Hirsi Ali speelt met vuur door uitspraken

Mevrouw Ayaan Hirsi Ali vindt dat iemand verwerpelijk, haatzaaiend materiaal straffeloos moet kunnen verspreiden (NRC Handelsblad, 13 maart). Daarmee plaatst zij zich steeds meer in een isolement binnen haar partij. Dat is ook niet zo vreemd. Haar gekakel over de vrijheid van meningsuiting verstomt niet en blijft verbazen. In Oostenrijk werd iemand tot gevangenis straf veroordeeld omdat hij de holocaust had ontkend. Van een recht op vrije meningsuiting wilde de rechter niet weten. Protesten in het Westen en van Hirsi Ali bleven uit. Hirsi Ali blijft maar roepen, met toestemming van ex-VVD-aanvoerder Jozias van Aartsen, dat iedereen het recht heeft om te beledigen. Maar belediging is in ons recht een misdrijf. Hirsi Ali meent dus dat er een recht bestaat een misdrijf te plegen. Het is verbazingwekkend dat een politica straffeloos het plegen van een misdrijf propageert. Gelukkig zijn er ook nog verstandige (jonge) vrouwen binnen de VVD, die echter wel, net als Hans Wiegel, Arno Visser en de jongerenorganisatie JOVD, een nog luider en duidelijkere afkeuring zouden moeten laten horen van de `activiste`, die veel moslimvrouwen (en moslimmannen) onnodig tegen de haren in strijkt en op onjuiste informatie ons land is binnengekomen.