Snap dertigers en je begrijpt Bush

Bush heeft zich omringd met een team conservatieve 'Generatie-X' ers'. Omdat zij niet getekend zijn door de Koude Oorlog, experimenteren ze ongegeneerd met democratie in het Midden-Oosten, meent Dafna Linzer .

Ze ging studeren toen de Berlijnse Muur viel, putte inspiratie uit de globalisering en werd volwassen met het internationale terrorisme. Nu zij is verlost van het permanente nucleaire machtsevenwicht dat het internationale leven beheerste, gaat deze 'Generatie X' oorlogen of politieke omwentelingen in de wereld niet meer uit de weg.

Als je deze mensen en hun achtergrond begrijpt, zien de veroveringstochten in het Midden-Oosten, de grandioze experimenten met democratie en de solistische strategieën van president Bush er ineens heel anders uit.

Dat komt omdat een stuk of tien dertigers, bij wie Sesamstraat met de paplepel is ingegoten, die strategieën nu op verrassende manieren gestalte geven op hoge adviseursposten in de Nationale Veiligheidsraad (NSC), het machtige interne Witte-Huisorgaan van medewerkers voor buitenlandse zaken die zo bij Bush kunnen binnenlopen. Dat kleine team conservatieve Generatie-X'ers - uit een leeftijdsgroep die ooit als waardeloze nietsnutten bijna was afgeschreven - is de eerste groep Amerikaanse beleidsmakers die werkelijk thuis is in een unipolaire wereld.

Hun geschiedenis begint op 11 september 2001. Dat is de lens waardoor zij de toekomst waarnemen. 'Wij hebben allemaal carrière gemaakt in de wereld van na de Koude Oorlog', aldus Meghan O'Sullivan, die op haar 36ste plaatsvervangend nationale veiligheidsadviseur is voor Irak en Afghanistan. 'Je moet bedenken wat de bepalende kenmerken zijn van ons tijdperk. Voor mij zijn dat de superieure positie van Amerika, de globalisering, het terrorisme en de massavernietigingswapens. Daarom doen wij wat wij doen. Tijdens de Koude Oorlog speelde dat allemaal niet.'

Voor hen, die opgroeiden in een tijdperk van ongekende welvaart, was het kapitalisme onlosmakelijk verbonden met vrijheid en democratie. In een wereld waar alles mogelijk leek, was het slechts een kwestie van de juiste prioriteiten. Toen ze nog jong waren concludeerden ze al dat de aardolie uit het Midden-Oosten van groot belang was, dat de echte slechteriken niet uit Rusland kwamen en dat Amerika, ondanks zijn reusachtige arsenaal aan kernwapens, toch ten prooi kan vallen aan kwaadwillenden. Het is dus geen wonder dat een aantal van de knapste conservatieve koppen van deze generatie een president dient die zijn reputatie op het spel zet om het Midden-Oosten met wapengeweld te herscheppen.

De NSC, in 1947 ingesteld, is sinds lang een broedplaats van rijzende sterren. Condoleezza Rice zat er als dertiger in als Sovjet-topexpert toen Bush' vader president was. Maar zelden is de kloof in wereldervaring tussen de jonge beleidskanonnen en de president die zij dienen zo breed geweest als nu. Generatie X heeft het nooit één moment zonder popcultuur en economische welvaart hoeven te stellen.

Ogenblikken waarop de natie triomfeerde, zoals de overwinning van de Tweede Wereldoorlog, heeft zij niet meegemaakt; evenmin als de smadelijke nederlagen uit de Vietnam-tijd. Een conflict was voor Generatie X de korte Golfoorlog van 1991, die zij als een televisieshow heeft gevolgd.

Volgens medewerkers van de NSC springt de kloof vooral in het oog wanneer hun baas, nationale veiligheidsadviseur Stephen Hadley, vertelt over zijn jaren als wapenbeheersingsonderhandelaar tijdens de Koude Oorlog. 'Dan hebben wij zoiets van 'Wapenbeheersing, wat is dat?'', zei Michael Allen, Hadley's speciale assistent voor wetgeving.

Tegelijkertijd hebben de mensen van Generatie X - geboren tussen 1961 en 1981 - en de oudere babyboomers in het Witte Huis een aantal trekken gemeen. Geen van beiden lijkt zich Vietnam persoonlijk te hebben aangetrokken: generatie X is te jong, en de babyboomers in de top van deze regering hebben in hun diensttijd niet in Vietnam gezeten.

De oorlog in Vietnam liep ten einde toen O'Sullivan zich als kind in een buitenwijk van Boston bewust werd van de wereld. Nu gaat zij, na eerst als hoge adviseur in Bagdad de vorming van de Iraakse interimregering te hebben begeleid, over de strategie van president Bush in Irak. Zij heeft als twintiger radicale nieuwe manieren uitgedacht om 'schurkenstaten' aan te pakken. Zij heeft geholpen het concept van de 'slimme sancties' uit te werken - een vorm van economische druk die bedoeld is om regimes te dwarsbomen in plaats van hun onderdanen.

