Zware metalen

De popmuziek is de afgelopen dertig jaar ingrijpend veranderd, net als u en ik. Om daar enig idee van te krijgen, is een bezoekje aan de platenzaak Boudisque aan de Haringpakkerssteeg, vlakbij het Centraal Station van Amsterdam, voldoende. Boudisque was voor mij jarenlang het Mekka van de popmuziek. Als ik in Amsterdam was, ging ik altijd even bij Boudisque langs.

Een bezoekje aan Boudisque, en je was weer bij. Men had er “veel', zoals kenners tegen elkaar zeiden. Vooral op het gebied van de Engelse en Amerikaanse pop was Boudisque breed georiënteerd. Het waren de hoogtijdagen van de Beatles, de Stones, de Kinks, maar ook van minder bekende groepen als Buffalo Springfield, Poco en Redwing kon je er alles krijgen. In Boudisque hing iets van de naïviteit en het optimisme van die dagen - de geur van flower power en provo.

Tegenwoordig kom ik er nog maar weinig, en ik kan er een gevoel van ontheemding nooit helemaal onderdrukken. Je wordt er niet alleen met verandering geconfronteerd, maar ook met stilstand - in jezelf. Zij zijn geëvolueerd, ze moesten wel, maar jouw smaak is hetzelfde gebleven. Dat is een ervaringsfeit voor vrijwel alle popliefhebbers: ze blijven met hun smaak hangen in de periode tot hun dertigste jaar. De muziek die ze daarna kopen, heeft bijna altijd met die periode te maken.

Als ik nu bij Boudisque binnenstap, kan ik de eerste afdeling meteen ongezien overslaan: daar staat vooral hiphop en rap, wat me nooit heeft geïnteresseerd. In het middengedeelte vind ik nog het meest van mijn gading: veel nieuwe uitgaven van oud werk (Jackson Browne, Roxy Music et cetera) en nieuw werk dat op oud werk lijkt. Maar vervolgens slaat in het laatste gedeelte de vervreemding op vernietigende wijze toe. Ik noem dit altijd de afdeling “zware metalen'.

Uit boxen klinkt het geluid van brullende mannen die met grote moeite boven een storm van gitaargeweld uitkomen. Het is alsof ze in onderaardse gewelven vrijwillig gemarteld worden, liefst door verhitting van hun geslachtsdelen in kokend vet. De muzieksoort heet “Death metal' en de namen van de groepen zijn er ook naar: Mental Horror, Malevolent Creation, Monstrosity, Necromantia, Nunslaughter, Nuclear Assault, November Doom, Torture Killer.

Ik liet een cd'tje van Pungent Stench (Scherpe Stank) draaien. De (drie) jongens komen uit Oostenrijk, wat al niet in elk opzicht een aanbeveling is. Op het hoesje koketteren ze met een rolstoel en krukken, binnenin staan foto's van halfnaakte vrouwen bij wie ledematen geamputeerd zijn. De cd heet Ampeaty, een samentrekking van “amputation' en “beauty'. Dat is wat de jongens en hun fans kennelijk opwindt: seks met gebrek.

Ze zingen: I love the handicapped/ I love the chicks with no more limbs/ Wheelchair trapped/ I love those stumps and I love those stubs/ They totally turn me on/ I wanna fuck those lovely amps. En op een ander nummer: You're a big time loser/ a lowlife cunt/ I smash your face/ and let a grunt.

Van flower power naar death metal, van bloei naar dood - het leven weerspiegeld in de geschiedenis van een platenwinkel.