'Leningen' Labour doen Blair blozen

De Britse premier Tony Blair is in grote verlegenheid geraakt door de onthulling gisteren dat de penningmeester van zijn eigen Labour-partij niet op de hoogte was van leningen ter hoogte van enkele miljoenen ponden aan de partij. De regering zou de geldschieters in ruil daarvoor adellijke titels hebben willen geven.

De penningmeester, Jack Dromey, beschuldigde Blair en zijn medewerkers in Downing Street ervan wel te hebben geweten van de leningen. Hij riep op tot een onderzoek om zo snel mogelijk helderheid te verschaffen omtrent de gang van zaken.

Afgelopen week meldden Britse kranten dat Labour in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van vorig jaar drie leningen had ontvangen voor een bedrag van in totaal 4,5 miljoen pond (6,7 miljoen euro) . In ruil daarvoor, aldus deze berichten, had de regering de verstrekkers een adellijke titel beloofd.

De zaak kwam aan het licht, toen een commissie van het Hogerhuis bezwaar aantekende tegen de voordrachten van drie kandidaten voor nieuwe titels.

De leningen werden, voor zover bekend, verstrekt door Lord Levy, een vermogende vertrouweling van Blair die assisteert bij Labours fondsenwerving, en Matt Carter, de toenmalige secretaris-generaal van de partij. Naar wordt aangenomen drongen ze aan op leningen in plaats van giften, omdat dan niet de verplichting geldt de steun openbaar te maken.

Penningmeester Dromey, zelf tevens een hoge vakbondsfunctionaris, erkende gisteren dat er vermoedelijk niets illegaals is gebeurd. Maar hij kwalificeerde de praktijk als 'oneigenlijk' en herinnerde er aan dat Labour zelf in het verleden heeft aangedrongen op transparantie in de financiën van politieke partijen en hun verkiezingscampagnes.