De houding ten aanzien van Irak van vele generaals met wie O'Sullivan in haar huidige functie overleg pleegt, wordt bepaald door de pijnlijke ervaringen in Vietnam; maar niet voor O'Sullivan. 'Wij zijn de eerste generatie van na Vietnam, zonder de last van Vietnam. Dit betekent niet dat wij er niet bepaalde lessen uit proberen te trekken, over het neerslaan van opstanden en zo, maar het is niet mijn voornaamste referentiekader, en dat is een goede zaak', zei O'Sullivan.

Hetzelfde geldt voor Afghanistan, waar zij met haar team de lijnen uitzet van het beleid waarmee de Verenigde Staten proberen het bevriende regime te stabiliseren van president Hamid Karzai dat na de val van de Talibaan is geïnstalleerd. 'Als je de Sovjet-invasie, en hoe die is vastgelopen, als uitgangspunt neemt, zul je weinig verwachtingen koesteren over wat in Afghanistan gerealiseerd kan worden', aldus O'Sullivan. 'Maar zo zie ik het niet. Ik zie een einde aan het bewind van de Talibaan, en een democratie in opkomst.'

Haar twee jaar oudere NSC-collega John Rood is hoofdadviseur van de president over maatregelen tegen nucleaire dreiging. In dat kader zoekt hij onder meer naar manieren om de nucleaire programma's van Iran en Noord-Korea in te dammen.

Het vroegste nieuws waarvan hij nog weet dat hij het volgen kon was de gijzelingscrisis in Iran; niet de bestorming van de ambassade, maar de tragedie die erop volgde. De elfjarige Rood, die als kind van gescheiden ouders opgroeide in een middenklassewijk van Phoenix, raakte door de verknoeide reddingspoging zo van streek dat hij aan een onderwijzer vroeg na te gaan of er geen andere Amerikaanse troepen in de regio waren, die een poging zouden kunnen doen de gijzelaars te redden. 'Ik weet nog dat ik er artikelen over las en dat ik het niet begreep. Er stond dat wij in de regio een groot aantal vliegtuigen hadden die steun zouden hebben kunnen verlenen, en we lieten het zomaar lopen', zei Rood.

Rood heeft voor zijn werk veel te maken met erfstukken van de Koude Oorlog, zoals het Verdrag over Ballistische Raketten (ABM-verdrag), een tientallen jaren oude wapenbeheersingsovereenkomst tussen Washington en Moskou, die Rood in zijn eerste jaren in het Witte Huis heeft zitten ontmantelen. 'We hoorden allerlei verhalen van critici dat de wereld zou vergaan als wij het ABM-verdrag afschaften, en nu heeft niemand het er meer over, want er is niets gebeurd. Het is een voordeel om al die ballast uit de Koude Oorlog niet meer te hoeven meeslepen.'

De kinderjaren van Juan Zarate, plaatsvervangend nationaal-veiligheidsadviseur voor antiterroristische strategieën, zijn daarentegen wel getekend door de Koude Oorlog. Als zoon van een Mexicaanse vader en een Cubaanse moeder was de angst voor het communisme voor hem nooit ver weg. Tijdens zijn studie legde hij zich toe op internationaal recht en veiligheid. Op Harvard schreef hij zijn dissertatie over het effect van het Amerikaanse buitenlandse beleid op de democratie in Latijns-Amerika, een regio waaraan Bush vrijwel geen aandacht heeft geschonken. Eind jaren negentig ging hij werken bij de afdeling criminaliteit van het ministerie van Justitie, net toen men daar was begonnen aan het grootste terrorismeonderzoek sinds tien jaar: de bomaanslagen op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania.

Zijn rechterhand Michelle Malvesti werd datzelfde jaar in een opwelling terrorisme-analist bij het defensie-inlichtingenbureau van het Pentagon. Nu coördineren Zarate (34) en Malvesti (35) het plan van de regering voor wat Bush de 'oorlog tegen het terrorisme' noemt.

John Simon (38) heeft een klassieke Generatie-X-baan als management consultant opgegeven om bij de NSC directeur voor hulp, stabilisering en ontwikkeling te worden. Nu wacht hij op de bevestiging van zijn aanstelling als vice-president van de Overseas Private Investment Corp. Deze overheidsinstantie helpt Amerikaanse bedrijven bij hun investeringen in het buitenland. De historicus William Inboden (33), die belast is met toekomstplanning, verdiept zich in de volgende generatie bondgenootschappen en partnerschappen die de belangen van de VS in de 21ste eeuw zullen dienen.

Voor Zarate was '11 september' de uitdaging voor zijn generatie, meer dan voor de regering die hij dient. 'Misschien dat de mensen over twintig of dertig jaar op ons werk terugkijken en zeggen dat wij de jonge pioniers waren, Kissinger-achtige figuren', zei hij. 'Dat valt te hopen, als wij ons werk goed doen.'

Dafna Linzer is journalist van The Washington Post. © The Washington Post