent van de incidenten (van schelden tot in elkaar slaan) schrijven de slachtoffers toe aan autochtone kwelgeesten. De rest aan allochtone daders. Die blijken bovendien vaker verantwoordelijk voor de zwaardere incidenten. Ze zijn Marokkaan (52 procent) of vormen een gemengde groep (Marokkanen en Turken, 29 procent).

Vergelijkbare gevoelens van onbehagen komen naar voren uit de 'quick scan' van adviesbureau Twijnstra Gudde voor de gemeente Amsterdam. De onderzoekers interviewden 57 homoseksuele mannen in bekende Amsterdamse uitgaansgelegenheden.

Een meerderheid van hen vindt dat niet zozeer het fysieke, als wel het verbale geweld toeneemt. Daarbij zijn het 'opvallend vaak' Marokkaanse jongens die schelden. Andere 'dadergroepen' worden vrijwel niet genoemd - ook niet door ondervraagde portiers van homogelegenheden in bijvoorbeeld de Amsterdamse Regulierdwarsstraat.

De door Twijnstra Gudde geïnterviewde homo's zijn zich anders gaan opstellen. 'Iets minder dan de helft' van hen zegt zijn gedrag te hebben 'aangepast' aan wat zij ervaren als toegenomen onverdraagzaamheid. 'Opvallend veel mannen zijn hiermee bezig', schrijven de onderzoekers. En: 'Ook mannen die zich níet onveilig voelen, geven soms aan niet uitdagend gekleed te gaan of op bepaalde plaatsen niet hand in hand te lopen.'

Bij het Risbo zegt bijna eenderde van de respondenten die zich onveilig voelen, het gedrag op straat aan te passen 'om incidenten te voorkomen'. In achtergrondgesprekken die Risbo-onderzoekster Marion van San met vijftien van hen voerde, kwam die tendens nog sterker naar voren, vertelt ze: 'Wat als een rode draad door ons onderzoek loopt, is dat mensen hun homoseksualiteit proberen te verbergen. Anders zou de kans op geweld aanzienlijk zijn toegenomen, denk ik.'

Paul Chin zegt dat het de laatste tijd 'harder is geworden'. Zijn gedrag heeft hij niet echt aangepast: alert was hij toch al. 'Ik woon in de grote stad. Daar loop je niet naïef rond.' Niet voor niets zit hij met André op een homo-zelfverdedigingsclub.