'Extremist kun je niet met strafrecht aanpakken'

Gedachten over het stichten van islamitische staten en geweld tegen ongelovigen moet je bestrijden met ideeën, niet in de rechtszaal, zegt Hirsi Ali.

Ayaan Hirsi Ali FOTO: Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Europa kent nauwelijks prominente islamcritici van het type Ayaan Hirsi Ali. Is het Tweede-Kamerlid voor de VVD daarom de laatste tijd vooral in het buitenland te vinden? 'Er zijn er maar weinig die, zoals ik, uit de moslimwereld zelf komen', zegt Hirsi Ali. 'Ik heb het voordeel dat mijn familie niet in Nederland woont. Ik heb bovendien geen nauwe banden met de Somalische gemeenschap, waardoor ik vrijuit kan spreken. Dat komt weinig voor.'

De afgelopen maanden speelde Hirsi Ali een vooraanstaande rol in het islamdebat in Europa. Tijdens de crisis over de Deense Mohammed-cartoons bezocht ze Scandinavië en Duitsland. Daar pleitte ze in interviews voor de verzamelde pers voor de absolute vrijheid van meningsuiting. Afgelopen weekend nog was ze in Spanje, waar de overheid na de aanslagen van 11 maart 2004 nog steeds een houding zoekt ten opzichte van het terrorisme. Ieder Europees land worstelt op zijn eigen manier met moslimextremisme, zegt Hirsi Ali in een Haags café. En overal is de eerste politieke reactie ongeveer dezelfde. Links vindt dat de westerse samenleving het probleem zelf heeft veroorzaakt en dus zelf oplossingen moet verzinnen. Rechts vindt dat het de moslims zijn die zich moeten aanpassen.

Hoe landen moslimfundamentalisme en terrorisme aanpakken verschilt wel, zegt Hirsi Ali. In Noorwegen en Zweden is het beleid gericht op 'zachte' integratiemaatregelen zoals een goede kinderopvang. Duitsland heeft de neiging islamitische organisaties vrij snel te 'criminaliseren'. Frankrijk loopt volgens het Kamerlid voorop. 'De aanpak is professioneel en gespecialiseerd. Bovendien is die geïncorporeerd in de rechtsstaat. Ik zou willen dat we een nieuwe terrorismewet gaan onderzoeken die gebaseerd is op het Franse systeem.'

Deze week uitte Hirsi Ali kritiek op het vonnis tegen de Hofstadgroep, de islamitische terreurorganisatie waartoe ook Mohammed B. behoort, de moordenaar van de cineast Theo Van Gogh. Het Kamerlid verzette zich tegen het vonnis van Mohammed Fahmi B. Hij werd veroordeeld tot achttien maanden voor het in bezit hebben van radicale geschriften. Volgens Hirsi Ali is die straf onterecht, omdat daarmee de vrijheid van meningsuiting in het gedrang zou komen.

CDA, PvdA en haar fractiegenoot Frans Weekers vielen over haar heen. Had zij niet zelf een wet gesteund die juist het verspreiden van haatzaaiende teksten strafbaar stelt? En had de moord op Van Gogh niet bewezen dat terreur tot elke prijs voorkomen moet worden?

Hirsi Ali beseft de ironie: juist zij neemt het nu op voor iemand die verbonden is met de moordenaar van Theo van Gogh, met wie zij zelf de omstreden film Submission maakte. 'Het gaat me erom dat de vrijheid van meningsuiting altijd verdedigd moet worden, zelfs als die ons niet goed uit komt. Fahmi B. had volgens de rechter opruiende, haatzaaiende en extremistische teksten in bezit. Door dat te verbieden zoeken we een gevaarlijke grens op. Toen deze terreurwet in behandeling was, waarschuwden veel rechters er al voor dat politieke en theologische discussies niet op hun bureau terecht moesten komen.'

En dat is bij Fahmi B. wel gebeurd, vindt Hirsi Ali. 'Als je de teksten die hij in bezit had goed bestudeert, zie je dat die geïnspireerd waren door de Koran en de Hadith [de levensbeschrijving van de profeet, red.]. Elke dag wordt dat gedachtegoed gepredikt. Een gevaar is dus dat de islam gecriminaliseerd wordt. Maar je kunt een geloof niet criminaliseren.'

De kern van de aanpak van minister Donner (Justitie, CDA) is volgens Hirsi Ali dat terrorisme niets te maken heeft met de islam, maar misbruik maakt van dat geloof. Je lost het in die visie op door de extremisten te vervolgen, zegt Hirsi Ali. 'Mensen als Donner gaan er van uit dat het probleem minder groot wordt als je maar geen aanstootgevende dingen doet en de islam een eigen zuil geeft.

Maar volgens het Kamerlid vallen mensen als Fahmi B. niet aan te pakken via het strafrecht. 'Zij proberen op hun manier zo veel mogelijk te handelen naar de profeet Mohammed en de teksten in de Koran. Daar staan teksten in over het stichten van islamitische staten, geweld tegen ongelovigen en verzakers. Die opvattingen moet je bestrijden in de ideeënarena, zoals ik het noem.'

Nederland is volgens het Kamerlid vooral op zichzelf gericht. De wetgeving in sommige andere Europese landen is naar haar idee beter en juridisch zuiverder. Frankrijk is hier volgens haar weer het beste voorbeeld. Islamitische scholen bestaan er niet. De overheid heeft ook het dragen van religieuze tekens in het onderwijs verboden, om de scheiding tussen kerk en staat extra te onderstrepen.

Het strafrecht bemoeit zich in Frankrijk zo min mogelijk met religie. 'Het bezitten van haatzaaiende teksten is in de Franse terreurwetgeving niet strafbaar. Zo worden discussies vermeden over de interpretatie van die teksten. Want iedereen heeft wel een bijbel of koran in de boekenkast staan. Het Nederlandse strafrecht is vervuild met terreurwetten. Daardoor kunnen mensen in de gevangenis komen die nog niks hebben gedaan.'

Niet dat Frankrijk in alles een gidsland is. Huisvesting en integratie van minderheden loopt achter. Premier Sarkozy pleitte onlangs, tegen de traditionele scheiding van kerk en staat in, voor het financieren van moskeeën, zodat er een 'Franse islam' kan ontstaan. De recente rellen in de Franse steden, hoewel ongetwijfeld niet spontaan ontstaan, kwamen volgens Hirsi Ali door onvrede. 'Dertig jaar lang heeft het land geslapen, maar Frankrijk pakt het nu over het algemeen voortvarender aan dan de rest van Europa. Ik zou willen dat we meer naar dit soort landen keken, in plaats van steeds zelf het wiel uit te vinden.'

    • Guus Valk