Mooie, mystieke klankkleuren van Rus Skrjabin

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Markus Stenz m.m.v. Valentina Igoshina. Gehoord: 15/3 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 16, 17/3. Radio 4: 19/3 14.15 uur.

Voor de tweede keer klonk gisteravond bij het Concertgebouworkest het Pianoconcert in fis kl. van de Russische componist Aleksandr Skrjabin. In oktober 1912 kwam de componist het zelf spelen, op uitnodiging van dirigent Willem Mengelberg. Meer dan 95 jaar later klonken Skrjabins noten onder de handen van de jonge Russische pianiste Valentina Igoshina, terwijl Markus Stenz dirigeerde.

De 26-jarige Skrjabin was in zijn Pianoconcert uit 1897 nog niet de visionaire avantgardist die hij was geworden toen hij in 1912 in Amsterdam optrad. Na zijn Poème de l'extase (1908) had Skrjabin toen net zijn symfonisch gedicht Prométhée (1911) gecomponeerd.

Dat transcendentale werk voor koor, orkest, piano, orgel en een kleurenklavier, dat bij verschillende akkoorden kleurcombinaties op een scherm moest projecteren, was een vroege vorm van multimedia-muziek.

Skrjabins Pianoconcert doet nog traditioneel aan en herinnert aan het werk van de één jaar jongere Rachmaninov. Maar vooral in de reeks variaties in het tweede deel verschijnt daar al de fascinerende Skrjabin van de variërende mystieke klankkleuren die moeten verschuiven van 'irreëel betoverend' tot 'zonnig en doorzichtig'. In de fraaie vertolking van Valentina Igoshina klonk het als het openen van een reeks ramen met wisselende fascinerende uitzichten.

Skrjabin werd door Stenz omlijst door Beethovens ouverture Leonore nr 2 - in grootse stijl met veel visuele pathetiek gedirigeerd - en de Vijftiende symfonie van Sjostakovitsj. Het afgelopen weekeinde klonk die laatste symfonie van Sjostakovitsj bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. James Conlon op indringende wijze met een sterk opengelegde klank: messcherp, desolaat, vaak schel en schril.

De Rotterdamse en Amsterdamse uitvoeringen ontlopen elkaar niet veel in niveau, maar wel in karakter. Bij Stenz is alles wat warmer, muzikantesker, speelser en voorzien van een aanzwellende dwingende spanning.

De tweede herhaling van dit concert gaat vrijdag in de vorm van een 'oorcollege', waarbij de Grote Zaal een studiezaal wordt, met uitleg van Stenz en muziekvoorbeelden op een videoscherm. Skrjabin zou tevreden zijn over zijn vooruitziende blik.