Homo voelt zich in Nederland onveiliger

Twee verschillende onderzoeken tonen aan dat homoseksuelen zich onveiliger voelen in Nederland. Wat is er gebeurd met 'het meest homovriendelijke land'?

rotterdam, 16 maart. - 'Dat wordt vechten', dacht Paul Chin. Middenin de Regulierdwarsstraat, dé homo-uitgaansstraat van Amsterdam, wordt zijn vriend, Francisco, belaagd door een groep jongens - Marokkanen, lijkt het. Een derde vriend, André, de grootste, stormt er 'als een stier op af'. Paul rent weg, 'om hulp te halen'.

De vechtpartij is snel afgelopen. Schade: één blauw oog, voor André. Op aanwijzingen van Paul wordt even later één van de belagers door de politie opgepakt. Hij blijkt Zuid-Amerikaan. De drie homoseksuele vrienden doen aangifte op het bureau. 'Dat hadden we vroeger misschien niet gedaan', zegt Paul. 'Maar nu wel, vanwege de hele situatie.'

Die 'situatie' is een incident rond de Amerikaan Chris Crain, op Koninginnedag 2005. Crain, die hand in hand loopt met zijn vriend, wordt bespuugd. Als hij verhaal gaat halen, slaat een groep jongens hem in elkaar.

Crain is niet zomaar een homotoerist: hij is hoofdredacteur van het invloedrijke Amerikaanse homoblad The Washington Blade. In de VS wordt de mishandeling van Crain breed uitgemeten in de pers. 'Hand in hand lopen met je vriendje kan je op klappen komen te staan', schrijft Crain zelf in The Blade, 'in het land met de meest homovriendelijke wetgeving ter wereld'.

Tien jaar geleden had Crain misschien geschreven: 'in het meest homovriendelijke land ter wereld'. Maar is Nederland dat nog wel? De mishandeling van de Amerikaan lijkt de bevestiging van een groeiend onbehagen, niet alleen in de gay community, maar ook daarbuiten: in de steeds 'zwartere' Nederlandse maatschappij neemt de tolerantie voor homo's af.

'Met de instroom van mensen uit allochtone culturen en religies zijn ook gedrag en houding ten aanzien van homoseksualiteit diverser (lees: negatiever) geworden', schreef in 2001 het tweede 'paarse' kabinet al in de nota 'homo emancipatiebeleid'. De jongens die Chris Crain mishandelden, zagen er Marokkaans uit. Afgelopen januari kondigde burgemeester Cohen van Amsterdam maatregelen aan tegen Marokkaanse jongeren, die (vooral) joden en homo's zouden treiteren.

Neemt het geweld tegen homoseksuelen in Nederland toe? En: zijn de 'potenrammers' van nu inderdaad steeds vaker allochtoon?

Vandaag verschijnen, tegelijkertijd, twee verkennende studies over dit onderwerp: één in opdracht van de gemeente Amsterdam en één in opdracht van het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap.

Beide komen tot de conclusie dat er niet genoeg gegevens zijn om te kunnen concluderen dat de agressie tegen homoseksuelen toeneemt, maar dat homo's zich wel steeds onveiliger voelen.

Of dat gevoel op werkelijkheid berust, is nog niet duidelijk. Doordat geweld tegen homoseksuelen in het verleden alleen incidenteel is onderzocht, is er geen langjarig overzicht.

Ook staat 'potenrammen' niet als misdrijf in het wetboek van strafrecht. Pas sinds kort heeft een enkel politiekorps de mogelijkheid discriminatie of homohaat in het computersysteem te registreren.

Veel slachtoffers doen trouwens niet eens aangifte, uit gêne of omdat ze er het nut niet van inzien. Onderzoekers denken dat het aantal aangiften het topje van de ijsberg is. Ze pleiten voor meer onderzoek in de toekomst.

homohaat Homo's zoenen niet meer

Homoseksuelen voelen zich op straat minder op hun gemak dan vroeger. Voor een deel komt dat door incidenten die zij zelf, of vrienden en kennissen meemaken. Maar de bezorgheid wordt ook gevoed door alarmerende berichten in de media, zoals over Chris Crain. Het gevolg is dat 'een aanzienlijk deel' van de Nederlandse homoseksuelen zijn gedrag heeft aangepast, zo wordt in de onderzoeken geconstateerd. Handje vasthouden, openlijk zoenen, een te strakke broek, een te kort kapsel - veel homo's laten het tegenwoordig uit hun hoofd.

'Je ziet dat veel homo's er alles aan doen om niet op te vallen', zegt sociologe Marion van San van het Risbo, een sociaal-wetenschappelijk onderzoeksinstituut van de Erasmus universiteit in Rotterdam. In opdracht van Politie en Wetenschap enquêteerde het Risbo een kleine achthonderd leden van COC Nederland en van het homo-jongerenblad Expreszo. Uit hun antwoorden komt naar voren dat daadwerkelijk fysiek geweld tegen homo's niet zo vaak voorkomt: een twintigtal respondenten zegt ooit te zijn mishandeld vanwege zijn seksuele geaardheid. Iets meer dan tien procent is fysiek bedreigd.

Daar staat tegenover dat meer dan de helft van de ondervraagden zegt te worden uitgelachen of uitgescholden. Bijna twintig procent zegt wel eens te zijn gepest of getreiterd. En ja, veel van de daders zijn allochtoon, al zijn die het bepaald niet alléén.

Het pesten en treiteren gebeurt meestal door groepen jonge mannen: allochtoon én autochtoon. Zo'n 45 procent van de incidenten (van schelden tot in elkaar slaan) schrijven de slachtoffers toe aan autochtone kwelgeesten. De rest aan allochtone daders.

Die blijken bovendien vaker verantwoordelijk voor de zwaardere incidenten. Ze zijn Marokkaan (52 procent) of vormen een gemengde groep (Marokkanen en Turken, 29 procent). Vergelijkbare gevoelens van onbehagen komen naar voren uit de 'quick scan' van adviesbureau Twijnstra Gudde voor de gemeente Amsterdam. De onderzoekers interviewden 57 homoseksuele mannen in bekende Amsterdamse uitgaansgelegenheden. Een meerderheid van hen vindt dat niet zozeer het fysieke, als wel het verbale geweld toeneemt. Daarbij zijn het 'opvallend vaak' Marokkaanse jongens die schelden. Andere 'dadergroepen' worden vrijwel niet genoemd - ook niet door portiers van homogelegenheden in bijvoorbeeld de Amsterdamse Regulierdwarsstraat.

De door Twijnstra Gudde geïnterviewde homo's zijn zich anders gaan opstellen. 'Iets minder dan de helft' van hen zegt zijn gedrag te hebben 'aangepast' aan wat zij ervaren als toegenomen onverdraagzaamheid. 'Opvallend veel mannen zijn hiermee bezig', schrijven de onderzoekers. En: 'Ook mannen die zich níet onveilig voelen, geven soms aan niet uitdagend gekleed te gaan of op bepaalde plaatsen niet hand in hand te lopen.'

Bijna veertig procent van de homoseksuelen die door het Risbo werden geënquêteerd zegt zich de afgelopen jaren persoonlijk onveiliger te zijn gaan voelen. Een derde hiervan is heeft zijn gedrag op straat aangepast 'om incidenten te voorkomen'. I

Paul Chin zegt dat het de laatste tijd 'harder is geworden'. Zijn gedrag heeft hij niet echt aangepast, alert was hij toch al. Niet voor niets zit hij met André op een homo-zelfverdedigingsclub.

    • Steven Derix