Blankert heeft al één euro gereserveerd voor Geesink

Ze stonden zo'n tien meter van elkaar vandaan en gunden elkaar geen blik waardig. Een vriendelijke begroeting zat er vanmorgen in de rechtbank van Rotterdam niet in tussen oud-topjudoka Anton Geesink en voormalig NOC*NSF-voorzitter Hans Blankert.

Geesink, lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en tevens bestuurslid van sportkoepel NOC*NSF, eist van Blankert een symbolische schadevergoeding van 1 euro wegens, aldus de voormalig topjudoka uit Utrecht, herhaaldelijke beledigingen door de oud-preses aan zijn adres. 'Blankert is altijd bezig geweest mij in een kwaad daglicht te stellen', zei Geesink vanmorgen.

De oud-voorman van werkgeversorganisatie VNO-NCW op zijn beurt begrijpt niet wat zijn tegenstrever met de civiele procedure wil bereiken. 'Hier zijn slechts drie verliezers: Geesink, Blankert en de sport. Ik heb die euro alvast weggezet voor als ik de zaak verlies', zei hij op cynische toon.

'Ik maak gebruik van mijn democratisch recht', antwoordde Geesink. 'Ik wil weten of het rechtsgeldig is dat iemand zich zo over een persoon uitlaat. Dat moet de rechter maar uitmaken.'

Geesink begon de rechtszaak in november 2004. Blankert was destijds al weg als voorzitter van de sportkoepel en in die hoedanigheid opgevolgd door Erica Terpstra. Blankert kon tijdens zijn periode als voorzitter nooit door één deur met Geesink, die zich niet serieus behandeld voelde. 'Ik heb onder al die opmerkingen van hem te lijden gehad en mijn vrouw en mijn gezin ook', stelde de oud-judoka. 'Ik werd als bestuurder gevraagd voor lezingen, na de komst van Blankert niet meer. Wie wil zo'n zogenaamde recalcitrante Geesink nog?'

Voor de rechtbank in Rotterdam kwamen beide kemphanen uitgebreid aan het woord, waarbij Geesink zich van zijn emotionele kant liet zien. 'Als ik recht wil halen, doe ik dat bij de hoogste instantie. Ik ben blij dat ik hier na tweeënhalf jaar sta.' Van een door de rechter aangedragen verzoeningspoging wilde het Geesink-kamp niets van weten.

Blankert gaf aan dat hij Geesink waardeerde, en bewonderde als sporter en olympisch kampioen, maar dat hij minder positief was over de bestuurder Geesink. 'Hij ging altijd in tegen wat wij hadden afgesproken.' Hij bestreed dat hij gezegd zou hebben dat Geesink meer dan wie ook de sport in Nederland beschadigd heeft.

De rechtbank doet op 27 april schriftelijk uitspraak.