In staal is Corus intussen ook een kleintje

Corus moet zijn aluminiumtak als één geheel verkopen, vindt de ondernemingsraad. Anders komen de banen bij de smelter in Delfzijl mogelijk in gevaar. De commissarissen in Nederland liggen dit keer niet dwars.

De geschiedenis herhaalt zich. Corus, de Brits-Nederlandse staalproducent, heeft de verkoop van het grootste deel van zijn aluminiumdivisie nog niet aangekondigd, of er klinken protesten bij de vertegenwoordigers van het Corus-personeel.

De aluminiumtak moet als één geheel verkocht worden, vindt de centrale ondernemingsraad. De argumenten die Corus gebruikt om de aluminiumsmelters buiten de verkoop te houden worden door de ondernemingsraad 'volstrekt niet onderschreven'. En ook FNV Bondgenoten is 'absoluut geen voorstander' van opsplitsing van de aluminiumactiviteiten, omdat de werkgelegenheid bij de smelters in Delfzijl en het Duitse Voerde - bij elkaar zo'n duizend man - dan in gevaar komt.

In 2002, toen Corus met het Franse Pechiney overeenstemming bereikte over verkoop van de walserijen en extrusielijnen van Corus' aluminiumdivisie - dezelfde onderdelen die het Amerikaanse Aleris nu koopt - slaagden de werknemers erin de verkoop te blokkeren door samen op te trekken met de raad van commissarissen van Corus Nederland.

Maar die staat dit keer aan de kant van het Corus-bestuur. En er is meer veranderd sinds de Nederlandse commissarissen en het Britse Corus-bestuur elkaar exact drie jaar geleden voor de rechter troffen om hun geschil over de aluminiumverkoop te slechten.

Drie jaar geleden stond Corus op het punt om in te storten. Jarenlange verliezen hadden de financiële positie van het concern aangetast en Corus had dringend geld nodig om zijn balans te versterken. Commissarissen en personeel van Corus Nederland waren, niet geheel ten onrechte, bang dat de opbrengst van de aluminiumtak gebruikt zou worden om de zware verliezen te compenseren die Corus toen op zijn Britse staalactiviteiten leed.

Inmiddels staat Corus er aanmerkelijk beter voor. Het concern heeft zijn schulden sterk verlaagd en vanmorgen kon bestuursvoorzitter Philippe Varin bekendmaken dat de nettowinst vorig jaar op hetzelfde hoge niveau is gebleven als in het recordjaar 2004, toen de staalprijs op zijn hoogtepunt stond. Ondanks hogere energie- en grondstofkosten steeg de winst met 2 procent tot 451 miljoen pond (653 miljoen euro). De omzet steeg met 9 procent tot 10,1 miljard pond.

Leo Berndsen, de voormalige president-commissaris van Corus die het verzet drie jaar geleden aanvoerde, zegt nu ook dat verkoop van het aluminium 'strategisch de beste route' is. Zijn opvolger Jacques Schraven onderschrijft die visie. 'Indertijd was de financiële positie van Corus heel anders. We konden niet eens een langjarig krediet van de banken krijgen. Nu kan de opbrengst van het aluminium voor andere dingen worden gebruikt.'

Philippe Varin toonde zich vanmorgen niet onder de indruk van de kritiek van de bonden en de ondernemingsraad. 'Ze mogen een advies uitbrengen', zei hij in een reactie. 'Maar wij nemen de beslissing.'

Werkgelegenheidsgaranties voor het personeel van de aluminiumsmelters wilde hij niet geven. 'Maar wij doen er alles aan om de toekomst van de smelters veilig te stellen.' Voorlopig kunnen ze aluminium halffabrikaten blijven leveren aan Aleris, maar of de smelters ook op lange termijn kunnen overleven, hangt vooral af van de stroomprijzen die ze de komende jaren moeten betalen. Energie is namelijk een van de belangijkste kostenposten van aluminiumsmelters en die kunnen alleen kostendekkend draaien als ze bij het afsluiten van bulkcontracten voor het afnemen van grote hoeveelheden energie een flinke korting op de marktprijs krijgen.

'In Duitsland hebben we net een nieuw leveringscontract gesloten, maar in Delfzijl lopen de onderhandelingen hierover nog', aldus Varin. Als die mislukken, is sluiting van de smelter in Delfzijl, waar 500 mensen werken, onvermijdelijk.

De onzekere toekomst van de smelters maakt het voor Corus moeilijk ook voor hen een koper te vinden. Nieuwe energiecontracten zouden een mogelijke verkoop kunnen vergemakkelijken. Ook een door financiers gesteunde overname door het management, waarover eerder is gesproken, komt dan weer in beeld.

Een toekomst binnen Corus is voor de smelters hoe dan ook niet weggelegd. 'Wij zien aluminium niet als kernactiviteit', herhaalde Varin vanmorgen. Het argument dat Corus hiervoor aanvoerde, namelijk dat het bedrijf op de aluminiummarkt een te kleine positie inneemt om mee te kunnen doen in de wereldtop, gaat echter ook steeds meer op voor Corus zelf in de staalindustrie.

Sinds 's werelds grootste staalconcern Mittal Steel een vijandig bod uitbracht op de nummer twee, Arcelor, zoemt het daar van de geruchten dat er een grootscheepse fusie- en overnamegolf van de nog altijd versnipperde sector op stapel staat. Voor de ondernemingsraad van Corus is het allang duidelijk: 'De verkoop van het aluminium is bedoeld om Corus aantrekkelijker te maken om deel te nemen in het consolidatieproces in de staalindustrie.'