Spannender dan in het echt

Als dominostenen vielen de Europese koningshuizen voor de charmes van schilder Philip de László. Hij portretteerde de invloedrijken op een wijze die ze aanstond: mooier dan in het echt.

'Every Court But China', was de kop boven een artikel over de Hongaarse schilder Philip de László in Time magazine in 1932. Dat had beter 'Every Court But Holland' kunnen zijn. Want hoewel De László ook exotitische figuren als de Maharadja van Jaipur en Prins Chichibu van Japan portretteerde, lag zijn werkterrein in het oude Europa. En in die imposante lijst van Europese opdrachtgevers schittert het Huis van Oranje door afwezigheid.

Philip de László (1869-1937) is onbetwist wereldkampioen gekroonde hoofden portretteren. Vrijwel alle spelers die de Wereldoorlogen ontketenden en daarmee het einde der keizerrijken, poseerden voor hem. De László's 'portretboek' leest als de ultieme Who's Who van de vorige eeuw: koningen, keizers, pausen en een eindeloze rij invloedrijke lieden, variërend van Lord Mountbatten, Vita Sackville-West tot Benito Mussolini.

De kosmopolitische schilder met de zwierige snor werd als Fülöp László geboren in een armlastig kleermakersgezin in Boedapest op 30 april 1869. Op zijn negende moest hij van school om geld te gaan verdienen. Desondanks lukte het hem schilderles te krijgen aan de academies in Boedapest, München en Parijs. In Parijs leerde Fülöp wat hem de rest van zijn leven zo geliefd maakte bij opdrachtgevers: de geportretteerden glamoureuzer, verleidelijker, machtiger en spannender afbeelden dan ze waren.

Op zijn 25ste werd de László gevraagd om prins Ferdinand van Bulgarije te portretteren. Om het goedkoop te houden zocht men een jonge, onbekende schilder. Twee jaar later volgde Keizer Franz Joseph. Na aan het Bulgaarse en Oostenrijkse hof gewerkt te hebben, vielen de Europese hoven als dominostenen voor de sociabele Hongaar. Alleen al van het Engelse en Griekse koningshuis maakte hij meer dan 50 portretten.

Philip de László moet een innemende man geweest zijn, gewiekst ook. Hij had al vroeg door dat de rest snel volgde als je eenmaal de hoofdaap had geschilderd - die hij dan ook vaak gratis deed of tegen gereduceerd tarief. Maar in Nederland kreeg hij geen voet tussen de deur bij het koninklijk huis. Wel maakte de László vanaf 1901 ruim vijftig portretten van Nederlanders, die nu te zien zijn in Museum van Loon. Net als elders behoorden de opdrachtgevers tot de meest vermogende families van het land, maar anders dan in het buitenland kwam zeker de helft van de opdrachten niet van de Nederlandse adel, al gaven de families De Beaufort, Van Riemsdijk, Van Loon, Van Tuyll, De Steurs en Loudon wél opdrachten. Hij werkte voor koopmannen, zoals Deterding (Koninklijke Shell), Cremer (Deli-maatschappij), Van den Honert (Deli-maatschappij), Janssen (Deli-maatschappij), Van Eeghen (handelshuis Van Eeghen) en Jurgens (Unilever).

De László streefde er naar eigen zeggen naar niet alleen het uiterlijk maar ook het karakter van de geportretteerde weer te geven. In de Blauwe salon van Museum van Loon, is te zien dat hij in zijn opzet geslaagd is. De sociale positie van de dames kraakt door de verf heen. De Duitse keizerin Augusta Victoria hangt in één kamer met Anna Beels-Van Eeghen, die bijna te beschaafd en bescheiden is om door zo'n mondaine schilder geportretteerd te worden. De Russische Lydia Pavlovna Koedajarov is verleidelijk, spelend met haar parelsnoer, het geheel niet té serieus nemend en dat kon ze ook, want haar echtgenoot Henry Deterding stond in die jaren bekend als de machtigste man van de wereld.

En onze eigen Wilhelmina?

In het boek dat bij de tentoonstelling is uitgegeven wordt geopperd dat zij zich te sterk verbonden voelde met Nederlandse kunstenaars als Thérèse Schwartze om een buitenlander een opdracht te verstrekken. In 1903 had de László op een groepstentoonstelling in Pulchri in Den Haag zes portretten hangen, van onder anderen Paus Leo XIII, Prinses Sabina van Caraloth en Kardinaal Rampolla. Koningin Wilhelmina bezocht die tentoonstelling, maar bestelde niets.

Misschien dat de koningin het werk van De László gewoon te duur of te katholiek vond, te uitbundig en te sensueel. Twee aartsbisschoppen van Canterbury die hij schilderde, beklaagden zich dat zij eruit zagen als katholieke kardinalen, afgebeeld met een grandeur Titiaan of Velázquez waardig.

De László hield van schittering. Hij was op zijn best als hij mooie jonge vrouwen kon portretteren, of geestelijken. Dat leverde sublieme portretten op. Hij was de laatste in een lange traditie.

t/m 5 juni in Museum Van Loon, Keizersgracht 672, Amsterdam, www.museumvanloon.nl