Het Volk en ik, zeker tien minuten belden we met elkaar

Ik heb gisteren met Het Volk gebeld. En Het Volk nam nog op ook. En sprak tot mij.

Ik was in de Tweede Kamer, waar wat kunstwerken werden onthuld die de Kamer gaan opsieren. Kunstenaar Martijn Engelbregt had een rode telefoon bedacht, zo één die je altijd in oude films ziet als alarmfase drie uitbreekt in het Witte Huis.

Deze telefoon staat in Het Logement, een bijgebouw van de Kamer. 'Hotline naar het volk', staat erop. Bedoeld voor Kamerleden en andere geïnteresseerden in Het Volk, om ze gewoon eens op te bellen. Als je de hoorn oppakt, draait een intern computertje een van de zes miljoen vaste nummers in Nederland, en dan kun je Het Volk een prangende vraag stellen.

Niemand deed iets met die telefoon, want hij was kunst, maar ik was zo nieuwsgierig dat ik Het Volk besloot te bellen. Ik voelde me weer zeven, toen ik met mijn buurmeisje altijd willekeurige nummers draaide en zei: 'Met Meneer Poepjes.'

Zenuwachtig hield ik de hoorn vast. Het Volk nam op, het was een vrouw. Eerst moest ik haar uitleggen waarom ik belde. 'Rode telefoon... Tweede Kamer... Ja, kunst... Voor Het Volk...' Ze zou wel denken dat ik een totale krankzinnige was.

Maar ze nam me serieus. Ik mocht haar, als Volk zijnde, best een vraag voorleggen. 'Eh.' Prangende kwesties, prangende kwesties, Aaf. Verzin iets. 'Eh, vind je het goed als jouw belastingcenten aan kunst voor de Tweede Kamer worden uitgegeven?' Het Volk is altijd erg op de belastingcenten, dus dat leek me een geschikte vraag.

Het Volk en ik raakten in een gezellig gesprek verwikkeld over kunst, de openbare ruimte en belastingcenten. Ik vond Het Volk aardig en intelligent. Het Volk vond mij volgens mij ook best aardig. Zeker tien minuten praatten we met elkaar.

Aan het eind vroeg ik: 'Kom je bij me eten?' Nee hoor, ik vroeg: 'Wat doe je eigenlijk voor werk?' Ze was industrieel ontwerpster, zei ze.

Toen ik ophing, dacht ik: misschien heeft Engelbregt alleen nummers van sympathieke kunstenaars voorgeprogrammeerd in de hotline.

Maar de man die na mij met de rode telefoon Het Volk belde, kreeg een taxicentrale aan de lijn. Meer Het Volk kon bijna niet.

Aaf Brandt Corstius

    • Aaf Brandt Corstius