Klaarheid gewenst over rechterlijke uitspraak

De uitspraak van de Hoge Raad over Lucia de B. die levenslang kreeg, en, om invrijheidsstelling door gratie te voorkomen, daarnaast nog tbs, actualiseerde een reeds eerder bij mij levende twijfel over een van de uitspraken inzake de Hofstadgroep. Mohammed B. werd wel schuldig bevonden aan een tweede misdrijf maar hij kreeg geen nieuwe straf ”omdat hij al levenslang had”. Stel dat `een` verdachte, tot levenslang veroordeeld wegens misdrijf A, en daarna nog eens veroordeeld voor een even ernstig misdrijf B, maar zonder nieuwe strafoplegging, door gratie of door een novum in revisie alsnog wordt vrijgesproken van misdrijf A (en wie twijfelt na de Puttense moordzaak en de Schiedammer parkmoord nog aan die mogelijkheid?), kan die dan de gevangenis verlaten zonder dat hij straf heeft ondergaan voor misdijf B waaraan hij schuldig is bevonden? In het geval van Mohammed B. zal men gratie noch revisie licht verwachten, maar toch wringen de veroordelingen van Lucia de B. en Mohammed B. op dit punt zodanig met elkaar, dat er mijns inziens klaarheid geschapen dient te worden over de vraag of de rechter bij de schuldigverklaring van Mohammed B. zonder strafoplegging toch niet een principiële steek heeft laten vallen.