'Duitsland moet wennen aan spionnen'

Was de roodgroene regering van Gerhard Schröder echt tegen de oorlog in Irak, of hielp ze de VS stiekem? De huidige oppositie wil er alles van weten. Er komt parlementair onderzoek.

Voor liefhebbers van James Bond en samenzweringstheorieën breekt in Berlijn een gouden tijd aan. De Bondsdag bereidt zich voor op een parlementaire enquête naar de werkwijze van inlichtingendiensten, onder andere ten tijde van de oorlog in Irak.

Parlementaire plichtsvervulling in een democratie, zegt de oppositie. Profileringsdrang van een tandeloze oppositie, zeggen regeringspartijen. De spionnen zelf vrezen dat ze in hun werk belemmerd zullen worden.

Een reeks onthullingen heeft de afgelopen maanden een hooglopend debat losgemaakt over de werkwijze van de Duitse geheime dienst BND en van buitenlandse inlichtingendiensten waar de BND mee samenwerkt. De affaires stammen uit de ambtstermijn van voormalig kanselier Gerhard Schröder (SPD). Zijn roodgroene regering baarde opzien door zich te verzetten tegen de Amerikaanse oorlog in Irak. De onthullingen over de BND hebben onder andere de vraag opgeworpen of het Duitse 'nee' tegen de oorlog wel zo hard was als Schröder het deed voorkomen.

De onthullingen kwamen veelal uit Amerikaanse bron en aan de vooravond van een Duits-Amerikaanse topontmoeting. Sociaal-democraten, zoals SPD-voorzitter Platzeck, vermoeden daarom dat duistere Amerikaanse krachten aan het werk zijn die met doelgerichte lekken alsnog proberen de SPD van Schröder te beschadigen.

Eerst ging de aandacht uit naar geheime CIA-vluchten. Brisant werd de zaak toen bleek dat de CIA een Duitse staatsburger naar Afghanistan had ontvoerd. Kort daarop kwam ook de Duitse inlichtingendienst in beeld. Duitsland had tijdens de Irak-oorlog twee spionnen in Bagdad, wier berichten ook bij de Amerikanen terecht kwamen. De Duitsers zouden, aldus The New York Times, onder andere Iraakse plannen voor de verdediging van Bagdad hebben doorgespeeld.

De huidige regering van Angela Merkel, waarin ook de SPD zit, zegde opheldering toe. De spionnen van Bagdad en hun superieuren rapporteerden, achter gesloten deuren, aan een speciale commissie van de Bondsdag. Parlementariërs van CDU en SPD concludeerden na afloop dat de spionnen niet wezenlijk hadden bijgedragen aan de Amerikaanse oorlogsvoering. Ze mochten de gevechtshandelingen niet beïnvloeden en dat hadden ze ook niet gedaan. Punt uit.

De oppositie denkt daar anders over. FDP, Linkspartei en Groenen hebben het moeilijk in een Bondsdag die wordt gedomineerd door de grote coalitiepartijen CDU en SPD. Het enquêterecht is echter een minderheidsrecht, dat de coalitie niet kan blokkeren. De drie dwongen een onderzoek af dat in april begint en het hele jaar gaat duren. Alleen onenigheid tussen de oppositiepartijen kan een enquête nog frustreren.

Hans-Christian Ströbele (Groenen) heeft nog veel vragen. Hij is eigenlijk tegen inlichtingendiensten. Vroeger wilde zijn partij ze verbieden, nu wil hij 'de geheime diensten het geheime ontnemen'. Inlichtingendiensten zijn moeilijk te controleren, zegt hij, en dan gebeuren dingen die niet door de beugel kunnen.

Ströbele maakt zich sterk voor de enquête, ook al brengt hij partijgenoot en voormalig minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer in verlegenheid. 'Ik heb een mandaat van het volk en een mandaat om voor opheldering te zorgen.' Hij is niet bang dat afbreuk wordt gedaan aan het anti-oorlogs imago van de roodgroene regering. 'Dat kun je niet meer relativeren.' In conservatieve kring is gesteld dat het huichelachtig was tegen de Amerikanen te fulmineren en ze stiekem van informatie te voorzien. 'Schröder heeft altijd gezegd dat hij zich hield aan de verplichtingen die voortvloeien uit het [NAVO]-bondgenootschap'. Zo mochten de VS tijdens de oorlog gebruik maken van Amerikaanse bases in Duitsland.

Voor afgevaardigde Dieter Wiefelspütz (SPD) is de enquête 'een politiek instrument in handen van de oppositie.' 'We gaan nu alles dubbel doen.' Hij ziet de discussie ook als een vorm van volwassenwording. 'Duitsland is pas sinds de eenwording in 1990 een soevereine staat met troepen in het buitenland en belangen in onrustige regio's. Bij de nieuwe rol horen ook inlichtingendiensten. Duitsland moet daar nog aan wennen.'

    • Michel Kerres