Aangehouden, vraagt de conducteur. Ik?

Een draadbreuk. Midden in het weiland staat de trein stil.

Een ooggetuigeverslag.

Middenin de weilanden, bij Zwammerdam, staat de trein opeens stil. Het is vijf over half negen, 's ochtends. De conducteur springt naar buiten, loopt naar voren, loopt samen met de machinist naar achteren, blijft een kwartier weg en zegt daarna tegen de passagiers: 'Draadbreuk, 1.800 volt op de voorruit. De machinist is zich doodgeschrokken, overal schroeiplekken.'

Dan springt hij weer naar buiten. De passagiers zwijgen. De zon schijnt over het berijpte gras, twee futen maken elkaar het hof. Om negen uur komen er drie politiemensen aanlopen. 'Naar binnen!', zegt er een tegen de conducteur. 'Veiligheid!'

'Veiligheid?', zegt de conducteur. 'Hebben jullie al aan jullie eigen veiligheid gedacht? Ik ben al 29 jaar bij de trein, ik...' Hij gaat op het trappetje in de deuropening staan.

'Daar blijven!', zegt de politie.

Maar de conducteur wil naar buiten, naar het voorste treinstel, om de passagiers te informeren. De intercom doet het niet meer. Hij wil naar de machinist, kijken hoe het nu met hem is. 'Het is míjn trein', zegt hij.

'Als u er nu uit gaat', zegt de politieman, 'bent u aangehouden'.

'Aángehouden?', zegt de conducteur. 'Ik?' Hij blijft binnen staan.

Om half tien komt er meer politie. Ze gaan bellen en praten met de politiemensen die er al waren. De passagiers kijken. 'Als er nou brand was uitgebroken?', vraagt iemand aan de conducteur. 'Gaat het dan ook zo?'

'Nee', zegt de conducteur. 'Dan mogen alle deuren open.'

'En als ik nou róép dat er brand is?', vraagt de passagier.

'Dan loop ik naar u toe en vraag waar de brand is. Als er geen brand is, vraag ik waarom u paniek maakt.'

Buiten wordt over scenario's gepraat. Bovenleiding provisorisch herstellen en doorrijden? Of iedereen uitstappen en naar het staion lopen. 'Dan moet wel iedereen langs dit trappetje', zegt de conducteur. 'Straks breekt er nog iemand zijn enkel. Krijg ik de schuld.'

Hij staat nog steeds in de deuropening. 'Aánhouden', zegt hij. 'Ze wilden me áánhouden.' Dan lacht hij. De mannen van ProRail komen. Zij spreken niet van een draadbreuk, maar van een calamiteit. En niet van uitstappen, maar van evacueren.

Om half elf staan er twintig politie- en ProRailmensen langs het spoor, Dan komen er ook nog mensen van de NS. De echte bazen, zegt de conducteur. Een van hen, een jonge vrouw, vraagt hoe het met hem gaat. De conducteur: 'Goed hoor.' Is hij geschrokken? 'Nee hoor. Ik heb er alleen last van dat die mensen mij vertellen dat ik de trein niet uit mag. Ik wil passagiers informeren. Ik wil weten hoe het met mijn machinist is.'

Om vijf over half elf lukt het om de trein te laten rijden. De intercom doet het weer. 'We zullen u opvangen met koffie en broodjes', roept de conducteur. 'Voor eventuele schadeclaims kunt u schrijven naar de NS.'