Bizarre schilderstijl uit Antwerpen

Tentoonstelling: Extravagant: raffinement in devotie. Bonnefantenmuseum Maastricht. T/m 9/4. Catalogus (Uitg. BAI) : 240 blz., 35,00. Inl.: 043-3290190 of www.bonnefanten.nl

Atelier van de Meester van 1518, 'Maria Magdalena', National Gallery, Londen National Gallery

Tot welke exuberantie een artistiek vacuüm kan leiden, toont de kunst van het Antwerpen van begin zestiende eeuw. In de periode 1500-1530 ontwikkelde zich in die stad een schilderstijl die opvalt door een voorkeur voor decoratieve effecten, een ongebreidelde aandacht voor detail en ornament, in gevarieerde kleuren en volgepakte composities. Anders dan bijvoorbeeld Brugge en Brussel, kende Antwerpen in de vijftiende eeuw geen overheersende schilderstraditie. Als handelsmetropool zou de stad pas kort na 1500 tot plotselinge ontwikkeling komen. De nieuwe welvaart leidde tot opdrachten aan uiterst inventieve schilders. Zij waren verantwoordelijk voor de bizarre stijl die het Antwerpse schildertoneel kortstondig zou beheersen. Voor het eerst sinds de Duitse connaisseur Max J. Friedländer deze schilders driekwart eeuw geleden samen bestudeerde als 'Antwerpse maniëristen', besteedt een expositie in het Bonnefantenmuseum in Maastricht uitvoerig aandacht aan deze opvallende kunstenaars.

De expositie toont zo'n veertig schilderijen en eenzelfde aantal tekeningen. Het was niet gebruikelijk kunstwerken te signeren en veel documentatie is er ook niet. Een opvallende uitzondering is Jan de Beer, volgens de catalogus 'de enige Antwerpse maniërist die een reputatie vestigde die hem overleefde'. Van De Beers hand is een paneel met de aanbidding door de drie koningen - een onderwerp dat ook vaak voorkomt in het werk van zijn Antwerpse tijdgenoten. Het thema gaf de schilders de gelegenheid flink uit te pakken in de weergave van pracht en praal in kostuums, kostbare voorwerpen en exotische dieren die horen bij de stoet van de koningen die het Christuskind komen aanbidden. In het schilderij staat midden in de compositie, ter ondersteuning van de vervallen geboortestal, een grote zuil, die eruit ziet als een enorme gedraaide tafelpoot. Dit motief verraadt dat ook de devotionele functie van de voorstelling niet uit het oog werd verloren. De zuil doet denken aan de geselpaal van Christus. Zo verwijst hij waarschijnlijk naar een visioen van de middeleeuwse mystica Birgitta van Zweden, aan wie Maria meedeelde dat zij op de avond voor de geboorte van Christus in een zuil een vooruitblik kreeg op de toekomstige lijdensweg van haar zoon.

Van andere Antwerpse schilders, die we alleen nog bij noodnamen kennen, zijn de sleutelwerken in de tentoonstelling vertegenwoordigd: van de 'Meester van de Antwerpse Aanbidding' is de naamgevende Aanbidding door de koningen te zien, en van de 'Meester van de Johannesmartelingen' zijn er panelen uit privé-bezit van het Martelaarschap van Johannes de Evangelist als het Martelaarschap van Johannes de Doper. Een schilder die exemplarisch mag heten voor de uitbundigheid van deze kunst, is de 'Meester van Amiens'. Hij was waarschijnlijk een leerling van Jan de Beer, en maakte een reeks altaarstukken voor een Mariabroederschap in het Noord-Franse Amiens. Eén ervan is een 1,70 meter hoog paneel waarin het religieuze thema van Maria met kind bijna in het niet valt bij het horror vacui van de compositie, die volgepakt is met portretten van tijdgenoten, geestelijke en wereldlijke hoogwaardigheidsbekleders, kinderen.

De schilderijen in het Bonnefantenmuseum tonen een wonderlijk samengaan van laatmiddeleeuwse tradities, met niet meer dan een oppervlakkig classicisme. En de expositie laat zien dat ook de oude negatieve bijklank van de term maniërisme achterhaald is voor de extravagante, maar vaak inventieve en altijd onderhoudende Antwerpse schilders van de vroege zestiende eeuw.