Springplank én vangnet

Vandaag beginnen in Melbourne de achttiende Gemenebest Spelen.

Een op de vier atleten kan een dopingtest verwachten.

Aarzelend gingen twee maanden geleden de rolluiken open van het infostandje aan de boorden van de rivier de Yarra. Maar hoewel Melbourne vakantie vierde, lieten de Melbournians minder dan vijftig dagen voor de opening van hun Gemenebest Spelen een van de vele souveniruitstallingen in de stad links liggen. En dat terwijl juist het Australische volk het predikaat “sportgek' verdient.

Vandaag worden de achttiende Commonwealth Games, Gemenebest Spelen, geopend. Ondanks hun aanvankelijk weifelende houding hebben de Australiërs het multiculturele sportevenement alsnog in de armen gesloten. Koningin Elizabeth, nazaat van de heersers van het Britse koloniale rijk, verricht de officiële opening in het speciaal gerenoveerde hoofdstadion, de met 85.000 zitplaatsen uitgeruste Melbourne Cricket Ground.

Daar hoort de vorstin het God Save the Queen, vertolkt door de Nieuw-Zeelandse sopraan Kiri Te Kanawa. Aan die bijdrage ging een bittere discussie vooraf, want in het oorspronkelijke draaiboek ontbrak de Britse volkshymne. Tot woede van de - ook in het “rebelse' Australië nog altijd - invloedrijke monarchisten. Premier John Howard moest het brandje hoogstpersoonlijk blussen.

Elizabeth is niet alleen formeel het hoofd van het Gemenebest, een losse semi-politieke organisatie van 53 landen die ooit onder de Britse kroon ressorteerden, maar ook staatshoofd van Australië. Republikeinen, die Down Under al jaren pleiten voor afschaffing van het koningshuis, waren juist zeer ingenomen met het verkapte politieke signaal. Maar Australische monarchisten, gesteund door Howard, claimden dat het verzwijgen van het volkslied een belediging zou betekenen voor de koningin.

Howard heeft bovendien andere zorgen aan het hoofd. Australië, een van Amerika's trouwste bondgenoten in de oorlogen in Irak en Afghanistan, vreest al jaren een terroristische aanslag. Tot dusver is het continent buiten schot gebleven. Net als bij de Olympische Spelen van Sydney (2000) waken ruim 13.000 politie-agenten en 2.500 militairen over de veiligheid van en rondom het evenement. “Wij nemen geen enkel risico“, is het credo van Howard.

En dat voor een sportmanifestatie, die Australië een slordige 700 miljoen euro kost, en waarvan critici zeggen dat het “een imperialistisch anachronisme“ is. Voorstanders wijzen op de rijke traditie en de economische impuls die van het evenement uitgaat. Manchester, de vorige gastheer in 2002, transformeerde mede onder invloed van de Gemenebest Spelen van een grauwe indrustriestad in een moderne metropool.

En de sporters zelf, ditmaal zo'n 4.500 atleten afkomstig uit 71 landen en gebiedsdelen? Ach, weer een kans om in de schijnwerpers te staan, om medailles te winnen, en dus sponsors te behagen en de bankrekening te spekken. In hun ogen zijn The Friendly Games beslist geen folkloristisch onderonsje of een verkapte ode aan het eens zo machtige koloniale rijk. “Olympische Spelen zijn groot, maar onderschat de impact van dit evenement niet“, zei een van de Australische zwemtrainers eind januari, bij de selectiewedstrijden in het bad dat speciaal voor de Commonwealth Games is neergezet in Albert Park.

Dat het de komende elf dagen ernst is, blijkt onder meer uit de prominente aanwezigheid van de dopingjagers. Eén op de vier atleten zal een test moeten ondergaan, kondigde voorzitter Mike Fennell van de Commonwealth Games Federation aan. Dat is, zo voegde hij daar met gepaste trots aan toe, te vergelijken met de stringente aanpak bij de Olympische Spelen van Athene, waar in 2004 onder de 10.500 deelnemers ruim 2.000 controles werden uitgevoerd.

Vier jaar geleden in Manchester werden vier sporters betrapt op dopegebruik. Onder de zondaars twee gewichtheffers uit India, die prompt hun medailles moesten inleveren. Het betekende een smet op het verder opvallend overtuigende optreden van de Aziatische grootmacht, die over vier jaar (New Delhi) fungeert als gastheer. In Melbourne hopen de Indiërs goede sier te maken en - net als Londen destijds in Manchester met succes deed - zieltjes te winnen voor de kandidatuur voor de “echte' Spelen van 2016 of 2020.

Want ook dat zijn de Gemenebest Spelen: olympische springplank én vangnet, voor zowel sporters als bestuurders. Manchester deed twee keer vergeefs een gooi naar de organisatie van de Olympische Spelen en kreeg als doekje voor het bloeden de Commonwealth Games.

Voor Melbourne geldt hetzelfde. De havenstad mag zich graag profileren als dé sportstad van Australië, de Olympische Spelen van 1996 gingen voorbij aan de tweede stad van het land, waarna Sydney vier jaar later alsnog de eer te beurt viel. Dat kwam hard aan langs de boorden van de Yarra. Sydney en Melbourne verhouden zich als Rotterdam en Amsterdam: een bij vlagen bittere rivaliteit, zeker als het om sport gaat.

Volg de Spelen op www.melbourne2006.com.au www.commonwealthgames.com