'Manipuleren met eigen genen moet kunnen'

Bij genetische manipulatie met 'soorteigen' genen zou de regelgeving soepeler moeten. Behandel ze als gewone cultuurrassen, zegt de Wageningse hoogleraar Evert Jacobsen.

Prof.dr. Evert Jacobsen E. Jacobsen. Wageningen UR. 15-03-06 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

De strijd om de 'gewone' genetisch gemanipuleerde gewassen heeft Evert Jacobsen, hoogleraar plantenveredeling in Wageningen, opgegeven. Partijen als Greenpeace blijven toch bij hun afwijzende standpunt. Daarom begint Jacobsen een nieuw debat. Bij genetische manipulatie gaat het tot nu toe altijd om het gen van de ene soort dat in een heel andere wordt gezet: een gen uit een bacterie wordt in een plant gezet. Maar wat als je genen overplaatst binnen dezelfde soort? Moeten alle genetisch gemodificeerde gewassen dezelfde strenge veiligheidsbeoordeling ondergaan? Een paar kleinere, 'groene' bedrijven in Amerika (FuturaGene), België (PGS) en Nederland (Inova Fruit BV) profileren zich al met zulke cisgene rassen, waaronder cisgene rijst, tomaten en appels. De Wageningers zijn er al in geslaagd een cisgene aardappel te maken.

De EU eist een zware procedure voor alle plantenrassen waarin biotechnologen rechtstreeks genen hebben gezet. Daarbij maakt het niet uit of de ingebrachte genen van schorpioenen, mensen, bacteriën of van de soort zelf komen. Maar volgens Jacobsen maakt dat wél uit. Als biotechnologen zich beperken tot de genen die een plant óók via klassieke kruising in zijn erfelijk materiaal zou kunnen krijgen, doen ze eigenlijk niks anders dan wat veredelaars al eeuwen doen: gunstige genen van het ene in het andere ras brengen. Ze doen het alleen veel efficiënter. Zulke cisgene rassen (met alleen soorteigen genen) zouden moeten worden onderscheiden van de transgene rassen, waarbij wel genen tussen soorten worden gewisseld. De EU, vindt de Wageningse hoogleraar, zou zulke cisgene rassen moeten vrijstellen van de regelgeving voor genetisch gemanipuleerde organismen (gmo's).

In de eigen cisgene aardappel hebben de Wageningse biotechnologen rechtstreeks een resistentiegen tegen de ziekte Phytophtera gezet. Dit gen was geïsoleerd uit een kruisbare, wilde aardappelsoort. Eerder al had de groep een resistentere aardappel verkregen via kruising, met hetzelfde gen erin van dezelfde wilde soort. Maar dit kruisingstraject had zo'n 35 jaar geduurd en het biologische traject maar een paar jaar. Jacobsen: 'In een klassiek kruisingstraject komen ook altijd ongewenste genen uit de wilde soort zelf mee, zoals slechte knolvorm. Het kan erg lastig zijn die eigenschappen er weer uit te kruisen. Daarom gaat het rechtstreeks genen inbrengen veel sneller.'

Waar trekt u de grens? Moet een ras waarbij biotechnologen genen hebben uitgeschakeld ook worden vrijgesteld van de gmo-regeling?

'Dat hangt ervan af. Als het gen is uitgeschakeld met hulp van bacteriegenen of synthetische genen, reken ik ze tot de 'transgene' rassen. Voor mij zijn cisgene rassen alle rassen waarbij biotechnologen genetische veranderingen hebben aangebracht die de plant ook van nature zou kunnen ondergaan. Dus als het gen is uitgeschakeld via mutaties die ook spontaan kunnen optreden, is het een cisgeen ras. Een ras dat meerdere kopieën van een gen heeft gekregen zie ik ook als cisgeen, want vermeerdering van een gen gebeurt ook vaak spontaan. Het genoom is veel dynamischer dan men lange tijd dacht.'

Wie zou er het meeste voordeel hebben van zo'n uitzondering voor cisgene rassen?

'De eisen die de EU momenteel stelt, zijn zo duur dat het midden- en kleinbedrijf een nieuw gmo niet kan betalen. Ook ontwikkelingslanden niet. Daarom komen nu alle gmo's van een paar grote multinationals. Maar kleinere bedrijven en ontwikkelingslanden zouden zélf genen in hun eigen, lokaal aangepaste rassen moeten kunnen zetten.

'Dat gebeurt nu niet omdat, los van patenten, elke eigen biotechnologische ingreep te veel en te duur risico-onderzoek vraagt. Daarom kruisen bedrijven nu het eigen ras met het gemodificeerde ras van de multinational, om toch dat ene resistentiegen te krijgen. Dat geeft minder optimaal aangepaste rassen, en bovendien bedreigt het de rassendiversiteit in de landbouw.'

Er bestaan al heel lang genetisch gemodificeerde organismen. Waarom duiken de cisgene planten nu pas op?

'Tot halverwege de jaren negentig beschikten laboratoria nog vrijwel alleen over bacterie- en virusgenen. Maar door het 'sequencen' van hele plantgenomen beschikken we nu over steeds meer plantengenen. En het wordt ook steeds goedkoper om een gen uit een plant te isoleren.'

Critici zullen blijven tegenwerpen dat je met biotechnologie hoe dan ook de harmonie in een plant verstoort, ook als het gen 'eigen' is.

'Een verstoorde harmonie merk je in het veld vanzelf. Met planten die niet lekker groeien, gaan veredelaars niet verder, net als in de klassieke kruisingsveredeling.'