Hier wordt niet gestunt

Nederland proeft de marktwerking in de zorg. Maar smaken verschillen. De Nederlandsche Bank dwingt stuntende verzekeraars geld apart te zetten.

De gestegen zorgkosten vormen de hoofdmoot van de eis van de vakbeweging voor herstel van de koopkracht van een paar miljoen werknemers. Maar de premies voor het basispakket van de nieuwe zorgverzekering zijn tientallen euro's lager uitgevallen dan het kabinet verwachtte.

De lagere premies zijn het directe resultaat van een driftige prijzenslag tussen een aantal grote grote zorgverzekeraars. Maar die prijzenslag roept weer nieuwe vragen op. Was het eenmalig stuntwerk? Of gooien sommige verzekeraars hun financiële positie te grabbel om klanten te trekken?

Sinds 1 januari moeten 12,7 miljoen Nederlanders boven de 18 zelf een zorgverzekeraar kiezen. Zij betalen twee premies: een inkomensafhankelijke, die voor werkenden wordt gecompenseerd door hun baas, plus een polisafhankelijke premie. Voor de polispremie kan de consument zelf kiezen welke verzekeraar hij wil.

Deze premie is de inzet geworden van stuntwerk van werkgevers (met collectieve contracten voor hun personeel) en verzekeraars, met 'gelegenheidscollectieven' (Rabobank-leden, sportbonden). De eerste verzekeraar die erkent dat hij met het stuntwerk zijn eigen reserves heeft aangetast, moet nog gevonden worden. Hier stunt men niet, dicteert de stilzwijgende code van de financiële wereld.

Elders groeit scepsis. Directeur D. Witteveen van de toezichthoudende Nederlandsche Bank zegt ronduit dat sommige verzekeraars hun polissen onder de kostprijs verkopen. Uit cijfers van onderzoekers van het Centraal Planbureau (CPB) en de Erasmus Universiteit kan worden afgeleid dat de branche zeker 190 miljoen euro verlies maakt op de polispremies.

De onderzoeksgegevens zijn gebaseerd op de trends bij de ziekenfondsen. Vorig jaar hebben verzekeraars samen al zo'n 50 miljoen euro extra gespendeerd aan reclame dan een jaar eerder. Als zij dat offensief dit jaar hebben voortgezet, kan het verlies wellicht 100 miljoen euro worden verhoogd. En dan zijn er de extra kosten voor callcenters en de administratie van nieuwe en opzeggende klanten.

Tegenover de verliezen op de premiestunts staat dat de verzekeraars samen voldoende kapitaal achter de hand hebben. Het jaar 2005 was profijtelijk.

Belangrijker voor hun financiële positie is dat het nieuwe zorgstelsel hun risico's aanzienlijk heeft gereduceerd. Het zogeheten vereveningsfonds van de branche, dat gefinancierd wordt door de premie- en belastingbetalers, staat garant voor de bulk van de zorgkosten. Daardoor kunnen de verzekeraars toe met minder eigen reserves, is vorig jaar al afgesproken.

Dankzij deze vermindering van de verplichte reserves zwemmen sommige verzekeraars opeens in het kapitaal. Minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) heeft deze vrijval vorig jaar op 2,5 miljard euro becijferd. Met dat kapitaal achter de hand kunnen de rijke verzekeraars hun premies lager vaststellen dan de kostprijs. Zij brengen het verlies gewoon ten laste van hun reserves. De Nederlandsche Bank grijpt nu in en dwingt stuntende verzekeraars geld apart te zetten.

Volgt over enkele maanden een herhaling van de prijzenslag bij de premies in 2007? Koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland en het CPB denken van wel. Mededingingsautoriteit NMa waarschuwt al voor onderling afgestemde prijsverhogingen.

Gezien de riante financiële positie van zorgverzekeraars ligt een nieuwe ronde stuntwerk voor de hand. Hoogervorst hoopt erop. Maar hij suggereerde in de Kamer ook meer kansen op krachtenbundelingen onder verzekeraars. 'Dat is marktwerking.'

Geen marktwerking die naar meer smaakt, stelt De Nederlandsche Bank. Want als steeds meer verzekeraars niets verdienen, blijven er te weinig partijen over voor een goed functionerende markt.

    • Menno Tamminga