Veroordeeld tot eten

Biologen kweekten een insect zonder vleugels.

Ze helpen bladluis te bestrijden.

Een gemuteerd lieveheersbeestje. Foto Universiteit Leiden

Een vleugelloos lieveheersbeestje moet het nieuwe biologische wapen worden tegen luizenplagen in de glastuinbouw. Onderzoekers in Wageningen en Leiden experimenteren met een tweestippelig lieveheersbeestje dat door een natuurlijke mutatie zijn vleugels en een groot deel van het dekschild mist. “Het voordeel is dat ze niet wegvliegen“, zegt de Leidse biologe Suzanne Lommen, als promovendus aan het project verbonden.

Lieveheersbeestjes (Adalia) worden veel ingezet als biologisch bestrijdingsmiddel. Bijvoorbeeld tegen bladluizen in paprikakassen, maar ook bij luizenplagen in laanbomen. Het effect is echter tijdelijk. Lommen: “Gevleugelde lieveheersbeestjes vliegen doorgaans binnen vier uur van de plant weg waarop ze zijn uitgezet, op zoek naar planten met meer luizen. De vleugelloze blijft tot enkele dagen op de plant.“

De mutant zonder vleugels werd in de jaren negentig in de vrije natuur in Nederland aangetroffen. In het laboratorium kweekten de onderzoekers er verder mee. Uit kruisingsproeven bleek dat vleugelloosheid een kwestie van één gen is dat recessief overerft. Welk gen, is nog niet duidelijk.

De mutatie is in de natuur vrij zeldzaam, zegt Lommen. Het fenomeen is tot nu toe nog maar drie keer gezien. “Deze lieveheersbeestjes hebben geen vleugels maar ook nauwelijks een dekschild. Mogelijk worden ze daardoor makkelijker opgegeten of zijn ze gevoeliger voor uitdroging.“

Volgens Lommen worden lieveheersbeestjes nu vooral als larven ingezet, omdat ze anders meteen wegvliegen. “Larven eten ook wel luizen, maar volwassen kevers eten er meer. Mogelijk kunnen we dus met vleugelloze lieveheersbeestjes een dubbel voordeel behalen: ze blijven op de plant zitten en ze eten meer luizen.“