Aanklachten fraude Kenia

Dertien jaar na de onthulling van het grootste corruptieschandaal uit Kenia's geschiedenis zijn enkele hoge verdachten aangeklaagd. Een voormalig hoofd van de geheime dienst en een ex-hoofd van de centrale bank zijn gisteren om hun rol in het Goldenberg-schandaal in staat van beschuldiging gesteld.

De aangeklaagden zijn de architect van de zwendel, Kamlesh Pattni, ex-gouverneur van de centrale bank Eric Kotut en zijn rechterhand Eliphaz Riungu, en Wilfred Koinange, destijds directeur-generaal van het ministerie van Financiën. Zij werden aangeklaagd wegens diefstal van de staat ter waarde van mogelijk een miljard dollar. Er wordt nog onderzocht of er een aanklacht komt tegen de voormalige vice-president George Saitoti die destijds minister van Economische Zaken was en die belast was met de goedkeuring van de vermeende export van goud.

De zwendel rond Goldenberg was simpel en effectief. Het bedrijf Goldenberg van Kamlesh Pattni exporteerde goud en ontving daarvoor van de overheid een aanmoedigingspremie van 35 procent. In werkelijkheid exporteerde Goldenberg alleen op papier, Kenia heeft namelijk helemaal geen goud. Als onderdeel van de zwendel werden banken opgericht waarin de familie van de toenmalige president Moi aandelen had. Met Goldenberg verbonden zakenlui en politici raakten betrokken bij andere fraude, zoals de verkoop van flatgebouwen en hotels in de hoofdstad Nairobi.

Door de diefstal van de miljoenen dollars aan overheidsgeld raakte de Keniase economie in een duikvlucht en weigerden donorlanden en instellingen nog geld te lenen. Ruim tien jaar lang zou de Keniase economie als gevolg van het schandaal niet meer groeien. Een deel van de miljoenen werd vermoedelijk door de toenmalige regeringspartij aangewend voor haar verkiezingscampagne. Begin jaren negentig had Moi met tegenzin het meerpartijensysteem ingevoerd waardoor zijn Kanu-partij dreigde verkiezingen te verliezen.

Een onderzoekscommissie ingesteld onder het bewind van Mois opvolger president Kibaki deed de aanbeveling de rol van de voormalige president nader te onderzoeken. Algemeen wordt aangenomen dat Moi in 2002 de macht aan Kibaki overdroeg in ruil voor de belofte niet te worden vervolgd om Goldenberg.