Tribunaal valt niets te verwijten

Milosevic' dood noopt tot juridische stappen tegen betrokken Tribunaal-functionarissen wegens het aan hem opleggen van een wrede en onmenselijke behandeling, betoogt N.M.P. Steijnen. Milosevic was niet alleen een onwillige verdachte, hij was ook een onwillige patiënt, meent Göran Sluiter.

Het Joegoslavië-tribunaal maakt moeilijke tijden door na het overlijden van Milosevic. De kritiek is niet van de lucht, maar is vooralsnog ongefundeerd en onredelijk.

In de eerste plaats is er de kwestie van de zorgplicht van het Tribunaal jegens Milosevic als zieke verdachte. Is men daarin tekortgeschoten?

Milosevic heeft vanaf het begin van zijn detentie constant toegang gehad tot medische zorg; er is geen enkele reden om te twijfelen aan de inzet van de diverse Nederlandse artsen voor de gezondheid van hun patiënt. Argumenten van Milosevic dat deze 'NAVO-artsen' niet vertrouwd zouden kunnen worden, zijn onzinnig.

Ook het Tribunaal heeft naar redelijkheid meegewerkt aan het herstel van de verdachte, door het zittingsschema aan te passen en steeds (lange) onderbrekingen in te lassen indien nodig. Maar het Tribunaal vermag niet alles. Men kan ook een gedetineerde patiënt niet dwingen tot volledige medewerking aan het eigen herstel. Dat dit aan de orde was, blijkt uit twee omstandigheden.

Reeds eind 2004 kan men in een beslissing van de rechters lezen dat de behandelende artsen zich verbaasden over een kalmeringsmedicijn dat zij in het bloed van verdachte aantroffen en dat de werking van andere medicijnen reduceerde. In de beslissing van december 2005 over de toekomst van het proces is het andere probleem aan de orde, het nemen van voldoende rust. De rechters van het Tribunaal adviseerden daarin nadrukkelijk Milosevic de zittingsvrije dagen te gebruiken voor het nemen van voldoende rust. Het kan het Tribunaal niet verweten worden dat de verdachte door zijn eigen keuze - het zelf voeren van de verdediging - onvoldoende aan rust toekwam.

De combinatie van de aangetroffen niet-voorgeschreven medicijnen en het nemen van onvoldoende rust als gevolg van het voeren van de eigen verdediging geeft blijk van niet alleen een onwillige verdachte, maar ook een onwillige patiënt. Het Tribunaal kan daar weinig aan doen, en dat betreft ook de vraag hoe deze medicijnen bij Milosevic terecht zijn gekomen. Het argument dat het Tribunaal de toegang tot de verdachte en de verdachte zelf beter in de gaten had moeten houden, is weinig overtuigend. Immers, in elke penitentiaire inrichting valt wel wat binnen te smokkelen - zeker kleine pillen. Belangrijker acht ik het dat het milde detentieregime in Scheveningen juist in het voordeel van de verdachten is. De ontspannen sfeer en interne vrijheden staan in dienst van een optimaal herstel en optimale procesvoering door Milosevic. Het is dan ook wrang en onterecht dat het Tribunaal nu daarop wordt aangesproken.

De lange duur van processen bij het Tribunaal is uiteraard een bron van zorg en brengt onder andere het risico met zich dat processen niet afgerond kunnen worden. Het is makkelijk gezegd dat de processen korter moeten, maar we moeten reëel zijn wat betreft de gevolgen daarvan, ook voor de rechten van de verdachte en de positie van de slachtoffers. Ten eerste geven de lange processen bij het Tribunaal blijk van aanzienlijke zorgvuldigheid bij de procesdeelnemers als het gaat om de bewijsvoering; dat is veel waard. Daarnaast vergen de misdrijven naar hun aard - het gaat om 'systeemcriminaliteit' - veel bewijs om tot een goed ordeel te kunnen komen. Dat dit bewijs in de vorm van getuigen ter zitting wordt gepresenteerd kost bijzonder veel tijd, maar is in het belang van de verdachte die de getuigen kan onderwerpen aan een kruisverhoor. In dit verband moet worden opgemerkt dat Milosevic zich altijd heftig heeft verzet tegen het gebruik van geschreven getuigenverklaringen. Aan een andere veelgehoorde 'oplossing' - het beperken van de aanklacht - kleven eveneens bezwaren. Hiermee zou de indruk gewekt kunnen worden dat bewijs ontbreekt en wordt ook tekortgedaan aan de slachtoffers van misdrijven die niet vervolgd worden.

Tot slot wil ik er op wijzen dat verplichte rechtsbijstand voor Milosevic geen aanzienlijke verkorting van het proces zou hebben opgeleverd, omdat ook dan bij ziekte het proces onderbroken zou moeten worden. Elke verdachte heeft nu eenmaal het recht om bij zijn eigen proces aanwezig te zijn.

Erkend moet worden dat het Tribunaal ook ten aanzien van de lengte van het proces weinig te verwijten valt, zeker indien men bedenkt dat de lengte van het proces juist de belangen van de verdachte heeft gediend (ondervragen van getuigen en het nemen van voldoende rust). Kijkt men verder naar de gehele duur van de detentie van de verdachte, dan is de situatie zo slecht nog niet; in vergelijking met andere zaken is de duur van het voorarrest in de Milosevic-zaak bijzonder kort.

Het stoort mij dat ten aanzien van het overlijden van Milosevic niet alleen een reële analyse van de gang van zaken ontbreekt, maar ook voorbij wordt gegaan aan de grote verworvenheden van het Joegoslavië-tribunaal.

Het Tribunaal is van revolutionaire betekenis als het gaat om het aanspreken van een ieder, ongeacht rang of functie, voor de meest ernstige misdrijven die wij kennen. Het draagt daar zorg voor met grote zorgvuldigheid en heeft nationale en internationale vervolgingen voor dergelijke misdrijven in belangrijke mate geïnspireerd. Uiteraard moet men het werk van het Tribunaal kritisch volgen, maar op redelijke gronden en we moeten er voor waken dat we in de hectiek het kind met het badwater wegspoelen.

Göran Sluiter is verbonden aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam.